Nieuwsbrief Nr. 28 - maart 2006

BalticsRindert Brouwer bezocht de Baltische staten, vierde deel


Ons lid Rindert Brouwer en dé stuwende kracht achter de buitenlandse activiteiten van de Terebinth bezocht de Baltische staten en de begraafplaatsen aldaar. Hij bezorgde ons, in feuilletonvorm, de neerslag van zijn ervaringen.
 
feuilleton deel 4
 
LITOUWEN - TRAKAI
 
     inleiding
 
Trakai
 
De stad Trakai, die 29 km ten westen van Vilnius ligt, was de oude hoofdstad van het Litouwse Rijk en zetel van de grootvorsten. De stad ligt in een schilderachtige omgeving temidden van veel meren en meertjes. De grote toeristische trekpleister van Trakai is het kasteel, dat op een eilandje ligt. Een lange houten brug verbindt het eilandje met het vaste land. Het kasteel dat onder grootvorst Kęstutis (1345-1382) werd gebouwd verviel in 1655 totaal. Het huidige kasteel is helemaal opnieuw in de oude stijl herbouwd.
De weg die naar het kasteel voert is de Karaimų gatvė (Karaïetenstraat), een straat met gekleurde houten huizen. In de huizen wonen de nazaten van de Karaïeten, die in 1397 door grootvorst Vytautas (1350-1430), zoon van Kęstutis, naar Trakai zijn gehaald. De 19e eeuwse huizen zijn in de traditionele stijl gebouwd, dwars op de straat staande en met drie ramen aan de straatzijde.
 
Karaïten
 
Al zo’n zeshonderd jaar wonen er twee Turkse groepen in Litouwen: de Tataren en de Karaïten. De laatsten zijn, met ongeveer 250 personen, de kleinste religieuze groepering in Litouwen.  Beide groepen zijn oorspronkelijk afkomstig van de Krim en behoorden tot een van de oudste Turkse stammen, de Kipchaks, die op hun beurt weer wortels hebben in Mongolië.    De geschiedenis van de Karaïten is sinds 1397 verbonden met Litouwen. Ze zijn destijds met groothertog Vytautas meegekomen naar Litouwen om hem te beschermen en te bedienen. Met het ‘importeren’ van enkele honderden Karaïeten en enkele duizenden Tataren had de groothertog als doel lege gebieden bewoonbaar te maken, steden en kastelen te bouwen en handel en economie te ontwikkelen.
De ongeveer 400 Karaïten hebben zich destijds in Trakai gevestigd, vlakbij de plaats waar Vytautas woonde, in de huidige Karaimų gatvė. Momenteel leven er nog ongeveer 150 Karaïten in Vilnius en 65 (16 families) in Trakai. Ze spreken nog steeds hun eigen taal, welke afgeleid is het van het Turks. Ze wonen nog in houten huizen, hebben hun eigen gebedsruimte, de Kenessa, en hebben hun eigen begraafplaats.
 
Karaïsme
 
Wat is het Karaïsme en hoe waren de Krim-Tataren met het Karaïsme in aanraking gekomen?
De bekendste en meest verspreide theorie zegt dat de karaïtische doctrine is begonnen in Mesopotamië in de 8e eeuw tijdens de dynastie van kalief Abu-Jafar-Abdullah al Mansur, die regeerde van 754-775. Een zekere Anan ben David, zoon van een diaspora-jood, ageerde tegen het rabbinisme en stelde dat alleen de letterlijke tekst van de Thora inspiratiebron van geloof mag zijn. Hij wees alle mondelinge toevoegingen en uitleg van de rabbijnen af, zoals die staan in de Mishna, Talmoed en Halacha. Het woord Karaiet betekent ‘ik lees (de Heilige  Schrift)’. Waar hebben we zoiets eerder gehoord? In feite zien we dergelijke reacties in alle religies terug, denk maar aan Luther met zijn Sola Scriptura, alleen de Schriften, tegenover het Scriptura et Traditio, de Schriften en toevoegingen, van de Rooms-katholieke kerk.
Het  Karaïsme werd sterk beïnvloed door het gedachtengoed van de islam en vond een vruchtbare bodem. Karaïtische missionarissen trokken naar de zuidelijke territoria van het huidige Rusland, destijds befaamd om hun religieuze tolerantie. De missionarissen wisten een aantal Turkse stammen, zoals de Kipchaks in de Krim, te bekeren. En daarmee zijn we terug bij de huidige Karaïten in Litouwen, die afstammelingen zijn van deze Turkse stammen, evenals de Tataren, die islamitisch zijn gebleven.
 

OUDE KARAÏTISCHE BEGRAAFPLAATS (14e - 19e eeuw)

