Nieuwsbrief Nr. 32 - november 2006

BalticsRindert Brouwer bezocht de Baltische staten, achtste deel


Ons lid Rindert Brouwer en dé stuwende kracht achter de buitenlandse activiteiten van de Terebinth bezocht de Baltische staten en de begraafplaatsen aldaar. Hij bezorgde ons, in feuilletonvorm, de neerslag van zijn ervaringen.
 
feuilleton deel 8
 
ESTLAND - TALLINN (deel 2)
 
SISELINNA KALMISTU (begraafplaats ‘binnen de stad’)
 
Dit is de oudste begraafplaats van Tallinn, die het dichtst bij het centrum ligt, uit drie aparte delen bestaat en uit verschillende periodes stamt. De Russisch-orthodoxe Aleksander Nevski kalmistu werd gesticht in 1775, de Estische Vana-Kaarli kalmistu werd geopend in 1864 en de militaire Sõjaväekalmistu werd in 1887 gegrondvest voor het lokale garnizoen van het tsaristische leger.
In het verleden hebben ook een Juudi kalmistu (joods van 0,36 ha), Rooma-katoliku kalmistu (rooms-katholiek van 2,69 ha) en Muhamedi kalmistu (islamitisch van 0,19 ha) del uitgemaakt van de Siselinna kalmistu, maar deze delen zijn later geruimd.
Het geheel van de huidige Siselinna kalmistu beslaat een oppervlakte van 18 ha.
 
Aleksander Nevski kalmistu (Alexander Nevski begraafplaats)
 
Een eenvoudig hekwerk aan de Herne geeft toegang tot het oudste deel, de Aleksander Nevski kalmistu, de Russisch-orthodoxe Alexander Nevski begraafplaats uit 1775, die een oppervlakte heeft van 13,01 ha. In de meer dan 200 jaar bestaan hebben tienduizenden hier een laatste rustplaats gevonden, waaronder veel vooraanstaande figuren uit het culturele leven. In 1856 lieten twee handelaren uit Tallinn, Aleksandr Jermakow en Ivan Gremanov, een bakstenen kerk op de begraafplaats bouwen, gewijd aan Alexander Nevski. Bij bombardementen door het Sovjetleger op 9 maart 1944 werd de kerk vernietigd. In afdeling AN II-4 liggen de slachtoffers van die bombardementen begraven.
Direct achter de poort daalt een weldadige en eeuwige rust op je neer in een bosrijke omgeving. Evenals in Letland liggen de graven hier in ‘kamertjes’, maar dan niet omgeven door hegjes. De oudere grafveldjes zijn omgeven door smeedijzeren hekwerken, de meer recente door betonnen banden. Binnen de grafveldjes staat meestal één centraal grafteken met de familienaam en op afzonderlijke steentjes of tegeltjes staan de namen en data van de individuele familieleden. Naast enkele classicistisch of gotisch vormgegeven monumentjes op het voorste en oudste deel van de begraafplaats, staat er heel vaak een ijzeren kruis in de grafkamertjes, meestal van smeedijzer, soms van gietijzer. Als de hekwerken niet verroest zijn, zijn ze zilverkleurig geschilderd, een goed antiroestmiddel blijkbaar. Er staan overigens nauwelijks Russisch-orthodoxe kruisen. Gezien het wel bijna uitsluitend voorkomen van cyrillisch schrift is het de begraafplaats van Russen geworden.
Naast een enkele grafkapel is er nog één marmeren grafsculptuur van een levensgrote engel, die goed beschermd wordt door het bouwwerkje eromheen. Onder een blauw baldakijn op gele zuiltjes liggen de bisschoppen van Tallinn. Er staat een katheder en twee stèles, een voor bisschop Issidor († 1949) en een voor aartsbisschop Pavel († 1946). Op de begraafplaats ligt ook priester Pavel Joannovitš Polevitski († 1862). Tijdens zijn verblijf in Tallinn maakte Fjodor Dostojewski kennis met deze wat vreemde figuur en heeft hem als voorbeeld  gebruikt in zijn romans, o.a. in ‘De Dubbelganger’. 
Ook de ouders van de huidige patriarch van de Russisch-orthodoxe kerk in Estland liggen er begraven. Dat Tallinn aan zee ligt is af te leiden uit een aantal ankers in een grafveld of fotootjes van zeelui op grafstenen. Een zeemansgraf (niet bedoeld is een graf op zee!) met twee ankers meldt op de centrale steen van roze graniet het vergaan van het MS Lidia Koidola op 26.11.1951. De kleine steentjes melden de functies van de 6 zeelui;  zelfs in het Russisch is het te lezen: капитанов, матрос, воотсман, кокк .
Paaltjes met AN en het nummer van het grafveld geven aan dat je je nog bevindt op de Alexander Nevski begraafplaats, terwijl paaltjes met een K en een nummer aangeven dat je op de Oude Karelsbegraafplaats bent aangeland.
 
