Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Een bezoek aan ElseneMichael Devisscher bezocht Elsene


De Klare Lijn organiseerde een rondleiding op de begraafplaats van Elsene. Enkele leden van de vzw waren aanwezig en ons lid Michael Devisscher vertrouwde een aantal dingen aan het papier toe.
 
De gidsbeurt van de Klare Lijn, die op aanvraag nog verschillende begraafplaats gidst, ( 
http://www.opbrussel.be/BoordevolBrussel/boordevol.asp?hoofdcategorie=12#43) was interessant en degelijk gedaan, zij het dat je wel merkte dat Lutgarde diverse wandelingen gidst en niet specifiek “gespecialiseerd” was in het funeraire wereldje. (ook enkele andere leden van vzw Grafzerkje merkten op dat de gidsen weliswaar hun best deden maar helemaal niet “zo funerair bevlogen waren dan onze mensen”. Dat te vernemen doet deugd) Hierna volgen enkele losse en oppervlakkige notities, niet meer dan dat.
 
We vernemen dat dit de tweede begraafplaats van Elsene is. De eerste, het oorspronkelijke “kerkhof”, bevond zich rond de kerk nabij het Flageyplein. Dit ligt een eind verder op een heuvel van waaruit je aan één zijde een panorama hebt met onder meer zicht op Watermaal-Bosvoorde. Een deel van de graven ligt op een hellend vlak en daar valt het op dat meer recente grafstenen niet volledig “waterpas” op de bodem liggen, wat doet vermoeden dat ze eerder vroeg dan laat kunnen barsten of beschadigd raken. Op andere, “verse” graven werd serieus wat aarde gelaten. Blijkbaar om ook daar het hellende karakter te effenen? De grafsteen van de “kunstenaar”Marcel Broodthaers (1924-1976) sluit perfect aan bij zijn creaties en is even absurd. Teksten en afbeeldingen aan de voor- en nog meer achterzijde die geen enkele steek houden (winkelopschriften en dergelijke meer). Graf van een zekere Jean-Baptist Moens (1833-1908), houder van de eerste postzegelwinkel te Brussel en patroonheilige van de Belgische filatelisten alsook de veel bekendere beeldhouwer Opvallend tussen de graven her en der het orthodoxe kruis van de Oost-Europeanen die hier begraven werden én worden.
Op het grootste particulier perk treffen we een vergulde wereldbol aan op de laatste rustplaats van prinses Tourandokht Samii (Teheran 1923 – Elsene 1996), geboren Housseinpour, aanhangster van de “baha’ie”, een religie met 6 miljoen adepten.
Twee blauwe punten symboliseren Teheran, geboorteplaats van de prinses, en Haïfa, waar de stichter van deze religie begraven is. Zijn naam, Baha’u’llah, wordt gesymboliseerd door een negenpuntige ster.
Wat verder het beeld van Tijl op het graf van Charles “Tijl Eulenspiegel” de Coster (1827-1879) en enkele meters verder dit van de familie Neuhaus. Begonnen als apothekers, en vervolgens zich gespecialiseerd in het populaire medicijn chocolade. Constant(in) Meunier (1831-1905) (onder meer de bekende mijnwerker op de koperen halve frank doet bij iedereen wel een belletje rinkelen).
Los van het koude weer (misschien nog meer doordat we op ons op zekere hoogte bevinden?) valt toch steeds weer op dat deze dodenakker wel een extra mistroostige indruk nalaat doordat het grijs van het merendeel van de grafzerken nog wordt versterkt door het grijs van de kiezelsteentjes die overal de ondergrond vormen. Enkel op het gedeelte waar voldoende bomen en ander groen werd voorzien is het minder troosteloos. Niettemin, al snel wordt onze aandacht weer aangewakkerd door de rijke monumentencollectie van het ereplein op de begraafplaats dat volledig in het teken staat van het Belgische leger. Dit wordt aan één zijde geflankeerd door een mooi symmetrisch geheel van grafzerken met op iedere hoek een levensgrote bronzen soldatenfiguur. In het midden van het plein ook enkele klassieke, uniforme grafzerken maar daarrond soms bombastische, maar steeds esthetisch zeer aantrekkelijke monumenten met meestal uitvoerige tekst én bijhorende verklaringen. Bij één grafkapel staan we langer stil want daar wordt aan weerszijden de tragische heldendood van de overledene geïllustreerd én natuurlijk om geen misverstanden te laten ontstaan ook hier verklarende én stichtende teksten waarbij onder meer geciteerd wordt uit een brief van onze frontheld dat “het beter is te sterven op 23-jarige leeftijd voor het vaderland dan een lang en egoïstisch leven te leiden”. Elders symboliseert een gevallen adelaar een gesneuvelde piloot. Vlakbij en onopvallend voor de toevallige passant is er het eenvoudige graf waar Victor Horta (1861-1926) ligt nadat we eerder het graf van zijn “petekind” Marcel Rau tegenkwamen en van de stichter van Spullenhulp Abbé Edouard Froidure (1899-1971). Het graf van componist Arthur de Greef (1862-1940) wordt onbesproken voorbijgelopen, dit van de schilder Antoine Wiertz (1806-1865) vermeld maar niet bezocht. Daartegenover staan we wel even stil bij dit van Eugene Ysaye (1858-1931), onder meer bekend gebleven als leermeester van Koningin Elisabeth. We eindigen nog bij de graven van enkele notoire “shopkeepers”: de brouwers Wielemans en de familie Delhaize. Tot slot nog het door Horta ontworpen graf van Solvay. Opvallend ook de naakte manspersoon die klaarstaat om de levensdraad door te knippen en een nog gedeeltelijk blinkende haan hoog tronen op het graf van één of andere wallingant. Er lijkt nog een plaatsje aan de overkant vrij, dus indien iemand bereid is én de middelen heeft daar de ondergrond te verkennen en boven hem (of haar) een Vlaamse leeuw te plaatsen die dubbel zo groot en hoog is zou dit een mooi ensemble geven.  
Tekst en foto 's : Michael Devisscher