Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

ASCE – bijeenkomst in Berlijn op 22-24 september 2005Rudy D’Hooghe was ter plaatse en maakte een verslag


De bijeenkomst werd ditmaal georganiseerd door de Protestantse Kerkgemeenschap van Berlijn. Martin, de initiatiefnemer, heeft gedurende meerdere jaren als landschapsarchitect zelf meegewerkt aan de heraanleg van enkele Oost-Berlijnse kerkhoven. Kerkhoven die na jaren verwaarlozing volledig waren dichtgegroeid. Er werden opnieuw paden vrijgemaakt en een aantal monumenten werden op een conserverende manier aangepakt. Helaas ook daar meer roepingen dan geld.
 
De studiedag (Rudy D’Hooghe rechts onderaan, zittend, midden met witte T-shirt – allez de schoonste van het gezelschap) zelf bestond uit een combinatie van voordrachten en workshops. Sprekers waren collega’s uit Berlijn, Milaan, Denemarken, Granada, Barcelona en York.

In de workshops hadden we het onder meer over het hergebruik van oude monumenten op grondgraven rond een bepaalde kathedraal in Noorwegen. Om de rust van de oorspronkelijke bewoners niet te verstoren schuift men gewoon “pizzaboxes for ashes” met een hoogte van 7 cm onder het monument. Een extra naamplaatje wordt op het monument gekleefd. Zo gaat er niets van de geschiedenis van die gemeenschap verloren en brengt men toch nieuw leven en nieuwe financiële middelen in een omgeving die anders tot verwaarlozing zou gedoemd zijn.

Ook de biologische diversiteit van een begraafplaats kwam uitvoerig aan bod. Op begraafplaatsen vind je niet enkel de geschiedenis van je stad op een bijzondere manier terug, je treft er ook vaak een unieke natuur. In de steeds voller wordende steden begint men stilaan te beseffen dat ook begraafplaatsen een belangrijk deel uitmaken van de groene longen van een stad.

Vooral in Noord-Europa is de natuur een belangrijke medespeler binnen de begraafplaatsen, in Zuid-Europa primeert dan weer de architectuur. Zoals vaak situeert Vlaanderen zich ergens tussenin met toch een waardevol funerair patrimonium en ook behoorlijk wat groen binnen de begraafplaatsen van onze grotere steden.

Overal in Europa wordt crematie gestimuleerd, vooral via tariefreglementen. Steeds meer wordt effectief rekening gehouden met de kost van een lijkbegraving op lange termijn. In veel gevallen is er gewoonweg geen vertering en kampt men na meer dan honderd jaar begraven op dezelfde plaats met overvolle gronden. Dit wordt een zeer duur probleem. In Berlijn duiken reeds tarieven op tot 10.000 EUR voor een lijkbegraving in de grond met een concessie van 20 jaar op. In Italië voorziet de wetgeving voor nieuwe begraafplaatsen in systemen die het regenwater samen met het lijkvocht moeten opvangen en zuiveren. Dit leidt tot een ernstige meerkost die dient te worden doorgerekend naar diegenen die kiezen voor een lijkbegraving. Nu dat men in Vlaanderen strenge milieunormen heeft opgelegd voor de crematoria, gaan er tevens stemmen op om de impact van lijkbegraving op het milieu eens wat nader te bekijken.

De Londense begraafplaatsen kampen dan weer met een plaatsgebrek. Dit door een wet uit 1850 die lijkopgravingen verbiedt. Er zou momenteel nog slechts begraafruimte zijn voor de komende 4 jaar. In Denemarken zit men dan met het tegenovergestelde : hier beschikt men over begraafruimte voor 55 miljoen mensen terwijl Denemarken slechts 5 miljoen inwoners telt. Hier werkt men steeds meer met “diversity in use”. De begraafplaats wordt opgesplitst in drie gedeeltes : een parkgedeelte, een historisch gedeelte en een nieuw begraafgedeelte dat voldoet aan de hedendaagse normen.

Milaan besliste om geen oudere grafkelders meer te gebruiken. In de plaats voorzagen ze een bouwproject van meer dan 1 miljard BEF dat ruimte biedt aan 4600 bovengrondse grafkelders en meer dan 30.000 columbariumnissen.

Om efficiënter te kunnen werken, richtte Granada een stadsbedrijf op om de begraafplaatsen te runnen. De concessietermijn werd daar terug gebracht van eeuwig naar 99 jaar en inmiddels naar 75 jaar en niet hernieuwbaar. Ook de Vlaamse decreetgever zou dit eens ernstig moeten overwegen. Dit kosteloos hernieuwen in schijven van 50 jaar zadelt de stadsbesturen op met een al te hoge financiële aansprakelijkheid. Denken we maar aan sectie R op de begraafplaats Sint-Amandsberg waar de kost van de renovatie van 496 grafkelders die aan het instorten zijn geraamd wordt op 3 miljoen euro.

In Stockholm gaat 0,07 % van je inkomen rechtstreeks naar de werking van de begraafplaatsen, in Barcelona betaalt de effectieve gebruiker de rekening, ook die van het algemeen groenonderhoud. Ook hier weer situeert onze begraafcultuur zich in het midden. Ook uit IJsland was er een vertegenwoordiging. Daar kan je een totaalpakket kopen voor je toekomstige herdenking, onderhoud van het omgevingsgroen inbegrepen. Stockholm denkt aan een banksysteem dat voldoende geld voor jou bijhoudt voor 25 jaar groenonderhoud post mortem.
Tijdens de werkbezoeken toonde Martin de vergeten Oost-Berlijnse kerkhoven die met beperkte middelen opnieuw structuur en conserverende ingrepen kregen. ’s Namiddags bezochten we een prachtige bosbegraafplaats uit 1919 in Stahnsdorf ten Zuidwesten van Berlijn. Ondanks de immense oppervlakte van 206 ha kennen ze momenteel nog slechts 400 lijkbegravingen per jaar. Ter vergelijking : Gent kent momenteel nog 900 lijkbegravingen per jaar.

In 1961 kenden ze nog 10 begravingen per dag en werkten er 150 personeelsleden. Nu werken er nog 30 personeelsleden. Vanzelfsprekend wordt er voor een extensief onderhoud gekozen. Sedert 1989 investeerde de Protestantse Kerkgemeenschap reeds meer dan 6 miljoen euro in deze begraafplaats. Momenteel wordt er naar gestreefd om de Friedhofsbahn van Berlijn naar deze begraafplaats her aan te leggen. Van 1961 tot 1989 werd die immers onderbroken door de Berlijnse muur waardoor deze begraafplaats werd afgesneden van zijn bevolking.

Sedert september 2005 worden hier urnen begraven aan de voet van een boom, concessieprijs voor 20 jaar voor 4 urnen : 1800 EUR, naamplaat inbegrepen. Voor een land dat vooral anonieme urnenweiden kent een interessante koerswijziging. Veel heeft natuurlijk te maken met het zoeken naar extra inkomsten. Zij werken momenteel al samen met externe sponsors, zoals Lotto. Verder organiseren ze er concerts, nocturnes (“de lange nachten”), cultuurvoordrachten en sightseeings. Allemaal positieve initiatieven die pogen de burger opnieuw bij zijn begraafplaatsen te betrekken.

Tekst en foto's : Rudy D’Hooghe