Nieuwsbrief Nr. 30 - juli 2006

Berlin ist eine, funeraire, Reise wert


Het boek van ons lid Arthur Polspoel verschenen naar aanleiding van een door de Terebinth gemaakte trip naar Berlijn én nuttige tips verschaft door ons lid Rindert Brouwer zette mij aan om eens een trip naar Berlijn te overwegen. Rudy D’Hooghe had dan weer, via Asce, Berlijnse relaties en die zorgden voor een voordelige overnachtingsmogelijkheid. Voor niet funerair gezelschap kon ik rekenen op Willy Cornelissens met zijn vriendin die van de gelegenheid gebruik maakten om tijdens de dag Berlijn, dat ze nog niet kenden, te ontdekken en mij tijdens de avondlijke uren gezelschap te houden.
 
Het begon al goed want aan de eerste begraafplaats die ik aandeed in gezelschap van een keurig plan kon ik er geen touw aan vastknopen. De vermeldde grafmonumenten waren niet te vinden, arbeiders aan het werk raakten er ook niet wijs uit, iemand die blijkbaar conciërge op de begraafplaats was verwees naar een opgehangen plan waar andere namen opstonden dan ik op mijn lijstje had staan. Na het maken van enkele foto’s toog ik naar een andere begraafplaats die op mijn verlanglijstje stond en niet zo ver uit de omgeving lag. Daar aangekomen bleek het plan dat ik voor de eerste begraafplaats bezigde perfect te kloppen … met deze begraafplaats. Ik had gewoon twee begraafplaatsen verwisseld. Wat ook eigenaardig is dat Berlijnse begraafplaatsen gegroepeerd zijn. Op één plaats vindt men dikwijls meerdere begraafplaatsen die dan nog in mekaar overlopen. Wat ook opviel is dat alles keurig onderhouden wordt, zeker de gedeelten waar nog regelmatig bijbegraven wordt. Dus de eerste reeks begraafplaatsen die mijn volledige aandacht genoot bevonden zich aan de Halleschen Tor. Wat ook opviel is dat men hier optimaal gebruik maakt van de begraafplaats: er wordt gewandeld, op grasperken wordt gestudeerd, babysitters met kinderen brengen hier hun tijd door, paartjes lopen hier arm in arm. Enkele oude monumenten waaronder dat voor Justus Friedrich Schlechtendall staan onder een afdak zodat ze beschermd worden tegen de weerselementen. Daarnaast enkele prachtige grafmonumenten voor onder meer Clara von Einsiedel en Emy Bennewitz von Loefen. Bekendste bewoner van de begraafplaats: de componist Felix Mendelsohn – Bartholdy.
 
Op de tweede dag bezochten we met zijn drieën de Dom van Berlijn. In de crypte liggen een groot aantal Hohenzollerns begraven. Deze crypte is nog maar een vijftal jaren voor het publiek toegankelijk. Het kleine broertje van de Kapuzinergruft in Wenen laat ons zeggen. Een aantal nieuwe graftombes maar ook veel fraais onder andere de laatste rustplaats voor Philipp Wilhelm en voor Carl Philipp. De klim naar de koepel bewees eens te meer dat er grenzen zijn aan “des mensens” fysiek. Omdat het een prachtige dag was besloten we om een boottochtje op de Spree te maken. In een tijdsspanne van een uur konden we een groot aantal van de toeristische plekjes die Berlijn rijk is ontdekken. Na de middag toog ik dan op mijn eentje naar de begraafplaatsen van de Bergmannstrasse. Ook hier weer vier begraafplaatsen die door mekaar liepen. Men zegt dikwijls: zeg me hoe mensen hun doden begraven en ik zal zeggen hoe ze leven. Hier bleek het omgekeerde van tel alhoewel ik het bij aanvang nog niet besefte. Toen ik in het postkantoor zegels kocht om het thuisfront te berichten rook het er, sorry, stonk het er naar de drank. Blijkbaar hadden al de zwervers uit de omgeving hier hun leefloon komen ontvangen. De begraafplaats leek in den beginne een kopij van de dodenakkers aan de Hallenschen Tor. Enkele mooie dingen zoals de grafmonumenten voor Elisabeth Leo, Oppenfeld en het graf van Georg Wolff. Ook veel volk en opvallend veel vrouwvolk in mekaars gezelschap. Toen ik het waagde verder te gaan bleek dat de uithoeken, waar grote mausolea enorm stonden te verkommeren bevolkt werden door een bende agressieve zwervers die dit gedeelte als hun “domein” aanzagen.
Me dan maar vlug uit de voeten gemaakt en gezellig gaan uitrusten op een, in de zon badend, terrasje. Lang gewacht naar iemand om mijn bestelling te noteren tot er een uit de kluiten gewassen vrouwmens op mij afstapte, me op de schouder tikte en wees naar een bord, deze beweging een tweede maal herhaalde. Op het bord stond “only for women”. “Bei Dudu” bleek een kroeg voor lesbiennes te zijn. Bij het avondeten werd hartelijk gelachen met mijn “lesbisch” avontuur. Ik had ook een boekje over het Invalidenfriedhof op de kop getikt en wat bleek: de Berlijnse muur liep door de begraafplaats. Het was natuurlijk zeer de vraag er nu nog resten van de muur overbleven. Willy, onze webmaster, betoonde meer dan gebruikelijke interesse en ik beloofde hem om, indien mogelijk, een stukje van de muur mee te brengen.
 
