Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Amsterdam, een meevallerverslag van de driedaagse


Voor de driedaagse funeraire trip naar Amsterdam mochten er wel wat meer deelnemers van Vlaamse kant zijn geweest maar dankzij de publicatie in het blad van onze Nederlandse vrienden van de Terebinth kon de driedaagse toch nog op wat belangstelling rekenen. Gestart werd met de begraafplaats van Ouderkerk aan de Amstel. De heer Cortissos vertelde allereerst de geschiedenis van de begraafplaats. In 1614 werd hier begraven en sindsdien werd er nooit geruimd. Op 4 hectare liggen meer dan 27000 personen begraven. De heer Cortissos vertelde dat zonder de holocaust de dodenakker nu vol geweest zou zijn, nu is er nog voor zo’n 80 jaar plaats ook al doordat er momenteel jaarlijks slechts 7 à 8 begrafenissen plaatsvinden. Meer dan 6000 graven werden in kaart gebracht. Daarvan zijn er 1000 hersteld. Een van de problemen is dat niemand exact weet hoe de prachtige grafstenen te reinigen. Onze gids stelde heel gevat: “onze problemen komen van boven en daarmee bedoel ik niet “de hemel” wel de zure regen”. Nadien maakten we een rondgang langs de graftombes. Sommigen bevatten bijbelse taferelen en vele bezoekers zagen voor het eerst zulke prachtig uitgewerkte beelden op een joodse begraafplaats. We passeerden langs het rodeamentoshuis, waar vroeger de lijkwassing plaatsvond en dat vlak bij het water gelegen was. De aanwezige waren zeker geïnteresseerd, getuige de vele vragen die aan de heer Cortissos gesteld werden.
 
Zaterdagmorgen was Zorgvlied aan de beurt. Onze gids was Peter Faase, lid van onze vzw
Grafzerkje. Hij kreeg bijstand van een levende encyclopedie, André Evers – wat een kennis bezit deze kerel -, en Cees Florie. Peter vertelde dat de begraafplaats door de bekende tuinarchitect Jan David Zocher werd  aangelegd en, in 1870,  in gebruik genomen. In 1892 werd de begraafplaats uitgebreid door Louis Paul Zocher, zoon van. Cees Florie vulde aan met te vertellen dat latere uitbreidingen niet meer in de stijl van Zocher waren, maar meer zakelijk met paden in rechte lijnen. Dit werd uitgevoerd door tuinarchitect C.P. Broerse. Dan vertrok de tocht langsheen de talrijke beroemdheden die deze dodenakker rijk is. Gestart werd bij Eduard Cuypers, architect en de neef van de beroemde P. Cuypers, architect van het Centraal station en het Rijksmuseum. Via de bekende actrice en Beppie Nooy en acteur Leen Jongewaard, misschien meest bekend van zijn vertolking in “Ja Zuster, Nee Zuster” trok het gezelschap naar de laatste rustplaats voor Adolf Wilhelm Krasnapolsky, van het gelijknamige hotel. Bij het mausoleum voor Oscar Carré, circusdirecteur en oprichter gelijknamig theater kregen we nuttige informatie van Cees Florie die het mausoleum gebouwd door J.P.F. Van Rossum & W.J. Vuyk, die ook de architecten waren van het circustheater Carré restaureerde. Hij wist te vertellen dat Carré dit mausoleum liet bouwen voor zijn, in 1891 bij een treinongeluk, omgekomen vrouw Amalia Salamonski. Ook de resten van Oscar Carré en zijn tweede vrouw Ada Graham en zijn derde vrouw Edith Maud Adams rusten in het familiegraf. Omdat dit verbouwd moest worden werd Carré tijdelijk bijgezet in de Grote Kerk te Kopenhagen. Cees vertelde dat er in totaal zo’n 12 kisten én een prachtig borstbeeld van Amalia is de grafkelder te bezichtigen zijn. Vandaar naar het mausoleum voor plantagehouder Dorrepaal met engel die neerknielt en bij wijze van eerbetoon een lauwerkrans neerlegt. Bij het graf voor beeldhouwer Hildo Krop met het beeld "De eeuwige vrouw" van zijn hand legde Cees Florie uit dat Krop dikwijls een deel van het beeld metselde en dat andere delen er op geplaatst werden als een soort “stuckwerk”, een probleem bij restauratie zo stelde hij. Via het graf voor Louis "Loe" Lap, joods handelaar van een bekende dumpzaak mijn als devies
"Wat Lap lapt, lapt Lap alleen" trokken we naar de slechts twee dagen geleden begraven Joop
Doderer, bekend als vertolker van Swiebertje. En dan kwamen we aan bij het “In Paradiso”, een ruimte voorzien voor grafmonumenten die elders op de begraafplaats niet zouden kunnen door hun afmetingen of door de aard van het monument.
 
