Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

BalticsRindert Brouwer bezocht de Baltische staten, deel twee


Ons lid Rindert Brouwer en dé stuwende kracht achter de buitenlandse activiteiten van de Terebinth bezocht de Baltische staten en de begraafplaatsen aldaar. Hij bezorgde ons, in feuilletonvorm, de neerslag van zijn ervaringen.
 
Feuilleton deel 2
 
LITOUWEN - VILNIUS
 
inleiding
 
Het stadsgebied van Vilnius telt zo’n 20 begraafplaatsen, waarvan de meeste kleine wijkbegraafplaatsjes zijn. Een drietal begraafplaatsen hebben van het departement Culturele Erfgoedbescherming van het Ministerie van Cultuur een beschermde status gekregen. Het zijn de drie oudste begraafplaatsen van Vilnius: Rasų kapinės (Rasos begraafplaats) uit 1801, Bernardinų kapinės (St. Bernhard begraafplaats) uit 1810 en Antakalnio kapinės (Antakalnis begraafplaats) uit 1809.
De twee oudste begraafplaatsen, Rasos en St. Bernhard, zijn praktisch onveranderd gebleven. Na de Tweede Wereldoorlog ontwikkelden zij zich niet verder, omdat ze gesloten werden door de Sovjetregering met de bedoeling ze te ruimen. Op Allerzielen werden de bezoekers door de KGB bespioneerd, omdat de dodenherdenking vaak aanleiding gaf tot vaderslandslievende manifestaties. Na de onafhankelijkheid in 1991 werd het begraven in familiegraven weer toegestaan, terwijl Antakalnis de begraafplaats werd voor de gesneuvelde helden van de onafhankelijkheidsstrijd en van Litouwse kunstenaars, wetenschappers en vooraanstaande figuren.
De begraafplaatsen in Vilnius hebben een duidelijk katholieke signatuur, het kruis overheerst. Litouwen is zeer christelijk en overwegend katholiek. Dat is terug te vinden in de vele kerken in Vilnius, die zeer druk bezocht worden en waar zoveel gebeden wordt voor de zielen van de overledenen, dat het niet meer hoeft op de begraafplaats, waar het dan ook niet erg druk is.
Om de begraafplaatsen in Vilnius te bezoeken, zul je over goed schoeisel en een goede adem moeten beschikken, want ze liggen bijna allemaal op een zeer heuvelachtig terrein. Buiten de hoofdpaden is er weinig structuur te ontdekken. Het gras staat hoog, het zevenblad woekert en de graftekens zijn verwaarloosd, waardoor het geheel een chaotische indruk maakt, maar ook een romantische plaatje oplevert.
 
RASŲ KAPINĖS (Rasos begraafplaats)
 
De Rasos begraafplaats ligt het dichtst bij het centrum en is vandaar uit gemakkelijk te voet te bereiken. Ga voor het treinstation (stotis) naar links, rechts onder de tunnel door, direct links en je komt vanzelf op de Rasų gatvė, aan welke weg de begraafplaats op no. 32 is gelegen. Bovendien zie je dan dat de fraaie restauratie van de stad zich tot nu toe alleen beperkt heeft tot het centrum.Zelfs wegverharding ontbreekt hier en daar.
De begraafplaats, die in de wijk Rasos ligt, wordt door de P. Višinskio gatvė in twee delen gesneden, de oude en de nieuwe Rasosbegraafplaats. Het verkeer raast er tussendoor, je moet bij het oversteken goed uitkijken om geen kandidaat voor de begraafplaats te worden. De totale oppervlakte bedraagt 10,8 ha.
 
Pools.
 
