Nieuwsbrief Nr. 23 - mei 2005

Van Bunhill Fields tot Brookwoodtweede deel van een tocht langs minder bekende Londense dodenakkers


Crematorium en Joodse begraafplaats.
 
Vlakbij metrostation Golders Green ligt het crematorium Golders Green. Dit is het eerste Londense crematorium, 1902. Bekende hier gecremeerde personen zijn onder meer: Neville Chamberlain (1869-1940), eerste minister, James Dewar (1842-1943), de uitvinder van de thermosfles, Alexander Fleming (1881-1955), ontdekker van de penicilline en Nobelprijswinnaar, George Frampton (1860-1928), beeldhouwer,  Rudyard Kipling (1865-1936), schrijver van onder meer het “Jungle Book”, Matt Monro (1930-1985), crooner, Keith Moon (d. 1978), drummer van The Who die stierf aan een overdosis nadat hij van zijn drankprobleem afwilde, Ralph Vaugh Williams (1872-1958), componist. Een gedenkplaat kreeg Ivor Novello (1893- 1951), de componist en schrijver van komedies. Anderen worden hier herdacht door een rozenstruik of een boompje: Peter Sellers (1925-1980), filmacteur, Kathleen Ferrier (1912-1953), conteraltozangeres, Victor Sylvester (1900-1978), orkestleider en Marc Bolan (1947-1976), de zanger van de rockformatie T-Rex die stierf in auto-ongeval en een druk bezochte laatste rustplaats heeft. In het Ernest George columbarium, sleutel te bekomen bij de beheerder van het crematorium, de urne voor Anna Pavlova (1881-1931) balletdanseres. Zij werd geidentificeerd met de “Stervende Zwaan” op muziek van Camille Saint-Saëns. Het ballet “Le Cygne” werd voor haar gecreëerd door de choreograaf Fokine, in 1905. Zij was de laatste klassiek-romantische ballerina en zij overleed in het Hotel des Indes in Den Haag. De urne was versierd met roze balletschoentjes maar die verdwijnen regelmatig. Hier ook de Griekse urne van Sigmund Freud (1856-1939), de Oostenrijkse psychiater. Hij verbleef en werkte te Wenen tot hij in 1938, bij de “Anschluss” van Oostenrijk bij Duitsland, emigreerde naar Londen. Hij was de vader van de psychoanalyse. Hier eveneens zijn echtgenote Martha Freud (1861-1951) en zijn dochter Anna Freud Anna (1895-1982). Een ander urne is die van Bram Stoker (1847-1912), de auteur van Dracula. Hij stierf aan syfilys.
 
London telt ook een vijftiental Joodse begraafplaatsen. Een aantal daarvan zijn moeilijk toegankelijk, anderen zijn echt niet interessant. Eén uitschieter: de Joodse begraafplaats Willesden, metro Willesden Green en dan verder met de bus. Hier liggen verschillende leden van de Solomonfamilie, eigenaars van Zuid Afrikaanse diamantmijnen en leden van de Rothschilddynastie. De meest in het oog springende monumenten zijn die voor de familie Samuel en de vier identieke schrijnen voor de familie Rosenberg.
 
Dierenbegraafplaats en lichaam in de kast.
 
Het was een hele zoektocht naar de “Pet Cemetery”. Ergens had ik opgevangen dat de dierenbegraafplaats zich in een der Londense parken bevond. Niet in Green park of in Regent’s park maar uiteindelijk kon men mij in Hyde park op weg helpen. Aan Victoria Gate, aan Bayswater Road bevindt zich het “Pet Cemetery”. In 1880 bekwam de hertog van Cambridge toelating om zijn lievelingshond hier te begraven. Tot 1915 werden hier zo’n 300 kleine grafmonumentjes opgericht, het merendeel voor honden maar ook enkele voor katten en vogels. Hier ligt “Cherry” de hond van een aristocratische dame die haar briefwisseling op bed bracht en wanneer de deur gesloten was de post onder de deur schoof en “Topper”, de fox terriër van het korps van Hyde park. Hij deed mee de ronde met de agenten maar was zo “snob” dat hij zijn post verliet om op te trekken met een goedgeklede “gentleman”. Heden kan hier nog enkel een dier bijgezet worden, mits speciale toelating.
De universiteit van London aan Gower street bezit ook een eigenaardige bewoner. Jeremy Bentham (1748 – 1832), pionier van de politieke economie, wenste dat zijn aangekleed lichaam, met wassen dodenmasker, voor het nageslacht bewaard zou blijven. Zo geschiedde: de in een stoel gezeten Bentham kan bezichtigd worden in een glazen kast bij de ingang van de collegezalen. Het oorspronkelijk hoofd werd in een kluis geplaatst en zou, naar men zegt, op maaltijden van de universiteit een ereplaats hebben. Moet kunnen in London.

