Nieuwsbrief Nr. 22 - maart 2005

Van Bunhill Fields tot Brookwoodeen tocht langs minder bekende Londense dodenakkers


Dit is het eerste deel van een artikel over Londense dodenakkers. Het tweede deel in de volgende Nieuwsbrief.
 
London telt meer dan 100 begraafplaatsen op zijn grondgebied. De zeven belangrijksten werden reeds eerder besproken. Nu gaan we eens dieper in op een tiental begraafplaatsen, niet de toppers maar toch belangrijke begraafplaatsen.
 
In de eerste plaats Bunhill Fields. In het centrum van de stad, metro Old Street. Een boekje is te bekomen bij de parkopzichter. De begraafplaats is opengesteld als een park maar indien men de afgesloten gedeelten wil bezoeken dient men eerst een schriftelijke aanvraag te doen bij “Corporation of London, Parks & Gardens Department, West HamPark, Upton Lane, London E7 9PU”. Tussen april en september open tussen 7.30 en 19 uur, tussen oktober en maart tussen 7.30 en 16 uur, zaterdagen en zondagen tussen 9.30 en 16 uur. De grond behoorde toe aan St Paul's Cathedral. De naam komt van “bonehill”, heuvel met beenderen. Tussen 1685 en 1854 was dit de belangrijkste begraafplaats van de non-conformisten. Hier liggen een aantal afstammelingen van Henry en Richard Cromwell. Susannah Wesley (1669-1742), echtgenote van predikant Samuel Wesley kreeg hier haar laatste rustplaats. Zij was moeder van 19 kinderen. De grafsteen werd op het graf van John Wesley geplaatst. Hij ligt begraven in de kapel aan de overzijde van de straat. Hier eveneens John Bunyan (1628-1688), schrijver en predikant. Het is mogelijk dat de figuur op de graftombe niet die van John Bunyan is maar wel van diens vriend John Strudwick. Bunyan stierf aan longontsteking in het huis van Strudwick en werd in Bunhill Fields begraven Na de dood van Strudwick in 1695 werden Bunyan's resten naar de graftombe Struckwick verplaatst. De graftombe dateert van 1862. Hier rust ook Daniel Defoe (1660-1731), schrijver van Robinson Crusoe en Moll Flanders. Hij was een zoon van James Foe. Daniel voegde, in 1695, de “De” toe daar hij vond dat dit “chiquer” stond. Hij was tevens verkoper van kousen, bier, wijn en laken. Defoe werd bankroet en belandde tweemaal in de gevangenis. Ook zijn echtgenote Mary (d. 1732) ligt hier. Het monument werd opgericht in 1870. Dichter en schilder William Blake (1757-1827) en echtgenote Catherine Sophia Boucher (1762-1831) kregen hier een laatste rustplaats. Ook Blake’s vader en zijn broers Robert en James liggen hier. De juiste begraafplaats is echter onbekend.
 
Een grote begraafplaats is City of London, metro Manor Park. Een stencil met ligging van de “bekenden” op de begraafplaats is aan de ingang te bekomen. William Haywood ontwierp de ingang en de Anglikaanse kapel. Het landschap van de begraafplaats, uit 1856, was een ontwerp van Robert Davidson. De begraafplaats bezat ook, sinds 1902, het tweede crematorium, een ontwerp van D. J. Ross. Na de bouw van een nieuw crematorium, in 1971, werd het oude heringericht als herdenkingskapel. Hier ligt George Binks (1793- 1872), de uitvinder van de staaldraad. Architect William Haywood (1821- 1894) ligt in een gotisch mausoleum getekend door hemzelf. Hij tekende eveneens het monument voor de herbegravenen van Holborn. Pianiste Gladys Spencer kreeg een aangepast monument. Een enorme kruisafneming, in witte marmer, staat op de graftombe voor David Vigiland.
Saint John Hampstead: een meevaller.
 
