Nieuwsbrief Nr. 24 - juli 2005

vzw Grafzerkje bezoekt de begraafplaats van Montmartre (zaterdag 28 mei 2005)verslag van Martin Demedts over een prachtige dag


Aan de bezoekers die ook een verslag wilden schrijven zeg ik: sorry! Het verging hen zoals de stad Parijs bij de toewijzing van de Olympische Spelen van 2012. Met verkoopstrucs en slimme politiek heb ik Jacques kunnen overtuigen dat ik het verslag mocht schrijven. U krijgt nog de kans als we Londen, Moskou of Madrid bezoeken.
Bij de lezers wil ik mij ook excuseren. U vind hier geen opsomming van monumenten en namen, ik probeer de indruk weer te geven die de begraafplaats op mij maakte.
Montmartre is geen afgesloten ruimte. Door de beperkte oppervlakte (10 ha) en de heuvelachtige omgeving behoudt de bezoeker het overzicht. De dodentuin ligt in het hart van de stad, - de hoofdingang ligt op loopafstand van de Moulin Rouge en Pigalle - soms alleen afgesloten door een traliehek of een haag. Het jachtige leven van de stad Parijs raast over Montmartre. Het viaduct van de rue Caulaincourt doorkruist de begraafplaats. Vergankelijke drukte en eeuwige rust een paar meter boven mekaar, het was even wennen.
De gegoede burgerij wilde haar prestige vereeuwigen in grafmonumenten die de tijd moesten weerstaan. Op de begraafplaats van Père Lachaise zijn sommige monumenten hallucinant hoog. Montmartre is kleiner, soberder, harmonieuzer.

Aan ronkende namen is er nochtans geen gebrek. Emile Zola, Hector Berlioz, Alexandre Dumas, Edgard Degas, de Goncourts, Stendhal, Ampère rusten hier. De lezer zal terecht opmerken dat ik geen namen ging opsommen, dus STOP.


Een paar graven zijn me speciaal bijgebleven.
Het monument van Dalida. Als een ster staat ze in het zonlicht, maar heel breekbaar.
De sobere grafplaat van de cineast François Truffaut. Er liggen enkele losse bloemen op, en kaarsen, en briefjes met steentjes erop zodat de wind de woorden voor François niet laat vervliegen. Ik kon niet aan de verleiding weerstaan er eentje te lezen. Wat er in stond ga ik niet vertellen, misschien ligt het er nog en kan u het bij een volgend bezoek nachecken.
J. Pam, een gesluierde vrouw onder een baldakijn, in steen gestolde pathos.
Nijinsky, sterdanser van de Ballet Russe van Diaghilev, kijkt ons als dwerg of nar weemoedig onderzoekend aan.
Voeg daarbij de stalen stembanden van Jacques die zijn uitleg drie gangen ver dragen, twee fotografen op jacht naar het mooiste kiekje en een stralende zon, u zal begrepen hebben dat het bezoek aan Montmartre zeer de moeite was.

Twee Amerikaanse toeristen begrijpen nog altijd niet dat Charly Chaplin [Tsjeplin]in Genève ligt en op Montmartre de kunstschilder Charles Chaplin [Sjaplein] rust. Hopelijk hebben ze de lieftallige opmerking van Jacques: “Allien Ameirikoanen stellen zulke stoeme vroagen!” niet begrepen. Amerika, dat ligt toch “over ’t Scheld”?

Tekst en foto's : Martin Demedts