Bij de hoofdingang van de begraafplaats staan een paar kraampjes. Men verkoopt er kaarten, religieuze snuisterijen en het onvermijdelijke barnsteen. Ik koop er een brochure over de begraafplaats, in het Pools: Cmentarz Rossa w Wilnie. Opmerkelijk is dat alle boeken over de Rasosbegraafplaats alleen in het Pools zijn verschenen. Hoe komt dat? Het blijkt maar weer eens: op de begraafplaats leer je de geschiedenis kennen. In de loop van de geschiedenis zijn er veel connecties geweest tussen Litouwen en Polen. Het begon er al mee dat de Litouwse grootvorst Jogaila met Polen een verbond sloot tegen de Duitse Orderidders, in 1386 koning van Polen werd, zich liet dopen en in 1387 het rooms-katholicisme in Litouwen invoerde. In 1569 ontstond het Pools-Litouwse Rijk met een gezamenlijke koning, waarna een verregaande polonisering van Litouwen plaatsvond. De Poolse adel en de Poolse kerk domineerden en pas na 1795, toen Litouwen een provincie werd van het tsaristische Rusland, werd de Poolse invloed geleidelijk aan geëlimineerd en vervangen door allerlei Russische sociale en politieke instellingen.
Na de Eerste Wereldoorlog maakte Polen echter weer aanspraak op Vilnius en omstreken. In de strijd om onafhankelijkheid werd Vilnius tussen 1918-1920 achtereenvolgens Litouws (op 16 februari 1918 werd ‘het herstel van de onafhankelijke staat Litouwen op democratische grondslagen met als hoofdstad Vilnius’ uitgeroepen), Pools, Litouws, Russisch, Litouws (op 07.10.1920 werd Vilnius in het verdrag van Suvalkai aan de Litouwse staat toegekend), maar toch Pools, want op 09.10.1920 bezetten Poolse troepen onder generaal Zegilowski Vilnius en de regio. De Volkerenbond kon het probleem niet oplossen en zo bleef Vilnius met zijn regio tot het begin van de Tweede Wereldoorlog bij Polen. De provisorische hoofdstad van de eerste onafhankelijke republiek Litouwen (1920-1940) werd Kaunas.
Blijkbaar hebben de Polen de Rasosbegraafplaats altijd gebruikt voor hun doden. Op andere begraafplaatsen in Vilnius komen we dat Poolse accent minder tegen. Dat alles verklaart waarom de boekjes in het Pools zijn, waarom we zoveel Poolse namen op de graven tegenkomen en waarom er op een aantal graven Groby Rodzinne staat, wat Pools is voor ‘familiegraf’.  De pas verworven brochure biedt in elk geval een plattegrond en wat foto’s, zodat we weten waar we op moeten letten.
 
Geschiedenis
 

 
Rasos, de oudste begraafplaats van Vilnius, werd gesticht in 1801 in het zuidoostelijke deel van de stad als de parochiebegraafplaats van de Missiekerk. Eens stond er een oude heidense tempel, gewijd aan de Litouwse godin Rasa (dauw), en was er een kleine pestbegraafplaats. In de 19e eeuw, toen de kerk werd gesloten, kwam de naam Rasosbegraafplaats in zwang. Ook de wijk kreeg de naam Rasos. De begraafplaats werd aangelegd in de Ribiškės heuvels. Bij de stichting was er geen ontwerp voor de begraafplaats, het heuvelachtige landschap oefende de grootste invloed uit op de aanleg van de grafvelden en de graven. De paden en paadjes ontstonden vanzelf. Tot op de dag van vandaag is dat ordeloze en chaotische patroon gebleven. Vanaf de toppen van de heuvels heb je een prachtig uitzicht op de delen die in de dalen liggen. Het rommelige beeld met de grote verscheidenheid aan graftekens in steen, beton, smeedijzer en gietijzer maakt de begraafplaats overigens wel romantisch.
In het begin van de 19e eeuw werden er twee columbaria gebouwd, waar tot vijf hoog kisten in konden worden bijgezet. In het midden van de 20e eeuw zijn ze echter wegens bouwvalligheid gesloopt. In 1850 werd een neogotische begraafkapel op de begraafplaats gebouwd naar een ontwerp van architect Tomas Tyszecki, waaraan in 1881 een klokkentoren werd toegevoegd als vervanging van een houten exemplaar. Architect Julian Januszewsky ontwierp de toren.
In 1812 brandde de houten omheining van de begraafplaats af. In 1820 werd een stenen muur geplaatst samen met het huis voor de beheerder. Het onderste deel van de muur bestaat nog steeds aan de noordelijke en oostelijke kant. Een aantal bouwwerken werden gerenoveerd of gereconstrueerd in de afgelopen jaren, zoals delen van de muur, het beheerhuis en de ingangspoort.
De hele Rasosbegraafplaats zou in de tachtiger jaren van de 20e eeuw geruimd worden, omdat de Sovjetautoriteiten op die plaats een autoweg hadden gepland. Een perscampagne, geleid door de Poolse krant Czerwony Sztandar (Rode Bannier) en economische moeilijkheden hebben de ruiming weten te voorkomen.
Een oudere Litouwse man probeert ons met boze gebaren duidelijk te maken dat men de oude monumenten wil slopen. Of bedoelt hij dat die oude troep weg moet? Elders op de begraafplaats is men aan het restaureren. Gelukkig maar, want zo’n fraai stuk tweehonderd jaar oude geschiedenis mag natuurlijk niet verdwijnen. Dat men aan her redden is, blijkt ook uit het feit dat 164 architectonisch, historisch en artistiek waardevolle grafmonumenten op de monumentenlijst staan.

