Nieuwsbrief Nr. 26 - november 2005

Anneke Haasnoot pleegde volgend gedicht. Als humus lokt


Ik trek al krom, zo broos worden mijn nerven
De strohalm zal mij niet lang kunnen dragen
Ik hunker naar het zijn in aardes lagen
En velen zullen- weet ik- met mij sterven

Wat was de lente fris, de zomer drukkend
Velen van ons zijn daardoor vroeg bezweken
De wolken hielden zware donderpreken
Het loof,  met twijg en al, van bomen rukkend

Zelfs na mijn dood ben ik voor’t oog een lust
De mensen zullen niet lang om mij treuren
Mijn dodenmasker geeft de meesten rust

Soms hitst de wind mij op, is ‘t uit met zweven
En hult de zon de grond in koperen kleuren
Dan wèrvel ik de dans van dood en leven

Maar hoe dan ook, pas ik het doodskleed even
Door spinnen ijverig en getrouw geweven
 
Anneke Haasnoot.