Een bord met de tekst Seniosos Karaimų Kapinės XV-XXa. wijst naar de begraafplaatsen van de Karaïten. De oude en de nieuwe Karaïtische begraafplaats ligt in het westelijk deel van Trakai in Užtiltė aan de linkerkant van het zandpad Žalioji gatvė aan de oevers van het Totoriškės meer.
De oude begraafplaats dateert uit de tijd dat de Karaïeten zich vestigden in Trakai op het eind van de 14e eeuw. Het terrein van de oude begraafplaats vormt een onregelmatige driehoek en  bestaat uit twee delen, elk met een eigen ingangspoort. Alle graven zijn noord-zuid georiënteerd, de dode wordt met het gezicht naar het zuiden begraven.
In eerste instantie vonden de begrafenissen plaats in het noordelijke deel tot het pestjaar 1710 en in het zuidelijk deel tot 1932.
Door een eenvoudige ingangspoort, daterend uit de 18e eeuw, kom je op het noordelijke en oudste deel ligt. Het bestaat uit een grasveld, waar in het hoge gras nog her en der een verzonken grafsteen te vinden is. Het zijn eenvoudige graftekens met alleen Hebreeuwse tekst. Later werden op de steen florale en geometrische motieven toegevoegd met epitafen en teksten uit de Heilige Schrift. In het oudste deel ligt Ezra ben Nissan begraven, de karaïtische arts van koning en groothertog John Casimir en zijn familie. Hij stierf in 1666.
Naar het westen toe gaat het grasveld over in een bos, waarin op open plekken grafmonumenten staan. Je komt op dit zuidelijke deel door een ingangspoort, die in 1897 is gemaakt naar een ontwerp van Mikhail Prozorov en A. Griaznov. Na 1710 is duidelijk de invloed van de lokale cultuur te bespeuren en worden de inscipties in het Russisch, Pools en in het Karaïtisch gedaan. De graftekens bestaan niet alleen uit stèles, er zijn ook obelisken en zuilen. Latere graven werden ook wel omgeven met een ijzeren hekwerk. Het geheel is zwaar overwoekerd. Op het zuidelijke deel rusten theoloog Solomon van Trakai (1650-1715) en de hakkans (geestelijke en wereldlijke leiders) Boguslav Kaplanovskiy (1806-98) en Romuald Kobecki (1823-1911). De oude begraafplaats is in zijn geheel een monument en valt onder de verantwoordelijkheid van de Litouwse Republiek.
NIEUWE KARAÏTISCHE BEGRAAFPLAATS (20e eeuw)

Aan de westelijke kant leidt een pad naar de nieuwe Karaïtische begraafplaats. Twee gemetselde pilaartjes met een hek geven toegang tot deze begraafplaats, die er in tegenstelling tot de oude keurig verzorgd uitziet. Er wordt duidelijk nog steeds begraven.
Wat je al zag gebeuren op het zuidelijke en nieuwste gedeelte van de oude begraafplaats, heeft zich hier nog verder doorgezet: de assimilatie van de graftekens en de aanleg van de graven. Uiterlijk is er nauwelijks verschil met de begraafplaatsen van de plaatselijke bevolking. Er staan grafstenen met een bed ervoor, vaak zelfs met bloemen beplant of voorzien van bloembakken. De teksten zijn in het Russisch, Pools en Litouws; Hebreeuws komt niet meer voor. Het enige merkwaardige en afwijkende is, dat de teksten op de achterkant van de grafstenen staan. Als je voor het grafbed staat, kijk je naar een onbeschreven steen.
Centraal op de begraafplaats staat een hoge zwartgranieten obelisk met het medaillon van Eljasz Łopatto (1874-1934).
 
 
Excursie: LITOUWEN - ŠIAULIAI
 
Een van de merkwaardigste curiositeiten van Litouwen is de kruisberg in Šiauliai, geen begraafplaats, maar wel een voorbeeld en uiting van het katholieke geloof in Litouwen.

Ongeveer 17 km ten noorden van de stad Šiauliai verheft zich aan de rivier de Kulpė een heuvel, waarop zich honderdduizenden kruisen van allerlei aard en maat rondom een Mariabeeld scharen.
De kruisberg, waar nog dagelijks kruisen, kruisjes en rozenkransen aan worden toegevoegd, is een nationaal pelgrimsoord en van een hoge symbolische waarde voor het Litouwse onafhankelijkheidsstreven, maar ook voor de volksvroomheid. Hier wordt gebeden, hier worden gunsten gevraagd, hier wordt op belangrijke levensmomenten of uit dankbaarheid voor verkregen diensten een kruisje opgehangen, hier vindt men een uitlaatklep voor zijn noden, hier put men troost. Waar elders een kaarsje wordt opgestoken, wordt hier een kruisje opgehangen. Op het moment dat wij de kruisberg bezoeken, de paden doorkruisen en onze indrukken onder woorden proberen te brengen, is er net een bruiloftsstoet gearriveerd. Het huwelijk wordt opgedragen aan Maria.
Vermoedelijk gaat de traditie al tot de 14e -15e eeuw terug. Het massaal opstellen van kruisen begon na de opstanden van 1831 en 1863 ter ere van de slachtoffers. In 1961 en 1975 probeerden de Sovjets dit unieke monument te vernietigen en ze vernielden meer dan 5000 kruisen. Maar er werden telkens weer nieuwe opgesteld, vooral na de herwonnen onafhankelijkheid. In 1993 bezocht paus Johannes Paulus II de kruisberg, waardoor het plaatsen van kruisjes nog meer werd aangewakkerd. Ter gelegenheid van zijn bezoek werd er een speciaal podium met afdak gebouwd.
Een bizarre, maar bijzondere en unieke plaats.
 
Wordt vervolgd.
Volgende keer: Letland - Riga
 
Rindert Brouwer
© Atelier ‘Terre aarde’
    tekst:   Rindert Brouwer
    foto’s: Jeannette Goudsmit & Rindert Brouwer
 
Wie niet kan wachten op de volgende verhalen: alle verhalen en gegevens zijn verwerkt tot een boekje van 52 bladzijden, met 65 foto’s (zwart-wit).
Het boekje NON OMNIS MORIAR. Begraafplaatsen in de Baltische Staten is te koop voor
€ 7,50. Ofwel incl. verzendkosten: Nederland € 9,00; België € 10,00
[email protected]
www.atelier-terreaarde.nl