Nieuwsbrief Nr. 23 - mei 2005

Oude begraafplaats Menenverslag van een prachtige dag


Een prachtig onthaal viel ons te beurt bij ons bezoek aan de oude begraafplaats van Menen. Spijtig genoeg diende onze Martin Demedts verstek te geven wegens ziekte maar Guy Desloovere van de toeristische dienst deed de moeite om ons met folders te en zijn aanwezigheid te verblijden. Zelfs de lokale pers had oog voor onze vereniging. De 24 aanwezigen trokken dan op weg onder de meer dan deskundige leiding van Yves Dupont die voor ons zelfs zijn verlof wijzigde, waarvoor uiteraard onze hartelijke dank. De tocht begon langs het imposante grafmonument voor de familie Tyberghein, eigenaars van een fabriek in namaakbont. Zoon François Tyberghein kwam aan zijn eind als piloot. Iets verder werden we gepakt door het verhaal bij het graf van de familie Deleu. De 19-jarige Joseph wilde zijn 8-jarige broer Daniel van de verdrinkingsdood uit de Leie redden. Beiden lieten het leven. Wat verder het graf voor brouwer Lannoy. Yves vertelde ons dat in Menen ontelbare brouwerijen waren, het merendeel daarvan waren plaatselijke ambachtelijke brouwerijen. Een grafmonument vol van vrijmetselaarssymboliek (passer, winkelhaak, hamer, vijfpuntige ster en toorts van de vrijzinnigheid) kreeg Arthur Coel. Da familie Capellen kreeg, hoe kon het anders, een enorme grafkapel. Een aantal “slechte geesten” van onze vereniging, bestaan er andere ?, begonnen al onmiddellijk te meten om te zien of de deur niet in “mijn” grafkapel paste, foei. De tekst op het graf van de familie Sabbe vermeldde dat ze “stierven door een vliegerbom”. Yves vertelde bij het monument van tabakshandelaar Duboreau met verhaal dat de man slachtoffer werd van een mislukte diefstal. Hij werd eerst met een hamer bewerkt en alsof dit nog nier genoeg was nadien nog met een mes. Op het graf van de familie Welvaert troffen we het beeld van de heilige Tacicius aan. Verder ging het langs het graf voor Pardoen, dokter en burgemeester en Marceau Dupont. Alfred Wallecan was Leieschilder, directeur van de academie en frontstrijder. Een prachtig beeld van Delafontaine siert het graf. Een eenvoudig graf kreeg prinses Obolenski, de echtgenote van Maklakoff die tegen het Russische parlement was. We gingen nog langs het monument voor de gesneuvelden. Jaarlijks wordt hier nog een plechtigheid gehouden. Onze tocht eindigde bij mevrouw Spruyt met haar 108 jaar de langst levende oudstrijdster. Na de rondleiding kregen een aantal onder ons nog de kans om, onder leiding van Martha, de kazematten te bezoeken. Zij deed dat belangloos en uiteraard gaat onze dank ook naar haar. In de namiddag deden 11, nieuwe, geïnteresseerden de rondleiding nog eens over.
Tekst Jacques Buermans
Foto's : Eric Vanthournout en Jacques Buermns