Een begraafplaats die niet op de gewone lijst begraafplaatsen staat is die van St John, in Hampstead, metro Hampstead. In het oudste gedeelte, dichtbij de kerk, treft men de bekendste bewoner van de begraafplaats aan. Landschapsschilder John Constable (1776-1837) ligt hier men zijn echtgenote Maria Elizabeth (1787-1828). Eveneens op het oude gedeelte John Harrison (1693-1776), uitvinder van een tijdopnemer om de lengte op zee te kennen. Het monument in zandsteen werd 100 jaar na zijn dood gerestaureerd door de vereniging voor uurwerkmakers. Een lijkbaar met engelen en doodshoofden siert de laatste rustplaats voor William Hart (d. 1717), zoutzieder en Robert Cary (1681-1751), groothandelaar. Op de uitbreiding van de begraafplaats, aan de overzijde van de straat, ligt Hugh Todd Naylor Gaitskell (1906-1963), een bekend Labourleider. Hier rust eveneens Kay Kendall Harrison (1926-1959), actrice en echtgenote van acteur Rex Harrison. Zij stierf aan leukemie.(vorige bladzijde rechts) George Du Maurier (1834- 1896), cartoonist en later schrijver van novellen, ligt onder een Keltisch kruis. In de onmiddellijke nabijheid ligt Gebrald Du Maurier (1873-1934), acteur en theaterdirecteur. Hij was de vader van de bekende schrijfster Diafane Du Maurier. Hier ligt ook Michael Llewelyn Davies (d. 1921). Hij verdronk op verdachte wijze samen met zijn vriend. Het kon zelfmoord geweest zijn. Davies speelde een der verdwenen jongens in het stuk “Peter Pan” van J. M. Barrie. Barrie werd voogd van de jongen en diens vier broers na het overlijden van de ouders Arthur Llewelyn Davies en Sylvia Du Maurier, die stierven aan kanker op 44 jarige leeftijd. Zij liggen begraven naast haar vader George Du Maurier. St John is ook de begraafplaats voor Edward Harry William Meyerstein (1889-1952), dichter, novelschrijver en biograaf. De bekende filmmaker Bayliss Peter (1910-1973) ligt hier en Herbert Beerbohm Tree (1853-1917). Hij was eerst groothandelaar in graan werd nadien theateracteur. Hij voegde de naam Tree aan zijn naam toe omdat hij vreesde dat enthousiaste theaterliefhebbers niet Beerbohm zouden roepen. Hij bouwde ook grote theaters zoals “His Majesty’s Theater”.
 
Niet te verwarren met St John is de begraafplaats Hampstead aan Fortune Green Road. Van het granieten graf voor dichter Arthur Frankau  (1849-1904) verdween recent de bronzen vaas met slang en adelaar. Een Egyptische sarcofaag, van de hand van Macdonald is de laatste rustplaats voor James Wilson (1831-1906), ingenieur. Hij werkte 34 jaar voor het Egyptische gouvernement. Een roze granieten stele vindt men bij John Kensit (1853-1902), boekhandelaar. Hij werd met een beitel vermoord na een godsdienstige meeting. Beeldhouwer William John Goscombe (1860-1952) plaatste een prachtig bronzen beeldhouwwerk op het graf van zijn echtgenote Marthe John (1863-1923). Later werd de beeldhouwer hier eveneens begraven. Hier ligt ook Mikhael Michaelovitch (1861-1929), Russisch groothertog. Hij werd verbannen na het aangaan van een morganatisch huwelijk met Sophie (1868-1927), gravin van Torry, die naast hem begraven ligt. Een eigenaardigheid op deze begraafplaats is dat er een voetgangerszone doorheen het midden van de begraafplaats loopt. Architect en historicus Banister Fletcher (1833- 1899) kreeg een monument getekend door zijn zoon Banister Flight Fletcher. Een engel met gespreide vleugels werd door de Italiaanse restauranthouder Bianchi opgericht voor zijn vrouw, operazangeres, Mattie die in het kinderbed stierf. Charles Herbert Barritt Charles Herbert (d. 1929) kreeg een kerkorgel op zijn laatste rustplaats. Hier ligt ook Andrew Fisher, de Australische eerste-minister. Arthur Pearson Arthur, auteur van boeken over blindheid kreeg een “uitgedoofde toorts” op zijn monument. Het grappige is dat de toorts nu rechtop staat.
Aan Kingston Road ligt de begraafplaats Putney Vale waar we verschillende beroemdheden begraven liggen. Hier ligt voetballegende Bobby Moore (1941-1993), de Amerikaanse filmdirecteur Joseph Losey (1909-1984), acteur en schrijver van detectiveromans Peter Cheyney (1896-1951) en schilder Anthony Devas (1911-1958). Enkele mooie engelenfiguren treffen we aan op de laatste rustplaats voor Jessie Burroughs (1846-1907) en voor Caroline Lyons (1869-1924). (vorige bladzijde rechts bovenaan) Elizabeth Stimpson (d. 1898) kreeg dan weer een beeldengroep die “Geloof, Hoop en Naastenliefde” voorstelde. Een Russisch kruis staat op de laatste rustplaats voor Oleg Alexander Kerensky (1905-1984) en zijn vader Alexander Kerensky (1881-1970), een der leiders tijdens de Russische revolutie van 1917. Hij liet de terugkeer, uit ballingschap, van Lenin en Trotsky toe maar moest later zelf in ballingschap gaan. Karabet Torosyan (1924-1986) kreeg een zwart granieten monument met open boek. De voorzitter vaan British Petroleum William (1888-1970) en William Fraser (1916-1976) kregen wapenschilden met een Keltisch kruis. “Génie c'est  la patience” staat op de zerk voor Reginald Fraser (d. 1966), uitvinder en wetenschapper. Een naam met een verhaal is sportman Bruce Ismay (1862-1937). Hij erfde een compagnie van stoomschepen en was passagier op zijn schip de Titanic toen die zonk op 14 april 1912. Hij overleefde de ramp en er volgde een onderzoek maar Ismay er werd vastgesteld dat hij vrouwen en kinderen in de reddingsboten hielp. Hij moest evenwel ontslag nemen als voorzitter van de White Star Line. Hier ligt eveneens zijn echtgenote Julia Florence Smyth (d. 1963). Putney Vale is eveneens de laatste rustplaats voor Howard Carter (1874-1939), de archeoloog die de graftombe van Toetankamon ontdekte. Henry Dickens (1849-1933), de laatst overledene zoon van de schrijver Charles Dickens ligt hier zoals Jacob Epstein (1880-1959), de Amerikaanse beeldhouwer. Van onder meer het graf voor Oscar Wilde op het Parijse Père Lachaise.
 
