Nieuwsbrief Nr. 24 - juli 2005

VerdrietAnneke Haasnoot pleegde volgend gedicht


Ze draagt enkel wanhoopsgewaden
Sinds zij haar man en vriend verloor
Er breekt geen echte glimlach door
Ze blijven dicht, haar tarwezaden

Hoe zouden ze ook openbreken
En uitgroeien tot korenhalmen
Zolang zij in het zwart moet talmen
De kans op volheid lijkt verkeken

Van mij mag zij met droeve zelven
Haar ogen wrijvend gaan door straten
Snikken daarbij, bang als een  kind

Om op een landweg, tegen schelven
Geleund te zien dat na ‘t verlaten
Hij meldt hoe hij haar heeft bemind

Haar troost toestuurt op vlagen wind


Anneke Haasnoot.