Nieuwsbrief Nr. 25 - september 2005

Tante Kato ging op reis en ze zag het schrijn van de heilige Gerasimos


Ayos Gerasimos * vòòr 1530-1579 * Kefalonia, Ionische eilanden, Griekenland

Gerasimos was een telg uit een vooraanstaande Griekse familie. Op jonge leeftijd werd hij monnik, verbleef 12 jaar in het Heilig Land en 5 jaar op het eiland Zakynthos om in 1560 op buureiland Kefalonia te belanden, waar hij de eerste 6 jaar in een grot woonde. Daarna trok hij naar de lieflijke en vruchtbare Omala-vallei maar van al dat moois zag de man niet veel, hij woonde er immers ondergronds. Veel meer ben ik over de kluizenaar niet te weten gekomen, behalve dat hij de van de duivel bezetenen kon genezen. De Grieks-orthodoxe monnik werd in 1581 herbegraven en wat bleek : zijn ongeschonden lichaam verspreidde een aangename zachte geur. In 1622 werd de wonderdoener heilig verklaard en gepromoveerd tot patroonheilige van het eiland Kefalonia. Op de plek van zijn ondergrondse verblijfplaats werd in 1645 een nonnenklooster gebouwd en de zusters zorgen er nog steeds met veel liefde en toewijding voor de gestoorde medemens.


Sinds die 16de eeuw stromen duizenden pelgrims naar zijn schrijn. Ze komen met smeekbedes voor de genezing van zwakzinnige familieleden en kennissen. Vooral voor de feestdagen van 16 augustus (sterfdatum) en 20 oktober (herbegraving) komen de bedevaarders van heinde en verre voor de processies. Rond die twee data van feest en vreugde is in de wijde omgeving geen kamer te krijgen. Alles is een jaar op voorhand uitverkocht. Gelukkig was ik er in september maar ik zag er evenzogoed drommen Griekse pelgrims.

Op gewone dagen ligt de heilige begraven in een openklapbaar zilveren schrijn waarvan een zijkant kan vrijgemaakt worden. De binnenste glazen zijkant kan in 3 luiken geopend worden : hoofd, midden en voeten van de heilige mummie zijn dan nog beter te zien. Hoe lang het schrijn geopend blijft, weet ik niet. De bedevaartorganisatoren uiteraard wel. Hun bussen komen toe op het uur van de “open deur”. Ik toevallig ook.

Stel je voor : busladingen zwart geklede Griekse vrouwen, enkele jongere in een vrolijk kleurtje, eentje met een grote reistas met luchtgaten waaruit duchtig gekef klinkt, enkele mannen (die meemoesten) en de kundige begeleiding van pope of patir. Ze zijn al vroeg uit de veren en hebben een ferry van het vasteland naar het eiland achter de rug. En dan is het aanschuiven om de voeten van de heilige te kussen (alleen dat luik was open). De pelgrims hebben kleine briefjes met smeekbeden bij, die geven ze al dan niet vergezeld van een evro-coupure aan de pope die aan het kopeinde staat. Monotoon prevelend leest de geestelijke de smeekbeden voor. Er wordt gedrumd en voorgestoken. Een grote sacoche (zelfs zonder keffertje) wordt daarvoor ingezet. Een van de zwarte madammen is er zelfs in geslaagd het luik ter hoogte van het hoofd te laten openen en uiterst teder kust zij de heilige mummie op de mond.

Het paterke besliste dat het genoeg was en het zilveren schrijn ging toe. O ramp ! Een nieuwe bus arriveerde. Te laat. Toe is toe ! Er ontstond een geruzie tussen een man en een vrouw. Ik verstond er niets van maar fantaseerde dat hij te lang over zijn “pint” gedaan had. Daardoor had hij de bus vertraagd en daardoor had zij haar geliefde heilige niet kunnen zien, voelen, kussen en aanroepen. Een mens zou er ... van worden !

Ik, Kato van Antwerpen, wens duidelijk te maken dat ik niet met de pelgrims wil spotten. Noch Roomse, noch moslims, noch Grieks-orthodoxe, noch van enige andere overtuiging. Maar toen ik iets verder dezelfde madammen tegenkwam in een wijnproeverij waar zij nog meer voorstaken en nog erger met de ellebogen werkten, kwam mij de glimlach op de lippen. Het werd pas echt geestig toen een charmant oudje haar glas niet meer wou afstaan en er rosé, wit en rood gewoon in mengde. Op uw gezondheid, Gerasimos. Kreeg de beste wijn van de Omala niet zijn naam ?

Tekst en foto : Tanta Kato.