Oorlogsgraven


Op de Rasų kapinės zijn ook een aantal erevelden voor Poolse en Litouwse soldaten en/of verzetsstrijders. Links voor de ingangspoort en nog buiten de eigenlijke begraafplaats ligt een Pools ereveld van 0,2 ha, dat in 1920 werd aangelegd voor de Poolse soldaten die in de stad waren gesneuveld tijdens de Pools-Russische oorlog van 1919-1921, waarbij de grenzen tussen de Russische Sovjetrepubliek en de Tweede Poolse Republiek werden bepaald. De Poolse president Józef Piłsudski had een Oost-Europese federatie van Polen, Litouwen en Oekraïne voor ogen, geleid door Polen als een bolwerk tegen het Duitse en Russische imperialisme. Hij kwam in conflict en in oorlog met de Bolsjewieken, die inmiddels in Rusland de overhand hadden gekregen. De oorlog eindigde op 18 maart 1921 (Vrede van Riga) met de verdeling van de bevochten gebieden tussen Rusland en Polen, waarbij Vilnius en omstreken Pools werden.
Het Poolse ereveld werd in 1935-1936 herbouwd door Wojtiech Jastrzębowski, die ook het project rond Piłsudski’s graftombe realiseerde. De reeds genoemde Józef Piłsudski (1867-1935), geboren in de buurt van Vilnius, ontwikkelde zich tot een Pools staatsman, die in 1918 het eerste staatshoofd werd van de Poolse Republiek en tevens als maarschalk opperbevelhebber van de strijdkrachten. Zijn hart lag blijkbaar toch in Vilnius, want na zijn dood werd zijn lichaam dan wel bijgezet in de Wawelkathedraal in Krakau, maar zijn hart kwam te rusten onder de zwartgranieten grafplaat, op een plateau in het midden van het Poolse ereveld. Op de steen, waaronder ook zijn moeder Maria († 1884) rust, staat een Pools gedicht en het opschrift MATKA I SERCE SYNO (moeder en het hart van haar zoon). Het was zijn wens dat deze tekst op de steen vermeld zou worden en niet de namen.Desalniettemin weet iedere Pool wie hier liggen en is de plaats een bedevaartsoord, waar constant bloemen, kransen met linten in de Poolse kleuren en kaarsen worden geplaatst en ververst. Tot 18 september 1939, toen het Rode Leger de stad binnenviel, stond er constant een erewacht bij het Poolse ereveld. Drie onbekende soldaten, die weigerden hun wapens in te leveren aan de Sovjets, werden ter plekke geëxecuteerd en rusten nu naast maarschalk Piłsudski. Op een deel van het ereveld liggen Poolse soldaten, die vielen tijdens de Tweede Wereldoorlog. Hun graven, die na de oorlog werden geruimd, werden in 1993 herbouwd door de Poolse staat.
Ook in het noordelijke deel van de nieuwe Rasosbegraafplaats aan de overkant van de weg liggen Poolse soldaten, maar ook Litouwse vrijwilligerssoldaten van het Litouwse leger, die sneuvelden voor de onafhankelijkheid in 1919-1920. Op het grafveld staat een hoge zuil en tegen de wand staat een modern vormgegeven Piëta.