Ik wil de grootste zijn.

Zo’n 45 minuten trein rijden vanuit Waterloo station brengt ons in Brookwood. Brookwood is de grootste begraafplaats van Groot Britannië met zijn 450 hectaren. Sinds de opening, in 1854, werden 240 000 personen hier begraven. De Brookwood Cemetery Society geeft een boekje uit met de voornaamste personen die hier liggen en heeft ook zes wandelingen doorheen de begraafplaats uitgestippeld. Indertijd werd de begraafplaats aangedaan door een spoorweg met twee stations op het domein. Het meest tot de verbeelding spreekt de militaire afdeling Men treft hier een Belgische, Poolse, Tsjechische, Italiaanse, Russische, Franse, Canadese en een Amerikaanse afdeling met een kapel van de hand van Egerton
Swartwout, aan.

Tekst en foto's : Jacques Buermans

Verhoudingsgewijze tot andere begraafplaatsen liggen hier niet zoveel bekende personen begraven. Toch een bloemlezing. Johanna Kinkel (1810-1858), geboren Mockel, Duitse pianiste, componiste, dichteres en schrijfster. Felix Mendelssohn ondersteunde haar muzikale loopbaan. Haar echtgenoot werd ter dood veroordeeld en ontvluchtte de Spandaugevangenis in 1848. Zij pleegde zelfmoord in 1858. Het monument van beeldhouwer Grass bevatte eertijds een harp. Hier liggen ook vier geëxecuteerden uit de Londense Hollowaygevangenis, naar hier overgebracht in 1971. Edith Thompson (1893-1923), onschuldig opgehangen voor medeplichtigheid op de moord op haar man. Amelia Sach en Annie Waters, eerste vrouwen opgehangen in 1903 voor kindermoord. Styllou Christofi schuldig bevonden voor moord op haar schoondochter. Zij zou krankzinnig geweest zijn maar werd toch in 1954 opgehangen. Thomas Blackwood (1820-1847), Zweeds ingenieur betrokken bij mijnbouw. Daniel Nicols (1833-1897), afkomstig uit Parijs en stichter van het bekende Café Royal in London. Zijn echtgenote Celestine (1832-1916) die de zaak voortzette en hun dochter Emma Josephine Pilet (1856-1912) zijn hier eveneens begraven. Henri Van Laun (1819-1896), Nederlands academicus. Hij vertaalde uit het Frans en was gespecialiseerd in het werk van Molière. Gottlieb William Leitner (1840-1899), was taalkundige en sprak meer dan 50 talen. Luke Fildes (1843- 1927), schilder en illustrator van onder meer werk van Charles Dickens. Hij was tevens gespecialiseerd in Engelse en Venetiaanse onderwerpen. Ernst William Moir (1862-1933), ingenieur. Het portret, een werk van Lilian Wade, is voor zoon Rex Moire
(1898-1915). Douglas William Freshfield (1845-1934), geograaf en bergontdekker. Zijn zoon Henry Douglas Freshfield (1877-1891) ligt hier ook. Een mausoleum is er voor Samuel Bagster Boulton (1830-1918), industrialist. Hier liggen ook George Bush Power (1846-1928), tenor, die gehuwd was met Boulton’s dochter en Harold Boulton (1859-1935), industrialist en schrijver. Ook een mausoleum voor de Woodfamilie: George Hay Wood (d. 1824), luitenant-generaal. George Wood (d. 1892) militair. James Athol Wood (d. 1829) admiraal. Andrew Wood (d. 1787), luitenant. Het columbarium werd oorspronkelijk opgericht als laatste rustplaats voor de hertog van Cadogan (1840-1915). De hertog verkocht het monument in 1910 voor 200 pond om in eerste instantie te dienen als columbarium. Sint Alban kreeg een aparte begraafplaats in de grote Brookwoodbegraafplaats.

Jacques Buermans.