Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Tante Kato ging op reis en ze zag El-Alamein


Egyptische Middellandse Zeekust, 106 km ten westen van Alexandrië

El-Alamein, Tobruk, woestijnvos Erwin Rommel, het Afrika Korps. Allemaal begrippen uit de Tweede Wereldoorlog, uit de Noord-Afrikaanse regio. Op weg naar de Siwa-oase tegen de Libische grens maakten we een stop in El-Alamein. Eerst even het geheugen opfrissen : In juni 1942 had Italië alle macht over Libië en vanuit Tobruk rukten de Italianen, geholpen door de Duitsers, richting Alexandrië in Egypte met als uiteindelijk doel het Suez-kanaal te bereiken en te controleren. Ter hoogte van El-Alamein (letterlijk de twee heuvels) botsten ze op de Britten en gedurende twaalf dagen (van 23 oktober tot 4 november 1942) werd er slag geleverd. Rommels troepen (104.000 soldaten, 540 tanks en 2.433 kanonnen) konden niet op tegen de legermacht van Montgomery (respectievelijk 196.000, 1.600 en 3.171). Deze overwinning van de Gealliëerden, ook al was ze uiterst moeilijk, was het grootste wapenfeit op Afrikaanse bodem en betekende een keerpunt in die Tweede Wereldoorlog. In de buurt van de veldslag werden later verschillende oorlogsbegraafplaatsen opgericht :

De Gemenebest begraafplaats telt 7.367 grafstenen. Het is alsof de Westhoek zich verplaatst heeft. Perfect uitgelijnde wit marmeren graven. Alleen de flora verschilt en is aangepast aan de woestijn. Hier liggen “als zaden in ‘t zand” 4.074 Britten, 1.234 Australiërs, 1.108 Nieuw-Zeelanders en 495 Zuid-Afrikanen. Het Zuid-Afrikaanse opschrift “Eendrag maak mag” klinkt bekend in de oren. Tegen de wanden van de hoofdingang werden 603 gedenkplaten aangebracht voor de gecremeerde soldaten, merendeels Indiërs.

Zeven kilometer verder ligt het Duitse memoriaal, gebouwd als een hermetisch gesloten burcht met acht torens. Op het centrale binnenplein staat een obelisk waarvan het voetstuk versierd is met vier adelaars. In de rondgang zijn zeven nissen met telkens drie grote tombes. De achtste zijde is de toegang, die langs de binnenzijde versierd is met een mozaïek. Het monument werd opgericht in 1959 en er liggen 4.313 Duitse soldaten begraven.

Nog drie kilometer verder ligt het Sacrario Militare Italiano, eveneens van 1959. Op het einde van een lange laan staat een achthoekige toren van wit Carrara-marmer. Hier vonden 4.634 soldaten hun laatste rustplaats. Het interieur lijkt langs de zeekant een moderne kerk en de landzijde doet denken aan een columbarium of beter nog aan een resem bankkluizen : uniforme wit marmeren vierkante tegels met zwarte reliëfletters, waarvan 2.187 “Ignoto”. Nét naast het Italiaanse monument werd een moskee gebouwd voor de 228 Libische gevallenen, die aan de zijde van de Italianen vochten.

In totaal lieten 68.500 soldaten (méér dan drie kwart kwamen van de Asmogendheden) hier hun leven en duizenden raakten gewond. Veel gesneuvelden vonden een laatste rustplaats in zee. De dorre woestijn is nog steeds gevaarlijk : er liggen nog talrijke mijnen en men mag hopen dat ze geruimd worden nu er naar petroleum geboord wordt.


 
In de buurt is eveneens een militair museum met foto’s, uniformen, wapens, materieel, etc... van zowel winnaars als verliezers. Ik kwam er een groep Nieuw-Zeelanders tegen : familieleden van Oudstrijders en één zwaar bemedailleerde. Hun herdenkingsreis begon in Egypte en liep via Kreta en Italië naar Engeland. Ik kan mijn bezoek alleen maar afsluiten met de woorden van Nobelprijswinnaar Albert Schweitzer (1875-1965) die ik aan het Duitse monument noteerde “Soldatengraven zijn de grootste vredespredikanten”.


Tekst en foto's : Tante Kato