Graven en grafmonumenten


De enige structuur die op de begraafplaats valt te ontdekken is die van de graftekens. De grotere monumenten en mausolea liggen in de omgeving van de ingang en de begraafkapel, het centrale gedeelte dus. Hoe verder je van de ingangspoort afkomt, hoe eenvoudiger de graftekens worden. Het nieuwe deel, aan de overzijde van de P. Višinskio gatvė, heeft de eenvoudigste grafmonumentjes. Helemaal achteraan loop je vast in het hoge gras.
Net zo min als de begraafplaats is aangelegd volgens een bepaald plan, is er sprake van een bepaalde stijl bij de grafmonumenten. De oudste nog aanwezige graftekens stammen uit het eind van de 19e eeuw. Alle stijlen die de afgelopen honderd jaar werden gebruikt, zijn wel ergens terug te vinden.
En of het nu gaat om neogotiek, neorenaissance, classicisme, Jugendstil, moderne vormgeving of folkloristisch houtsnijwerk, het harmonieert allemaal uitstekend.
Direct links van de hoofdingang ligt de zogenaamde ‘literaire heuvel’, de heuvel van de kunstenaars, schrijvers, componisten, schilders en architecten. Onder hen heeft Mikalojus Konstantinas Čiurliones (1875-1911) het toch wat verder gebracht dan alleen nationale roem. Hij was een verdienstelijk componist en schilder. Hij schreef ca. 300 composities en maakte ca. 300 schilderijen. Dat hij beide kunsten beoefende, is duidelijk uit zijn schilderijen af te leiden. De titels zijn vaak muzikale termen, zoals prelude, fuga en sonate en de taferelen, geschilderd in een symbolistische stijl, zijn gecomponeerd op het melodische ritme van lijnen en met een harmonie van kleuren.
Interessant is zijn schilderij van de begraafplaats in Zemaitija, in het noorden van Litouwen. Op het schilderij staan een aantal houten ‘huisjes’ op palen. Op Rasos vinden we op het nieuwe deel, net aan de overkant van de weg in het noordelijke puntje, daarvan ook een voorbeeld. Het huisje hoog boven op de paal bevat gesneden heiligenfiguren. Zou deze vorm van grafteken vroeger vaker zijn gefrequenteerd in Litouwen? Ook op de ‘literaire heuvel’ staat een paal met een dakje, dat aan dit fenomeen doet denken; onder het afdakje schuilt een Jezus-op-de-koude-steen. Dergelijke houtgesneden figuren van Jezus-op-de-koude-steen kom je trouwens vaker tegen, niet alleen op de begraafplaatsen van Vilnius, maar ook op die van Warschau en vooral in de souvenirwinkeltjes en op de marktkraampjes van beide landen. Twintig jaar geleden brachten wij er al eens een mee uit Polen. Op de Antakalnis begraafplaats zet de literaire heuvel zich voort.
Rechts van de hoofdpoort ligt de grote sarcofaagvormige tombe van W. Korwin-Milewska. Naast elkaar staan het uiterst modern vormgegeven mausoleum van de familie Gimbuttów (groby rodzinne, Pools voor familiegraf) en de neorenaissancistische grafkapel van de familie Mączyńskich. Verschillend, maar niet detonerend. Elders staan nog twee op een columbarium lijkende bouwsels, een voor nonnen (siostra) en de ander voor de familie Vileišis, waarvan de Litouwse ingenieur van wegen, spoorwegen en bruggen Petras Vileišis (1851-1926) enige bekendheid verwierf.
Op het centrale deel is het gras en het zevenblad gemaaid, maar verder naar achteren en omhoog is de begraafplaats totaal overwoekerd en zijn er nog slechts kleine smalle paadjes door het meterhoge gras uitgesleten.
Hoe langer je rondloopt hoe meer de herhaling gaat opvallen. Dat geldt voor de reeds genoemde Jezus-op-de-koude-steen. Dat geldt ook voor de imitatiebomen, stenen graftekens in de vorm van een boomstronk. Het meest eenvoudige en vaak voorkomende grafteken noemen wij het ‘buizenkruis’. Het bestaat uit twee ijzeren holle buizen die in kruisvorm aan elkaar gelast zijn en waarop zich een schildje bevindt. Daarop zijn met de hand naam en data geschilderd. De drie uiteinden van de buizen hebben nog wel eens een versierinkje in de vorm van een bol of een driepas.
Op een bepaald ogenblik noemen we hem de ‘koppenkunstenaar’, de beeldhouwer die op diverse graven koppen heeft gebeeldhouwd in een specifieke vorm, die soms doet denken aan de Paaseilanden en dan weer aan Modigliani vanwege de gerekte eivorm. Later in de stad en op andere begraafplaatsen zien we dat soort koppen ook terug.
Dat Litouwen een katholiek land is, is ook duidelijk te zien aan de symboliek op de begraafplaats: het alles overheersende kruis, medaillons met Christus- of Mariakoppen, Heilig Hartbeelden, Mariabeelden, Jezussen en engelen. Op de graven van priesters staat de kelk met hostie op een missaal met stola. Maar ook engelen(beelden) sterven: een engel met een kruis heeft haar hoofd verloren, op het kruis prijkt heel toepasselijk de tekst Memento Mori, gedenk te sterven.

Wordt vervolgd. Volgende keer: Litouwen - Vilnius: overige begraafplaatsen

Rindert Brouwer, [email protected]
© Atelier ‘Terre aarde’
tekst: Rindert Brouwer
foto’s: Jeannette Brouwer & Rindert Brouwer

Wie niet kan wachten op de volgende verhalen: ik heb inmiddels alle verhalen en gegevens verwerkt tot een boekje van 52 bladzijden, met 65 foto’s (zwart-wit).
Het boekje NON OMNIS MORIAR. Begraafplaatsen in de Baltische Staten is te koop voor
€ 7,50. Ofwel incl. verzendkosten: Nederland € 9,00; België € 10,00