Nieuwsbrief Nr. 27 - januari 2006

Bezoek aan Kortrijk12 dapperen trotseerden het rotweer


Toch 12 moedigen, zelfs Peter Faase vanuit het verre Nederland, trotseerden de eerste sneeuw om kennis te maken met Kortrijk. Ze zullen het zich niet beklaagd hebben want Martin Demedts schotelde ons een meer dan gevuld programma voor.
Na de inleiding ging het naar de O.L.Vrouwkapel. Buiten een immens gevelbeeld van Onze Lieve Vrouw, haar hand op een enigszins eigenaardige wijze openhoudend. Volgens de anekdote kwam een aangeschoten Kortrijkzaan voorbij en die zegde smalende “u zijt vol van genade” waarop het beeld repliceerde “u zijt vol van bier” en hem een oorveeg verkondigde. Binnen de kapel, de zusters hadden op verzoek van Martin hun kapel speciaal opengesteld, werden we geconfronteerd met een prachtig beeld in avennesteen uit de 15e eeuw van een graflegging, balseming en bewening. Vandaar naar de nabijgelegen Leie met de Broeltorens nabij hetgeen indertijd een laag zompig gebied was. Martin gaf hier, naast de reguliere informatie dat er reeds ten tijde van de Noormannen een houten toren stond en dat de huidige torens dateren uit de 14de eeuw, toch weer een funerair tintje aan door te vertellen dat een van de torens ooit diende als dodenhuisje. Vandaar trokken we naar de Kapittelkerk waar we een “kruisoprichting” van Anthony Van Dijck konden bewonderen. Het was een opdracht voor de grafkapel voor kanunnik Roger Braye. Daarnaast een, opgegraven, grafplaat voor Marcus Van Gistel uit de 15e eeuw. Achter het barokke gedeelte van de kerk troffen we nog een gisant aan voor Jean Desclaubes. Het meesterwerk was, naast de opgehangen “gulden sporen”, een prachtige grafsteen voor kanunniken Braye en Peter De Meulenaere. In de grafkapel voor de Graven van Vlaanderen werden we geconfronteerd met 51 tabletten met daarop de afbeeldingen van de souvereinen. De graven van Vlaanderen doen, in de 9e eeuw, hun intrede met Boudewijn I, bijgenaamd “de ijzeren”. Martin citeerde enkele van de meest bekende: Diederik van den Elzas, opgevolgd door Filips van den Elzas. Boudewijn IX en zijn twee dochters Johanna en Margareta van Konstantinopel. Het rijk van de eigenlijke graven van Vlaanderen eindigde in 1384 bij de dood van Lodewijk van Male waarna de Bourgondiërs en later de Habsburgers de souvereinen van Vlaanderen werden. Bij het verlaten van kerk toonde Martin ons nog een beschilderd graf uit de 14e eeuw.
Dan op een drafje naar het museum, dat om 12 uur zijn deuren sloot, om daar van Martin de werkelijkheid rond de slag der Gulden Sporen te vernemen, enigszins anders dan in beschreven in Consciences Leeuw van Vlaanderen. De strijd werd gevoerd door de graaf van Vlaanderen tegen de Franse koning. Het “Vlaamse” voetleger versloeg er de veel sterkere Franse macht dankzij de door de, Nederlander nota bene, Jan Van Renesse uitgezette strategie. In het “vuur van zijn strijd” waagde Martin het zelfs om ons, enig, vrouwelijk bestuurslid An met een “goedendag” te lijf te gaan. Gelukkig zonder veel, zichtbare, gevolgen.
De neerpletsende regen trotserend gingen we naar het begijnhof niet zonder even stilgestaan hebben op de plaats waar zich vroeger het eerste Kortrijkse kerkhof bevond. Het, door Johanna van Konstantinopel, in de 13e eeuw gestichte begijnhof met een uitbreiding in de 17e eeuw krijgt momenteel een hele opknapbeurt. Hetgeen we konden bewonderen, de kapel was niet geopend, bleek meer dan de moeite waard te zijn. Je kunt momenteel zelf in het begijnhof terecht in een “Bed & Breakfast”. De meer dan 2.30 uur durende rondgang werd droog afgesloten in het Kortrijkse stadhuis. We bezochten de prachtige schepenzaal waar indertijd het bestuur zat maar waar ook recht gesproken werd. Martin wees ons hier afbeeldingen van een aantal zonden en daaraan gekoppelde “straffen” zodat het, huidige, schepencollege beseft dat het op zijn tellen dient te passen.
Doornat met heel wat wijzer trokken we naar warmere oorden.
tekst : Jacques Buermans
foto's : Jacques Buermans en Willem Houbrechts