De derde dag trok ik naar het Olympisch voetbalstadion van Berlijn. Niet om een of andere voetbalwedstrijd te gaan bekijken wel omdat in de omgeving een landschapsbegraafplaats was. Rindert Brouwer, die mij al zo’n beetje kent, stelde dat dit wel niet “my cup of tea” zou zijn maar ik moet zeggen dat het mij wel iets deed. De begraafplaats ligt rond een meertje en oogt heel charmant. Hier is de natuur baas en de grafmonumenten worden in het landschap ingepast. Dit is een welbewuste keuze. Nadien trok ik naar het Dorotheer Kirchhof. Dit is echt een juweeltje. Er lopen hier ook heel veel vrijwilligers rond die, gewapend met een rijfje, een schopje en een borstel een aantal grafmonumenten en de aanplantingen onderhouden. Door dat alles hier door de arbeiders van de begraafplaats al tot in de puntjes verzorgd wordt beperkt hun taak zich tot het millimeteren van de aanplantingen en het wegwerken van minieme stofdeeltjes. Toppers hier zijn de schrijvers Berthold Brecht en Heinrich Mann. Op dezelfde plaats is er ook een “französisch” gedeelte. Enkele kanjers van monumenten bevolken de afdeling, Pierre Louis Ravenné, en ook hier monumenten onder een beschermend afdak, Johann Ancillon. Na de middag naar het Invalidenfriedhof. Intussen was het fameus beginnen regenen. Op het Invalidenfriedhof krioelt het van de militairen. De muur liep door de begraafplaats heen wat veel imposante grafmonumenten in containers deed belanden. Nu werden een aantal monumenten teruggeplaatst en ook kan men hier gedeelten van de muur, langs de ene zijde herschilderd, langs de andere zijde met de nog originele graffiti. Maar het geheel was zo gerestaureerd dat er onmogelijk “souvenirs” konden meegenomen worden. Pech voor Willy dus. Tussen de regenvlagen in toch prachtige dingen gezien zoals de gigantische leeuw op het graf voor Wilhelm von Zastrow en het monument met zuilen voor Hermann von Boyen met voor hem het veel bescheidener graf van Hans von Seeckt. In de nabijgelegen Liesenstrasse lagen alweer vier dodenakkers gegroepeerd. Wegens de aanwezigheid van de muur kregen enkele van deze begraafplaatsen een andere toegang. In de nabijheid van een stuk muur het, bekladde, grafmonument voor James Cloppenburg met zijn echtgenote Mary Peek. Uit deze muurresten waren reeds een aantal stukken verdwenen maar om aan de wens van Willy tegemoet te komen diende ik toch over een voorhamer te beschikken. Probleem: ik bezat zo’n ding niet maar wilde ook vriend Willy niet ontgoochelen. De oplossing lag voor de hand of liever voor mijn hotel. Er waren daar wegenwerken aan de gang en ik nam een stuk steen mee en overhandigde dat plechtig aan Willy. Het stuk muur werd in een, door vriendin Rita, overhandigde zakdoek gekoesterd en kreeg ’s avonds nog een uitgebreide wasbeurt, het stuk muur niet de vriendin. Langs deze weg verontschuldig ik mij dan ook bij Willy maar ik kon de mij geboden kans toch niet zo laten voorbijgaan. Eén troost Willy: er lagen voor het hotel ook stukken van 20 op 30 centimeter.
 
Dag vier bracht mij na een treinrit naar Potzdam en vandaar met de bus en een voettocht naar Stahnsdorf. Een klein beetje te vergelijken met Ohlsdorf, uiteraard niet zo immens maar wel met veel groen. Ik wordt nog een liefhebber van parkbegraafplaatsen. Engelbert Humperdinck ligt hier. Niet de Britse zanger maar de componist van “Hansje en Grietje”. Wetenschapper von Siemens kreeg een enorm grafmonument. Ook de houten kapel kon mij bekoren.
De namiddag bracht ik door op de Joodse begraafplaats Weissensee, een van de mooiste Joodse dodenakkers die ik tot op heden mocht bezoeken en misschien wel de grootste die ik ontdekte. Natuurlijk zijn hier een aantal monumenten beschadigd en verwaarloosd maar naast het feit dat de oorlog daar voor iets tussenzit kreeg de begraafplaats een aantal keren af te rekenen met vandalenstreken. Hier treffen we kanjers van monumenten aan voor de families Michaelis en Aschrott en ook een modern prachtig monument Lewinsohn. Ludwig Jacobowski is de oprichter van de KadeWe, het Kaufhaus des Westens.
 
De laatste dag zag in nog een juweeltje: Sankt Matthäus. Hier weer dezelfde verzorgde indruk. Ook hier kanjers van grafmonumenten onder andere voor de bankiersfamilie Hanseman en Idzensky. Een opvallend grafmonument voor personen overleden aan Aids en enkele grote namen: componist Max Bruch, de in Antwerpen bekende pedagoog Diesterweg en, wie kent ze niet, de gebroeders Grimm van de sprookjes. In mag wel zeggen dat ik, dankzij de documentatie van onze Nederlandse vrienden Arthur Polspoel en Rindert Brouwer meer dan degelijk voorbereid naar Berlijn trok maar vond zelf toch nog enkel dingen die de moeite waard zijn. Voor leden van de vzw Grafzerkje die geen hele week begraafplaatsen willen bezichtigen stel ik toch Sankt Matthäus, Dorotheer Kirchhof het Invalidenfriedhof en de Joodse begraafplaats Weissensee als favoriet naar voren zonder de Dom te vergeten. Indien meer tijd is Stahnsdorf zeker een aanrader.
 

 


 
Tekst en foto's : Jacques Buermans