Nieuwsbrief Nr. 30 - juli 2006

Montparnasse anders dan Père Lachaise:verslag van de trip naar de derde Parijse dodenakker




Een zonnige zaterdag en een bus vol enthousiaste deelnemers voor de trip naar Parijs met een bezoek aan de begraafplaats Montparnasse. Dat de begraafplaats iets verder lag dan Père Lachaise en Montmartre wisten we al maar vlak voor we de périférique opmoesten stonden we al in de file. Onze “Grafzerkjeschauffeur” Armand van De Polder loodste ons langsheen binnenwegen doorheen het drukke verkeer zodat we niet veel later dan voorzien onze parking bereikten.

Montparnasse is uiteraard geen Père Lachaise: veel kleiner maar wel veel ordelijker. Het merendeel van de deelnemers vond het mooie rechtlijnige wel iets hebben maar vonden ook dat dit de minste van de drie grote Parijse was. Hier ontbraken de verhaaltjes waarmee een gids in Père Lachaise kan scoren, hier ook veel minder bekende namen. Toch een bloemlezing uit de “fine fleur” die Montparnasse bevolkt.

Jean Paul Sartre filosoof bekend van zijn existentialistische ideeën en schrijver van romans en toneelwerken en zijn levensgezellin Simonne de Beauvoir filosoof en feministe waren de eersten die we ontmoetten. Iets verder Henri Langlois, stichter en directeur van de cinematheek, het museum voor filmkunst. Zijn graftombe is bedekt met filmnegatieven uit zijn filmwerk. Een eenvoudig graf voor Eugène Ionescu. Deze in Roemenië geboren schrijver laat een gamma toneelstukken achter met als toppers “Rhinoceros”, “Le roi se meurt” en “La Cantatrice chauve”. Wat Jim Morrison is voor Père Lachaise is Serge Gainsbourg voor Montparnasse alleen hebben zijn bewonderaars veel meer respect. De bloemen en de talrijke foto’s op zijn graf blijven gelukkig maar onaangeroerd. Samuel Beckett de uit Ierland afkomstige schrijver schreef in de Franse taal en kreeg in 1969 de Nobelprijs voor letterkunde. Naast een aantal romans is het toneelwerk “En attendant Godot” een meesterwerk. Iedereen kon zich wel het meesterwerk van Jules Dalou: het grafmonument voor Victor Noir op Père Lachaise herinneren. De man zelf ligt onder een eenvoudige steen. De in Rusland geboren beeldhouwer Ossip Zadkine wiens bekendste werk het monument voor de vernielde stad in Rotterdam staat en Tristan Tzara, dichter van Roemeense afkomst die in Zurich de aanzet tot de Dadabeweging gaf, liggen onder onopvallende tombes. Adolphe Pégoud vliegenier die de eerste looping maakte en als eerste met een parachute uit een vliegtuig sprong is wereldbekend tot in Gent. Enkele van onze leden kenden "En Pégoud die ging omhuge; om zijn kunst ne keer te tuge; ierst op zijne rugge; toens op zijne buik; so vloogt hij de piste uit". Vlak bij Pégoud de prachtige marmeren beeldengroep “La Séparation du couple”. Een wenende man wiens vrouw, reeds half in het graf, hem een ultiem afscheid toestuurt. Dit beeldhouwwerk van Alix is geen grafmonument, maar werd uit de stad geweerd wegens te obsceen. Henri Laurens, beeldhouwer ligt onder een werk van zijn hand “La Douleur”, een compacte ronde vrouwelijke mensvorm in foetushouding. Het graf voor generaal Jacques Aupick wordt fel bezocht. Niet omwille van hem maar omdat het graf de stoffelijke resten van zijn schoonzoon Charles Pierre Baudelaire, schrijver bevat. Zijn bekendste bundels zijn “Les fleurs du mal” en “La révolte”.

Wat verder ontmoeten we een levensgrote keramieken kat op de laatste rustplaats van Richard Menon. Het is een werk van Nicky de Saint-Phalle. Een groot aantal van de deelnemers is niet echt enthousiast. Dankzij ons lid Philippe Theys vernam ik dat Richard Menon een persoonlijke helper van Nicky de Saint-Phalle was dat zij, als eerbetoon aan hun jarenlange vriendschap en samenwerking, dit werk realiseerde.Over Menon het monument Pierre Larousse, van de gelijknamige dictionaire.

Ook fel bezocht is de laatste rustplaats voor Jean Seberg. Deze filmactrice werd beroemd met haar vertolking in “A bout de souffle”. Verdere films “Paint your wagon” en Jeanne d’ Arc”. Jean Seberg pleegde zelfmoord.

Alweer een eenvoudig graf voor Constantin Brancusi de uit Roemenië afkomstige beeldhouwer. Over hem een heuse kapel voor Camille Saint Saëns, componist van onder meer “Carnaval des Animaux” en “Danse macabre” en van de opera “Samson en Delilah”. Iets verder een enorme vogel: een modern werk van de hand van Nicky de Saint-Phalle. Deze keer kon het de meerderheid van de leden van de vzw Grafzerkje wel bekoren. Charles Augustin Sainte Beuve, schrijver en criticus moet een streng man geweest zijn te zien aan de buste van de hand van José de Charmoy. Deze beeldhouwer maakte ook de cenotaaf voor dichter Charles Pierre Baudelaire. Het is een gisant in de vorm van een Egyptische mummie en zijn buste boven een enorme vleermuis.

De begraafplaats wordt doormidden gesneden door een straat. Op de kleinere afdeling treffen we César Franck de uit Luik afkomstige componist en organist aan. Het medaillon is van Auguste Rodin. Op het eind van de divisie Guy de Maupassant, schrijver van novellen. Auguste Bartholdi, beeldhouwer. Het “vrijheidsbeeld” in New York en de “leeuw van Belfort” te Parijs zijn van zijn hand. Een bronzen engel, van zijn hand, siert de rode obelisk. Hier liggen ook veel mensen van Joodse afkomst. Alfred Deyfus. Frans officier van Joodse afkomst en woonachtig in de Elzas. Beticht van het overmaken van gegevens aan de Duitse militaire overheid. Hij wordt, in 1894, veroordeeld tot degradatie en verbanning naar het Duivelseiland op Guyana. Het dossier wordt heropend en Emile Zola schrijft zijn fameuze open brief “J’ accuse” om Dreyfus te verdedigen. Dit brengt Zola één jaar gevangenisstraf op en een boete van 3 000 Franse franken. In 1899 wordt het proces herdaan. Dreyfus wordt kort daarop vrijgelaten. In 1906 krijgt hij terug zijn oorspronkelijke graad en functie. André Citroën, industrieel uit Nederland afkomstig. Richt eerst een munitiefabriek op. Na de oorlog verandert hij de inrichting van zijn fabriek om wagens te gaan produceren. Iets verder nog een prachtig werk van de al eerder vermoemde Auguste Bartholdi de “kleine Elzasserin” op het graf van schilder Gustave Jundt. Een van de meest gefotografeerde graven is dit voor Charles Pigeon, de uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor half opgericht naast zijn rustende vrouw. Eindigen deden we met “Le Baiser” een der eerste werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi. Het bevindt zich op de laatste rustplaats voor een paar dat samen zelfmoord pleegde.

Een groot aantal van de deelnemers bezocht nadien nog de nabijgelegen catacomben. Voor velen een hele ervaring. Moe maar voldaan trok iedereen naar de bus waar nog gezellig nagepraat werd, of nagedroomd werd, over de voorbije dag.
 
Tekst : Jacques Buermans
Foto's : Rina Reniers en Ria Vaes