Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Dagboek van een funeraire rondreis door Duitsland en Oostenrijkverslag van Lin Verbeemen


Proloog vrijdag 26/8
Om 14u uit het Belgische vertrokken om uiteindelijk rond 18 u in Eindhoven te geraken. De Lage Landen mogen dan klein zijn, zo’n treinreis kost toch heel wat tijd. Na aankomst zag  Rindert me zoeken op het stationsplein en begeleidde me prompt naar het hotel waar ik amper de tijd kreeg om te bekomen want zes uur in Nederland, dat is etenstijd. Maar Rindert en Jeannette hadden een uitstekende restaurantkeuze gemaakt. Zo kon ik tijdens een gezellige maaltijd kennismaken met enkele andere medereizigers, zoals Wil, Beerend, Marleen en Esther. Eén bijzondere traktatie: het Jazz-weekend in Eindhoven ging uitgerekend die avond van start. Vlak onder m’n hotelraam nog wel, en heb zo tot minstens 2u in de ochtend (gratis) kunnen meegenieten.
Dag 1  zaterdag 27/8
Zaterdagmorgen 27/8: iedereen stipt aan de bus behalve twee reisgenoten die ervan overtuigd waren dat we pas een uurtje later zouden vertrekken. Na vruchteloos wachten zijn we dan maar zonder hen vertrokken in de hoop dat ze ons naderhand wel zouden inhalen. Wat na 165 km inderdaad gebeurde. In Würzburg werden we voor een vrije namiddag losgelaten met de mededeling ‘dat we geen kudde zijn’. Maar we hebben toch lekker in groep een bezoek gebracht aan de Killiansdom met zijn crypte en aan het Neumünster met zijn prachtige plafondfresco’s achter het altaar (moest ik toch even bij gaan zitten). Ook in de Mariënkapelle namen we een kijkje en op advies van Rindert  werden met name de timpanen boven de verschillende uitgangen aan een grondig onderzoek onderworpen. Eén daarvan toonde een wel heel eigenaardige voorstelling van de conceptie van Maria. God lijkt via een buisje met het hoofd van Maria verbonden te zijn, en blaast door een spreekbuis het Jezuskind in het oor van Maria, waar de Heilige Geest-duif het kind naar binnen leidt.
Dag 2 zondag 28/8
De volgende ochtend mochten we vrij op stap richting Hauptfriedhof van Würzburg, dat bijzonder goed onderhouden is en opviel door  enkele typisch-Duitse houten kruisen. Daarna richting Neurenburg met als doel het Johannesfriedhof, ook  Rozenkerkhof genoemd vanwege de beplanting met bijna uitsluitend rozen. Typisch aan dit kerkhof is de uniformiteit. Alleen liggende zandstenen grafmonumenten werden toegelaten om onderlinge concurrentie te vermijden. Natuurlijk probeerden de nabestaanden zich toch nog te onderscheiden, bijvoorbeeld door de bijzondere epitafen waarop vaak de familieleden werden afgebeeld: links van de familievader de zonen en rechts dochters en echtgenote. Vaak meer dan één echtgenote, want er was niet alleen veel kindersterfte maar heel wat vrouwen lieten vaak ook het leven in het kraambed. Indien een van de familieleden stierf voor de familievader, werd er boven de beeltenis van deze persoon een kruisje of doodshoofd afgebeeld.
In de namiddag ging het richting Straubing waar we het Sankt Petersfriedhof bezoeken. Wat nog dateert uit de 15e eeuw en vanwege de sluiting van het kerkhof is het Middeleeuws karakter goed bewaard gebleven. Men is ondertussen druk bezig met de restauratie van stenen monumenten en vooral van de zeer mooie smeedijzeren kruisen die vaak een kastje met deurtjes hebben waarin men soms de sterfdata en beeltenissen van de overledenen kan terugvinden. Via een plaatselijke gids met Nederlandse roots krijgen we de kans om de 3 kapellen, waarvan één met geschilderde dodendans, van binnen te bekijken.