Twee begraafplaatsen liggen in de omgeving van metrostation East Finchley en zijn vandaar per bus te bereiken. Saint Pancras & Islington wordt gedomineerd door het mausoleum, in Ionische stijl getekend door Darcy Braddell, voor Ludwig Mond (1839-1909), een uit Duitsland afkomstig chemicus en industrialist. Als mecenas schonk hij zijn rijke collectie Italiaanse schilderijen aan de National Gallery. Hier ligt eveneens Harry Gardner (1800- 1851), de fameuze Lyceumclown. Hij deed een fatale parachutesprong. William French (d. 1896), verdronk terwijl hij een hond van de verdrinkingsdood wilde redden. Het monument werd opgericht ten voordele “van alle slachtoffers van gedumpte dieren”. Cora Crippen (d. 1910), actrice en echtgenote van dokter Crippen kreeg hier haar laatste rustplaats. Zij werd door haar echtgenoot vermoord. Letizia Melesi kreeg de twijfelachtige eer als eerste te sterven, in 1914, in een auto-ongeval.
 
Op St Marylebone ligt Peter Russell (1816- 1905), Australisch ingenieur. Het monument is van de hand van Edgar Mac Kennal. Hier is ook het monument voor Louis Alexander Mouflet, zijn echtgenote Nancy en hun kinderen Alex Henry, 7 jaar, en Annie Ethel, 4 jaar en de zuster van Nancy: Phyllis Sarah Flatman die allen omkwamen bij het ongeval met het stoomschip prinses Alice op de Theems op 3 september 1878. Bij de aanvaring met de Bywell Castle kwamen 600 mensen om. Little Tich (1867-1928), danser, musicus, componist en artiest kreeg een monument in witte marmer met opschrift “Le plus petit et le plus grand comique”. Hij was slechts 120 cm groot. Een Griekse sarcofaag in rode graniet, afgekeken van het graf van Napoleon, is het graf voor Thomas Skarratt Hall (d. 1903), kolonist. Een modern kunstwerk siert de laatste rustplaats voor Duncan Munro Mac Donald (1889-1949), kunstkenner. Harry Ripley (1864- 1914), ligt onder een brons van William Reid Dick, die onder meer de leeuwen boven de Ieperse Menenpoort maakte. Hier liggen ook Kopernik Joseph Stokowski (1862-1924) en Leopold Stokowski (1882-1977), dirigent.

tekst en foto's : Jacques Buermans.