Nieuwsbrief Nr. 28 - maart 2006

Montparnasse: moderne kat en moderne vogelVoorsmaakje voor de deelnemers aan de trip naar Montparnasse en de catacomben


Een eenvoudig graf is de laatste rustplaats voor Jean Paul Sartre (1905 – 1980), filosoof bekend van zijn existentialistische ideeën en schrijver van romans en toneelwerken. “Huis Clos” is daarvan misschien wel het bekendste. Zijn levensgezellin Simonne de Beauvoir (1908 – 1986) ligt hier eveneens. Zij schreef autobiografische boeken, essays, romans, novellen en toneelstukken. In haar belangrijkste werk “Le deuxième sexe” analyseert zij de discriminatie van vrouwen. We passeren langs de grafkapel voor Porfirio Diaz, president van Mexico tussen 1876 en 1911. Het graf van  Jacques Aupick (overleden in 1897), generaal bevat tevens de stoffelijke resten van zijn stiefzoon Charles Pierre Baudelaire (1821 – 1867). Deze schrijver. Zijn bekendste bundels zijn “Les fleurs du mal” en “La révolte”. Verder op onze tocht komen we nog een cenotaaf voor Baudelaire tegen. We vervolgen onze tocht en ontmoeten een levensgrote keramieken kat op de laatste rustplaats van Richard Menon. Het is een werk van Nicky de Saint-Phalle. Iets verder Pierre Larousse (1817 – 1875), van de gelijknamige dictionaire. Het grafmonument bevat een buste door Perraud. Een graftombe bedekt met filmbeelden siert de laatste rustplaats voor Henri Langlois (1914 – 1977). Deze stichter van de cinematheek betekende enorm veel voor de waardering van de film. Op onze tocht ontmoeten we Jean Seberg (1938 – 1979). Deze filmactrice werd beroemd met haar vertolking in “A bout de souffle”.
In divisie 6 ligt Eugène Ionescu (1909 – 1994). Deze in Roemenië geboren schrijver laat een gamma toneelstukken achter met als toppers “Rhinoceros”, “Le roi se meurt” en “La Cantatrice chauve”. Een bijzonder grafmonument van de hand van Albert Bartholomé vinden we bij Honoré Champion (1840 – 1909). Het stelt de boekhandelaar gezeten achter zijn bureau voor. Een modern beeldhouwer siert het graf voor Julio Cortazar (1914 – 1984), de in Brussel geboren Argentijnse schrijver. In divisie 7 ligt Antoine Etex (1808 – 1888), beeldhouwer onder een buste van hemzelf. In dezelfde divisie ligt beeldhouwer Henri Laurens (1885 – 1954). Zijn vriendschap met schilder Braque is bepalend voor zijn aantrekking tot het kubisme. “Le Douleur” van zijn hand siert zijn graftombe. Uitgever Jean Hachette (1775 – 1840) ligt in een grafkapel met in de omgeving het grafmonument voor generaal Pierre Hulin (1758 – 1841) de buste is van de hand van beeldhouwer David d' Angers. Jules Sébastien Cesar Dumont d'Urville (1790 – 1841) was ontdekkingsreiziger. Dankzij hem werd de Venus van Milo aangekocht. De buste is van Dantan. In divisie 8 ligt Ossip Zadkine (1890 – 1967) de in Rusland geboren beeldhouwer. Zijn monument voor de vernielde stad, dat in Rotterdam staat, is wel zijn bekendste werk.
 
Iets verder ligt schaakgrootmeester Alexandre Alekhine (1892 – 1946). Een prachtige marmeren beeldengroep is “La Séparation du couple”. Een wenende man wiens vrouw, reeds half in het graf, hem een ultiem afscheid toestuurt. Dit beeldhouwwerk van Alix is geen grafmonument, maar werd uit de stad geweerd wegens te obsceen. We komen nu aan bij de toren. Het is een oude molen uit het eind der middeleeuwen die gerestaureerd werd in de 17de eeuw.
 