Dag 3 maandag 29/8
Naar Passau, waar ik het Hauptfriedhof aan me laat voorbijgaan en met enkele reisgenoten gelijk naar de ‘Altstadt’ ga. We hadden echter geen dag eerder moeten komen want de bewoners waren nog druk bezig met het ruimen van slijk en water vanwege de overstromingen de week voordien. We besloten eerst een wandeling langs de kade te maken omdat we het punt wilden zien waar de Donau en de Inn samenvloeien. Normaal zou je duidelijk de kleurverschillen kunnen waarnemen maar door de overstromingen was het water overal gewoon bruin. Het kwam tot net onder de kade en er steeg een erge muffe, vochtige geur uit op. Eigenlijk waren we een heel klein beetje ramptoeristen geworden. Rond 11u30 kwamen we de meeste van de andere medereizigers weer tegen aan de ingang van de Dom, voor het dagelijkse orgelconcert, telkens door een andere organist verzorgd. Naar men ons zei is dit het grootste orgel ter wereld, maar dat hoorde ik al eerder in Salt Lake City bij de Mormonentempel. Hoe dan ook, ik vond het schitterend zoals de organist alle mogelijkheden van zijn instrument benutte: het ene moment heel zacht en teder en dan plots met een enorme uithaal. Later op de bus kon Jeannette er precies uithalen wie naar het concert was gaan luisteren want hun haar stond nog recht overeind. Na het concert nog een paar winkeltjes bekeken vooraleer we richting Wenen vertrokken.
Dag 4 dinsdag 30/8
Wenen. Na alle regenellende komt inderdaad zonneschijn want in de Oostenrijkse hoofdstad kwam de voorspelling dat het 27° zou worden uit. Gelukkig hebben we een ‘binnendag’. Die begint in het uitvaartmuseum en voert ons vervolgens naar, in mijn ogen, alle grafkelders die Rindert en Jeannette maar konden vinden. Het uitvaartmuseum was in één woord schitterend. We kregen er de nodige uitleg van een gids. Eén ding is duidelijk: de Wiener en vooral dan de welgestelde inwoners van die stad, hadden vaak last van grootheidswaanzin na de dood. Maar ze waren tegelijk ook verschrikkelijk bang om levend begraven te worden. Niet zonder reden, want volgens statistieken overkwam dat 3% van de overledenen. Om dat te voorkomen werd men gedurende een periode van 48 uur opgebaard met een ingewikkeld systeem van touwen en belletjes als waarschuwing indien er toch iemand zou ontwaken uit zijn diepe slaap. Een andere eigenaardigheid was de Jozefnistische klapkist, een vorm van recyclage avant la lettre, waarbij de overleden in deze kist buiten de stadsmuren werd gebracht en uit het zicht van nieuwsgierigen dan in een kuil gedumpt. Zo werd de kist steeds hergebruikt. Dit gebruik werd echter afgeschaft door de rijke mensen, die dergelijke kisten niet overdadig genoeg vonden. Wim Vlaanderen voegde daar nog aan toe dat in de film ‘Mozart’ de begrafenisscene historisch onjuist is omdat de klapkist toen al niet meer gebruikt werd.
Daarna trokken we richting Stephansdom en catacomben, waar ingewanden en harten van de meeste regerende Habsburgers in urnen bewaard worden. Tijdens de lunch snel naar Sacher gelopen om de wereldberoemde sachertorte te proeven. Is dat een ‘machtig’ stukje taart! Met volle maag naar de Kaisergruft in de Kapuzinerkirche. Hier werden alle gekroonde Habsburgers bijgezet. In grootse sarcofagen gaande van vroege barok tot Jugenstil, waarvan de meeste gemaakt zijn in tin vanwege de zachtheid van het materiaal om te verwerken. De volledige geschiedenis van het Habsburgse rijk ligt hier bij elkaar. Van keizerin Maria-Theresia tot Sissi. De in ballingschap gestorven Keizerin Zita is als laatste in 1989 bijgezet en bij haar was het geld duidelijk op. Haar sarcofaag is zeer eenvoudig en lijkt gemaakt van goedkoop koper. Erg rustig ligt ze daar, maar toch ook niet, want iedereen heeft de neiging om eventjes te kloppen...
In de Augustinerkirche kregen we een niet bijster boeiende uitleg van een in het zwart geklede persoon, met een kruisje op de kraag van zijn jas gespeld. Gelukkig riep Berend ‘wakker worden’. Wat ik wel nog weet is dat achter een zwaar hek met een groot slot de urnen met de ingewanden in een zijkluis van de Georg Kapelle bewaard worden. De ‘houten crypte’ heet dat. Later die dag was er een rondleiding in de Michaelergruft, waar de kisten van de iets minder gefortuneerde Wiener staan. Het bijzondere aan deze crypte is dat de constante temperatuur en een lichte bries in een deel van de ruimte heeft bijgedragen tot mummificering. Zelfs schoenen en kleding zijn zeer goed bewaard gebleven. Die avond trok een deel van de groep naar een Mozartconcert, met diner. Sfeer- en stijlvol.
