Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Allerzielen Louis Van Dyck staat stil bij Allerzielen


Het wordt zo wat een jaarlijkse traditie: Louis Van Dyck staat stil bij Allerzielen.
 
Tijdens de begrafenismis herinnerde een tienermeisje er aan dat haar oma zoveel en zo graag heeft gebreid: een sjaal, sokken of een trui. Al de kinderen en kleinkinderen dragen wel iets dat oma heeft gemaakt. “Ik heb een trui” zie ze “en telkens als ik hem in ’t vervolg zal aantrekken zal ik iets van jouw warmte voelen oma”. Een prachtige liefdesverklaring.
 
Hierbij een foto genomen op een sombere oktoberdag. Toch eens even rondkijken op de begraafplaats. Een mooi gebeeldhouwde zerk van een straatzanger valt meteen op langs de hoofdlaan. Zelfs het hulpje met de bedelhoed ontbreekt niet. Het waren zangers die van markt naar markt trokken. Zij legden de ziel van het volk bloot, heel anders dan de “geleerde” muziek. Zij zongen over amoureuse onderwerpen zoals over “Marie die ’t nog niet kende” of drama’s als: “de meid met den bloedenden vinger.” “Zing nog eens over Lisieux” vroeg een kind. En hij zong: “ferme tes jolis yeux” zo lees ik in het levensverhaal. Aandoenlijk lief! Bij he bekijken van het kruisbeeld denk ik ongewild aan de reklameslogan van de spijkerfabriek Van Leeuwen in Nederland: een reuze kruis boven op het dak waarop een Christusfiguur gespijkerd, met onderschrift: “dank zij Van Leeuwen hangt Hij hier al eeuwen.”

Slotgedachte: Funeraire archeologie leent zich niet gemakkelijk tot gesprek. Veel eenzaamheid in de branche.

Allerzielen 2005. 
Tekst:  Louis Van Dyck