Blikvanger was hier zeker Herman Brood, zanger bij Cuby and the Blizard en bij Herman Brood and his Wild Romance. Herman Brood was ook schilder. Hij kwam aan zijn eind door van het dak van het Hilton Hotel in Amsterdam te springen. Opvallend was wel dat “In Paridiso” bevolkt werd door een groot aantal “criminelen”. Een enorme gorilla met kind op het graf van onderwereldfiguur Jules Leo Jie.
Op onze weg terug, we moesten plaatsmaken voor de enorme belangstelling die er was voor de teraardebestelling van regisseur Willem van de Sande Bakhuyzen, kwamen we nog voorbij Ischa Meijer, schrijver, journalist en acteur en Annie M.G. Schmidt, schrijfster. Zij is bekend van “Abeltje”, “Jip en Janneke”, “Minoes”, “Pluk van de Petteflet” en “Ja zuster, nee zuster”. Eindigen deden we bij het graf voor Manfred Langer, voorvechter van de emancipatie van de homobeweging. Zijn begrafenis had hij zelf geënsceneerd. Duizenden hadden zich verzameld rond de roze kist. Geëscorteerd door politie te paard en 20 witte limousines werd de kist in een roze Chevrolet via zijn discotheek iT naar de begraafplaats gereden. Daar krijgt iedereen een flesje whisky of vodka met het verzoek dit leeg te drinken en het flesje in het graf te werpen. De deelnemers aan de rondleiding moesten het zonder drank doen.

Voor de “die hards”, what’s in a name?, ging Peter Faase met ons nog naar Vredenhof. Na wat zoekwerk vonden we zanger Johnny Jordaan en accordeonist Johnny Meijer. Voor wat een bezoeker “de schande van deze begraafplaats” noemde moesten we niet op zoek. Een enorm grafmonument met paarden kreeg Cor Van Hout, de ontvoerder van bierbrouwer Heineken. Hij ligt naast een andere gangster Gijs van Dam. Vandaar naar Buitenveldert waar we de laatste rustplaats voor cabaretier Wim Sonneveld en zijn levensgezel Hubert Jansen, tekstschrijver en accordeonist Harry Mooten aantroffen.

Zondag werd deze driedaagse beëindigd met een bezoek aan de Nieuwe Ooster. Gerard Defourny was onze gids en, zeker voor wat de bomen en de struiken betrof, werd hij bijgestaan door Wim Vlaanderen. De begraafplaats is van de hand van Springer en veel ruimer opgevat dan Zorgvlied. Allereerst brachten we een bezoek aan het crematorium met zijn prachtige muurschilderingen van de hand van Albert Muis. De rondgang startte bij Jacques Perk, dichter van grote invloed op de Tachtigers. In 1900 overgebracht van de Oude Oosterbegraafplaats. De zerk werd in België vervaardigd. Op het graf Rädecker een beeldje van hun zoon Anton Rädecker dat de soberheid en de verbondenheid van man en vrouw voorstelt. We passeerden een grafmonument voor de bemanning van een, in 1981, neergestortte Fokker Friendship. Gerard Defourny stond ook stil bij de verschillende types van begraven. Hier wordt, iets wat in België onbekend is, in algemene graven drie hoog begraven. Gerard toonde ons ook de, lelijke, betonnen graven waar, in de toekomst, liefst vijf hoog zal begraven worden. Wat wel mooi is zijn de diverse mogelijkheden om urnen in te begraven. Naast kelders zijn daar mooie urnenmuren en zal er dra, op een vijver, de mogelijkheid komen om urnenkelken te plaatsen. Echt origineel. Een monument van Hildo Krop, de verzinnelijking van de arbeidersbeweging, stond op de laatste rustplaats voor karikaturist en ontwerper van affiches Albert Hahn. Origineel was ook het voetbalveld met de bal op de middenstip op het graf voor voetballer Stephen van Dorpel, die omkwam tijdens een vliegtuigongeval met een jongerenploeg. Na de “bungalow” voor de zigeunerfamilie Petalo, een echt onding, troffen we een juweeltje van een grafmonument aan op het graf voor portretschilderes Thérèse van Duyl-Schwartze. De tombe werd ontworpen door haar zuster Georgine. In de jaren '60 overgebracht van Zorgvlied. Ten slotte Everhardus Johannes Potgieter, dichter en schrijver en George F. Westerman, dier- en plantkundige en de oprichter van Artis. De hond als belichaming van trouw is een ontwerp van Jacob F. Klinkhamer en werd uitgevoerd door de Antwerpse beeldhouwer Jacques Verdonck. Het bezoek werd afgesloten bij een koffie met gebakje waarbij nog kon nagekaart worden over deze geslaagde driedaagse.

tekst en foto's : Jacques Buermans.