In divisie 1 ligt Serge Gainsbourg (1928 – 1991). Het graf van deze schrijver van liedjesteksten, zanger en kettingroker is zowat even populair als dit voor Jim Morrison op Père Lachaise. Alleen hebben de bezoekers hier iets meer discipline. Op graf treft men steevast metroticketten, Gitanesigaretten en flessen aan. Mevrouw Zao Wou-Ki (1930 – 1972) was beeldhouwster en ligt onder een wit marmeren beeld van haarzelf. Iets verder ligt François Rude (1784 – 1855), beeldhouwer van onder meer de beelden op de Parijse Arc de Triomphe. Zijn leerling Jean-Baptiste-Paul Cabet vervaardigde de buste.
Een sober graf in divisie 12 is voor schrijver Samuel Beckett (1906 – 1989) Deze uit Ierland afkomstige schrijver schreef in het de Franse taal en kreeg in 1969 de Nobelprijs voor letterkunde. Naast een aantal romans is het toneelwerk “En attendant Godot” een meesterwerk. Tussen de divisies 26 en 27 ontdekken we de cenotaaf voor dichter Charles Pierre Baudelaire. Het is een gisant in de vorm van een Egyptische mummie en zijn buste boven een enorme vleermuis. Een werk van beeldhouwer José de Charmoy.
We steken nu de weg over naar de kleinere afdeling van Montparnasse. In divisie 26 ligt Guy de Maupassant (1850 – 1893), schrijver van novellen. Verder ligt ook de, uit Luik afkomstige, componist en organist César Franck (1822 – 1890). Het medaillon door Auguste Rodin verdween een tijdje geleden. In divisie 28 kolonel Herbinger. De enorme ruiters zijn van de hand van Antoine Etex. Een bronzen engel, van zijn hand, siert de rode obelisk voor Auguste Bartholdi (1834 – 1904). Het “vrijheidsbeeld” in New York en de “leeuw van Belfort” te Parijs zijn van zijn hand. Op het graf voor schilder Gustave Jundt (1830 – 1884) een “kleine Elzasserin” eveneens van Auguste Bartholdi. Een merkwaardige graftombe is die voor Charles Pigeon, de uitvinder van de anti-explosielamp. “Le Lit Conjugal" stelt Pigeon voor half opgericht naast zijn rustende vrouw. Helemaal in de hoek van de begraafplaats ligt Tania Rachevskaia,  het werk “Le Baiser” is een der eerste werken van de Roemeense kunstenaar Constantin Brancusi.
 
We keren terug naar de grote begraafplaats. Een der eerste opmerkelijke monumenten is een enorme vogel. Het modern werk is van de hand van Nicky de Saint-Phalle. In divisie 17 ontdekken we een buste door José de Charmoy op het graf voor Charles Augustin Sainte Beuve (1804 – 1869), schrijver en criticus. Een kapel staat op de laatste rustplaats van Camille Saint Saëns (1835 – 1921), componist van ondermeer “Carnaval des Animaux”. Een originele houten koffer is het grafmonument voor Aristide en Marguerite Boucicaut, stichters van Au Bon Marché en filantropen. Daarmee beëindigen we ons bezoek aan Montparnasse.
Catacomben:
 
Van beroemde Fransen naar naamloze Fransen.

Dichtbij metrostation Denfer-Rochereau bevinden zich de catacomben. In het centrum van Parijs lag het “Cimetière des Innocents, vlakbij het tegenwoordige winkelcentrum “Les Halles”. Ten minste 2 miljoen lijken werden daar, tussen 1000 en 1780, begraven. In de tweede helft der 18de eeuw is de stank zo onverdraaglijk dat de overheid besluit het kerkhof te sluiten en de knekels naar elders over te brengen. In 1785 begint een 15 maanden durende opruimactie die de botten van 2 miljoen Parijzenaars naar de catacomben brengt. Na het opruimen van het “Cimetière des Innocents” volgens de resten  van alle andere kerkhoven uit de Parijse binnenstad, waarmee het aantal doden op 6 miljoen komt. Wanneer we de 90 treden naar de catacomben afdalen ontvangen we een “macaber welkom”. “Halt, Dit is het rijk van de dood” werd op bevel van Héricart de Thury, de inspecteur-generaal verantwoordelijk voor de overbrenging van de lijken, op de ingangspoort gebeiteld. Verder kan men nog andere lugubere spreuken lezen zoals “Heden ik, morgen gij” of nog “Stilte! gij stervelingen”. Alles werd met veel gevoel voor ornamentiek opgestapeld. Met schedels maakt men harten en vierkanten. Ellepijpen en bekkens worden tot symmetrische patronen verwerkt. De randen van de knokenverzameling wordt versierd met vingerkootjes. Soms staat de naam van de begraafplaats, van waar de knoken afkomstig zijn, genoteerd.
 
Jacques Buermans
 
Foto’s Jacques Buermans