Nieuwsbrief Nr. 24 - juli 2005

Vrijwilligers leveren keurig werksommige leden zetten zich echt in


Een zonnige dag. Ondergetekende moet iets, wat niet zo uitzonderlijk is, opzoeken op de begraafplaats. Aan de ingang van de dodenakker komt een “frisse, jeugdige” zeventiger aangefietst. Het is ons lid Louis Van Dyck. Gewapend met een rijf, borstels en nog wat andere werktuigen, waar ik als leek geen verstand van heb, wacht hij aan de ingang. Blijkt dat hij wacht op ons lid Mathilde Goelen die met de trein vanuit Mol komt …… om het grafmonument voor Alice Nahon een opknapbeurt te geven. Mathilde is dan weer gewapend met een aantal prachtige rode bloemen. Wanneer ik na mijn opzoekingen een uurtje of zo later het grafmonument voor Alice Nahon opzoek hebben beiden hun porachtig werk zojuist beëindigd. Alice Nahon, haar grafmonument, ligt er weer keurig bij: de struiken geknipt, de rode bloemen mooi tussen de struiken geplaatst kortom: een juweeltje. Echt mooi werk leveren deze vrijwilligers. Het zal hen misschien deugd doen te weten dat wanneer ik tijdens mijn rondleiding aan het graf passeer mijn publiek dan telkens in lovende bewoordingen over de staat van het grafmonument spreekt. En zeggen dat het een “stadsmonument” is dat in principe door de stad dient onderhouden te worden.
 

Louis Van Dyck deed nog meer van dat mooie werk. In een volgende Nieuwsbrief een verslag van hetgeen onze vzw Grafzerkje, maar zeker Louis, deed met het monument Burger. Er zijn er nog van onze vzw die regelmatig op de begraafplaats te vinden zijn om daar een opknapbeurt te geven aan de door hen “geadopteerde” graven. Maar spijtig genoeg zijn er die er, na de overname, niet meer naar omkijken. Daarom toch een oproep: neem liever slechts één concessie over maar draag er dan ook zorg voor. Indien je, waar ik kan inkomen, niet de tijd hebt op enkele keren per jaar eens naar het grafmonument te komen kijken en het wat op te kuisen baat het weinig dat het monument overgenomen werd want dan is het binnen de kortste keren in de staat zoals voor de overname. Ik kan er ook inkomen dat het voor de “overnemers” soms te zwaar of te moeilijk is om een bepaald werk alleen uit te voeren maar ik weet zeker dat ze dan een beroep kunnen doen op onze Marc Coremans, mezelf (al is het maar om “wat klaps te hebben”) of op de onvolprezen William maar het gaat niet op dat deze drie genoemde mensen opdraven om een verwaarloosde concessie op te knappen en dat de overnemer nog niet eens de moeite doet om zelfs maar eens te komen kijken. En het moet mij van het hart: ik spreek hier niet over een alleenstaand feit.
 
tekst en foto's : Jacques Buermans