Dag 5 woensdag 31/8
De volgende dag brengt de bus ons naar het St. Maxer Friedhof; een groen, enigszins overwoekerd kerkhof met een standbeeld op de plaats van het massagraf waar ook Mozart begraven zou zijn.
Vervolgens maakten we een korte stop bij het Friedhof der Namenlosen, een rustpunt in het Weense industriegebied. Hier werden de drenkelingen begraven die in de Donau omkwamen, elk met een identiek kruisje op het graf – met enkele uitzonderingen van mensen die uiteindelijk toch geïdentificeerd konden worden.
Toen kwam het hoogtepunt van deze reis: Het Zentral Friedhof, een reusachtige begraafplaats van 240 hectare, waar om het uur een busje voorbij komt om de bezoekers van punt a naar punt b te brengen. Veel verder dan de graven van componisten zoals Strauss en Brahms en Beethoven, en de president en de in Jugendstil opgetrokken Carlus Borromeuskerk kwamen we echter niet, want het was bijzonder warm in Wenen, die dag. Dankzij onze chauffeur Ruud werd een deel van de groep op de vrije middag die volgde afgezet bij het Hundertwasser Museum, dat is gewijd aan een van Oostenrijks befaamdste hedendaagse beeldende kunstenaars.
Dag 6 donderdag 1/9
Servuss Wien, we verlaten de stad van Sissi en rijden naar Sankt Florian. In dat prachtige barokke klooster leidde een gids ons, onder het motto ‘kijken mag, aanraken niet’ rond in de bibliotheek. Volgende stop op de nu echt begonnen terugtocht was Hallstatt, een dorp dat ligt ingeklemd tussen de rivier en een bergwand en waar het Beinhaus werd bezocht. De schedels van overleden dorpelingen worden hier, na te zijn beschilderd, al sinds vele generaties bijgezet, met vermelding van naam, geboorte- en sterfdatum. Dat gebruik lijkt intussen te zijn beëindigd, want de meest recente schedel dateert van 1983. Vandaar door naar Salzburg.
Dag 7 vrijdag 1/9
Om half negen stipt staan we (de meesten toch, want langslapers zijn er altijd) klaar om in het kielzog van Rindert en Jeannette  het Sebastien Friedhof te bezoeken. En vooral het graf van de Constance, de vrouw van Mozart, die hier  tesamen met zijn vader is begraven - hoewel ze elkaar tijdens hun leven niet konden luchten. Maar helaas voor ons vroege opstaanders: het kerkhof was nog dicht. Dan maar richting St Peters Friedhof waar ik voor het eerst een transi kon bewonderen, een afbeelding van een lijk in staat van ontbinding, soms compleet met wormen. Ook hier veel epitafen waarop de familie uitgebeeld staat, enfin, volledige familiedrama’s. Het kerkhof grenst aan de rotswand van de Mönchberg, met daarin uitgehouwen catacomben. Net voor de ingang daarvan bevindt zich het graf van Mozarts zuster, aan weerszijden bevinden zich tableaux met de afbeelding van een dodendans
Daarna volgt een bezoek aan de Dom, met catacomben waar de geestelijken begraven liggen en met een prachtige moderne stiltekapel. De Dom, met zijn barokke interieur, is op zichzelf ook zeer mooi, maar jammer genoeg werd dat tijdens ons bezoek een beetje ontsierd door de herstellingswerkzaamheden. Daarna gaat ieder zijns weegs, want er is tijd om te gaan shoppen. Winkels die gespecialiseerd zijn in feesten als Pasen en Kerstmis, verdere uitleg behoeft denk ik niet. Nog even de binnenstad bekijken en een doos (zoals later blijkt heel lekkere) Mozartkugeln kopen en dan terug naar het Sebatien Friedhof, Constance gedag zeggen en even door de schitterende arcade lopen.
Epiloog
Zaterdag  2/9 De laatste loodjes. Op de terugweg in Stuttgart afgestapt bij het Hoppenlaufriedhof, een vergane glorie-begraafplaas, met een indrukwekkende joodse sector. Laatste stop: het groene Prager Friedhof, met  enkele spectaculaire Jugendstilgraven en een zeldzame mannelijke pleurante. Ook de uitvinder van de Zeppelin bewezen wij hier de laatste eer. Dat was de laatste halte. We rijden terug naar vertrekpunt Eindhoven en van daar naar huis – met de auto dit keer, toch wel iets sneller dan overstaptreinen. Een beetje moe maar heel tevreden.
Tekst en foto’s: Lin Verbeemen