Nieuwsbrief Nr. 24 - juli 2005

Tante Kato ging op reis en ze zag het cementerio van Chauchilla


* Chauchilla begraafplaats * 350 BC - 650 AD * 30 km van Nazca, Peru *

Wie in de jaren ‘70 van vorige eeuw “Waren de goden kosmonauten” gelezen of gezien heeft, kwam onder de indruk van de mysterieuze lijnen en figuren in de Peruaanse woestijn. De fantastische buitenaardse theorieën van Erich von Däniken waren overdreven maar ze hebben er wel voor gezorgd dat die fameuze lijnen in het geheugen geprent werden. Toen was Zuid-Amerika een ver van mijn bed-show maar zo’n 20 jaar later planden manlief en ik een reis naar Peru. Toen de beste route uitgestippeld werd, bleek die over Nazca met zijn onverklaarbare lijnen te lopen.

Ter plekke was het even slikken toen we de prijs hoorden : een half uurtje over de lijnen vliegen met een Cesna kostte 50,- $ per persoon. Maar je moet het doen want alleen zò kan je de lijnen zien. Anders moet je niet langs hier komen ! De verkoper troostte ons : voor slechts 10,- $ méér kan je in de namiddag per auto 30 km de pampa in naar Chauchilla, een begraafplaats met duizenden graven. Er werden nog wat extra bezienswaardigheden aan toegevoegd en zo heb je een hele dag plezier voor slechts 120,- $ ! Volgens de foto’s zag Chauchilla er straffe kost uit en gezien een zekere interesse voor ongewone begraafplaatsen waren we maar al te blij met het redelijke aanbod.

Over onze vlucht boven de lijnen kan ik hier niet uitweiden. Specialisten hebben er jaren op gestudeerd en dikke boeken over geschreven. Toch één detail vertellen : je zit met vijf in de Cesna en vliegt van de ene figuur naar de andere. Voor een optimaal zicht eerst een linkse duik, even ronddraaien en direct een rechtse duik. Een kotsende Duitse zette aan tot na-aperij! Het bekomen van de vlucht duurde langer dan de vlucht zelf. Maar ‘t was de moeite! Een aanrader!

In de namiddag reden we dus door de verzengende hitte naar de necropolis van Chauchilla. Tot zo’n 14 eeuwen geleden werden de Nazca-indianen met hun goud, textiel, potten en pannen in de woestijnvlakte begraven. Elk graf werd aangeduid met een staak. Meer niet. Eeuwen gingen voorbij tot in het begin van de 20ste eeuw een slimmerik ontdekte dat er onder elke stok een kleine schat begraven lag. En dat kwam aan de oren van grafrovers. ‘s Nachts trokken de huaqueros (letterlijk grafplunderaars, maar de term wordt gebruikt voor iedereen die een heilige plaats schendt) er met hun schop op uit. Openden de kuilen. Gooiden de oninteressante knoken, de weelderige haardossen en het “ordinaire” textiel in het rond. De gouden sieraden en de kostbare ceramiek verdwenen in hun zakken. Jaren grafroof (hoe een woestijn bewaken ?) heeft als resultaat dat in dit immense en kurkdroge (2 uur regen per jaar) landschap wit geblakerde doodskoppen, knekels, botten, ruggengraten en potscherven rondslingeren. Sommige schedels hebben gaten. Blijkt dat die komen van de pikken van de huaqueros, die maar in’t rond hakten. Noemen wij een begraafplaats een knekelveld ? Dit is er letterlijk een !

De laatste jaren is er beterschap : mensen van goede wil hebben een aantal graven netjes geopend en de meest waardevolle stukken naar musea overgebracht. De mummies werden waardig in hun put neergelegd. Tussen de open graven, die inmiddels een rieten dakje kregen, werden wandelpaden aangelegd. Maar iets verder, waar de schoonmaakploeg nog niet langs kwam, liggen nog steeds skeletten te bakken in de zon. Men zou dit openluchtmuseum een staalkaart van de mens kunnen noemen met doden, rovers, archeologen en toeristen.

Over grafrovers gesproken : de verleiding was groot om “to be or not to be” declamerend zo’n doodskop mee naar huis te nemen... Maar wat als de douane... Dus niet. Nog steeds kijk ik met vertedering naar de eeuwenoude stukjes ruggenwervel die zomaar uit onze reistas vielen...
Tekst en foto's : tante Kato.