Vana-Kaarli kalmistu (Oude Karelsbegraafplaats)
 
De overgang van de Alexander Nevski naar de Vana-Kaarli begraafplaats is nauwelijks te merken. Wie goed kijkt ziet ergens een muur lopen, maar de overgang van de ene naar de andere begraafplaats wordt niet gehinderd door een poort of een hekwerk. En al helemaal niet door een verandering van het karakter of de typische kenmerken. Ook hier hekwerken en ijzeren kruisen. Het grootste verschil is te merken in de verandering van het Russische cyrillische schrift naar het Estische. Maar ook al zijn het Romeinse letters, buiten de namen blijft het even onleesbaar, totdat de herhaling van een woord gaat opvallen en je er achter komt dat het voor ons merkwaardige woord Perekond familie betekent en dat deze aanduiding een perekonna matusepaik =  familiegrafplaats aangeeft.
Er staan enkele bustes van mannenkoppen op een zuiltje, dat zullen wel beroemde Esten zijn, want ze komen ook voor in het boek ‘Tallinna kalmistud’: Peeter Süda (1883-1920), helikunstnikku (toonkunstenaar) en Karl Kargi (1876-1953), insener & teedeminister (ingenieur en minister van verkeer). Ook hier bevindt zich een sculptuur, nu van een vrouwenbeeld, dat zich ook in een apart gebouwtje bevindt. Voor het merendeel bestaan de graftekens uit kruisen en stèles. Ook hier ligt alles in een bos, wat het geheel erg groen, rustig en vredig maakt.
 
Bij de uitgang, die eigenlijk de ingang is en duidelijk het oudste deel van de Karelsbe-graafplaats, staan nog wat oudere en grotere grafmonumenten, zoals die voor figuren uit het theaterleven van Tallinn: regisseur (lavastaja) Theodor Alterman (1885-1915) en theaterdirecteur Karl Jungholz (1878-1925), die samen een graf delen en die ieder op een medaillon staan afgebeeld.
De ingang, die bestaat uit een imposant poort- en torengebouw in neoromaanse stijl, ligt aan de Toonela tee no. 3. Als je vandaar af de weg volgt, een aantal troosteloze flatgebouwen links laat liggen, en rechts afslaat naar de Filtri tee, kom je langs een militair complex met slagbomen en soldaten op wacht en uiteindelijk op de militaire begraafplaats. De weg gewezen door een paar woordjes Duits sprekende tuinman weten we daar via een kortere route, door het gras en langs de zuidelijke begraafplaatsmuur, door een poortje op te komen.
Sõjaväekalmistu (militaire begraafplaats)
 
De begraafplaats oogt militaristisch. Krijgshaftige figuren kijken ons aan vanaf grafstenen, elders staan rijtjes uniforme stenen netjes in het gelid. Zoals het hoort hebben de soldaten een eenvoudig steentje, terwijl de stèles van de generaals hoger zijn en een fotootje dragen van een man die je vanonder zijn pet streng aankijkt. Maar ze zijn allemaal even dood, gesneuveld in de strijd of gewoon in bed gestorven na jaren trouwe dienst voor president en vaderland. Soms een ver vaderland, Rusland, soms dichtbij huis, Estland.
 
Sõjaväekalmistu werd in 1887 gesticht voor het lokale garnizoen van het tsaristische leger, dat daar gestationeerd werd toen de Baltische Staten in 1886 provincies werden van het Russische      Rijk. In 1896 werd op het westelijke deel een kapel gebouwd. Van de oorspronkelijke begraafplaats is niets meer over.De meeste begravingen vonden plaats vanaf de Eerste Wereldoorlog. Van 1918-1944 zijn er ongeveer 1150 gesneuvelden begraven van diverse nationaliteiten, Russen, Esten, maar ook een aantal Britten uit de Eerste Wereldoorlog. De oppervlakte van de begraafplaats bedraagt 2,46 ha. De oorspronkelijk hoofdingang, ontworpen door architect Edgar-Johan Kuusik, leidt nu naar het militaire terrein ernaast.
Er zijn velden met gevarieerde graftekens en velden met uniforme graftekens: voor Sovjetsoldaten vanaf 1941, piloten, leden van onderzeeër M-81 uit 21 juli 1941 en mariniers van de Baltische vloot.
Er staan diverse gedenktekens op verschillende plaatsen. Er staat een Estisch monument met de datum 15 juni 1936 en de tekst Männiku matuseoh / Rite mälestuseks (voor de doden van Männiku/ in memoriam). Het zijn de slachtoffers van de explosie van het munitiedepot in Männiku. Er staat een Russisch monument, gedateerd 24 februari 1944 en aan de achterkant voorzien van de afbeelding van een hamer & sikkel. Tegen de muur staat een monument met de reliëfs van twee soldaten bezijden een kruis met de tekst: Vaba Eestile truu surmanu, hetgeen vrij vertaald wil zeggen: voor een vrij Estland trouw tot in de dood. En er moet ergens een monument staan met de Russische en Estische tekst: voor een onbekende soldaat.
De conclusie kan niet anders zijn dan dat deze begraafplaats gebruikt is (en wordt) voor gesneuvelden van verschillende legereenheden: het tsaristische leger, het Sovjetleger, het Britse leger, het Estische leger en vermoedelijk ook Estische vrijheidsstrijders..
Met lijn 23 keren we terug naar het centrum om daar te lunchen. Het is een bijzonder smerige bus met door het vocht ondoorzichtige ramen, zodat je nauwelijks iets ziet van de troosteloze buitenwijken.
 
Wordt vervolgd.
Volgende keer: Estland - Tallinn deel 3 (slot)
 
Rindert Brouwer
 
© Atelier ‘Terre aarde’
    tekst:   Rindert Brouwer
    foto’s: Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer
 
Wie alles nog eens wil nalezen: alle verhalen en gegevens zijn verwerkt tot een boekje van 52 bladzijden, met 65 foto’s (zwart-wit).
Het boekje NON OMNIS MORIAR. Begraafplaatsen in de Baltische Staten is te koop voor
€ 7,50. Ofwel incl. verzendkosten: Nederland € 9,00; België € 10,00
[email protected]
www.atelier-terreaarde.nl