Nieuwsbrief Nr. 22 - maart 2005

Meneer van Dale wacht (niet meer) op antwoordPeter J. Faase wandelt over de begraafplaats van Sluis


Wanneer we in het Zeeuws Vlaamse Sluis (nog de enige stad in Nederland met een echt Belfort) gaan lopen kunnen we via de van Dalestraat langs de van Daleschool lopen om vervolgens uit te komen bij het borstbeeld van Johan Hendrik van Dale. Maar daar is het ons vandaag niet om te doen, we willen naar de begraafplaats van Sluis om daar te kijken naar de gedenknaald, opgericht ter ere van J.H. van Dale (1828 – 1872) grondlegger van onze huidige ‘Dikke van Dale’.
 
Wanneer we, komende vanuit Oostburg, het vestingstadje Sluis binnenrijden volgen we de borden Retranchement en rijden vervolgens via de Ridderstraat en de Korte en Lange Wolstraat naar de Hoogstraat alwaar, na een aantal honderden meters, zich aan de rechterkant de algemene en RK begraafplaats van Sluis zich bevindt. Het is een begraafplaats met een oude ingang vlak aan de weg en een ingang bij het keurig aangelegde parkeerterrein.  Bij de ingang staat een kleine aula met daarop een plaat waar alle namen opstaan voor zij die gevallen zijn tijdens de oorlog.
 
Op het eind van het pad zie ik schuin link voor me een houten beeldje staan op een boomstronk. Het stelt een oudere baas voor die over de begraafplaats heen kijkt.
 
Navraag bij de gemeente Sluis leert ons dat dit beeld gemaakt is door een medewerker van de buitendienst met enkel een kettingzaag. Het beeld is geheel uitgezaagd uit een boomstronk en heeft een tweetal betekenissen. Wanneer Toontje Dirks (inwoner van Retranchement en later van een bejaardentehuis in Sluis) zijn vrouw overlijdt, wordt ze begraven op de begraafplaats van Sluis. Toontje komt iedere dag haar graf bezoeken en houdt dit vol totdat hij zelf overlijdt. Als eerbetoon aan hem en als eerbetoon aan de ouderdom in het algemeen is dit beeldje gemaakt. Het vermoeden bestaat dat dit beeldje hier nog ruim een jaar zal staan en dat het dan vanwege verrotting weggehaald zal moeten worden immers het hout heeft totaal geen bescherming meer.
 
Aan het eind van de laan slaan we links af en lopen naar bijna het einde van het pad. Hier staat links het grafmonument van Johan Hendrik van Dale, welke er voor zijn leeftijd bijzonder goed uit ziet. 
 
Eerst iets meer over van J.H. van Dale.
Johan Hendrik van Dale wordt geboren op 15 februari 1828 te Sluis vlak na dat zijn vader en moeder het Belgische Eeklo zijn ontvlucht in verband met een daar heersende pokkenepidemie. Dat van Dale een briljante leerling is moge duidelijk zijn uit het feit dat hij reeds in zijn zestiende levensjaar een onderwijsbevoegdheid behaald. Reeds in mei 1954 wordt hij benoemd tot hoofdonderwijzer van de openbare school in Sluis, een goed jaar later als stadsarchivaris.  Het archief van de gemeente Sluis wat hij als eerste inventariseerde was een rijke voedingsbron voor enkele honderden artikelen van zijn hand.
 
Zijn eerste lexicografische werk verschijnt in maart 1867 en is het Taalkundig Handboekje.
 
Vervolgens wordt in juli 1867 door D.A. Thieme, mede door de uitgevers Nijhoff en Sijthoff, gevraagd om het oorspronkelijke werk van de zwagers I.M. Calisch en N.S. Calisch, bekend als het ‘Nieuw woordenboek der Nederlandsche Taal’ te gaan bewerken. Tevens werd hem gevraagd redacteur te worden, een aanbieding die hij vriendelijk afsloeg, van Dale wilde immers niet verhuizen vanuit zijn geliefde Sluis. Na anderhalf jaar te hebben gewerkt aan het voornoemde werk komt van Dale tot het besef dat het niet mogelijk is om dit werk alleen, binnen een redelijke termijn, tot een goed einde te krijgen en vraagt zijn oude leerling Jan Manhave hem te helpen hierbij. Drie jaar werken meester en leerling samen aan het woordenboek. Het verhaal wil dat de schrik over ziekte pokken bij van Dale zo’n indruk heeft gemaakt dat hij, wanneer hij langs een huis loopt waar pokken heerst hij zijn paraplu opsteekt. Dit heeft helaas niet mogen baten en ook van Dale en op 19 mei 1872 overlijdt hij aan de door hem gevreesde ziekte, een vrouw en 3 (van de 7 geborene) kinderen achterlatend. Vanwege de angst om ook besmet te worden met de pokken zijn er weinig mensen op de begrafenis van J.H. van Dale. De steen komt ook pas een jaar later tot stand.
 
Jan Manhave zal de laatste delen van het door hun bewerkte woorden boek voltooien. Vanaf de 2e druk van wordt de bewerker geëerd en het werk ‘van Dale Nieuw woordenboek der Nederlandsche taal’. En wie kent heden ten dage niet ‘de Dikke van Dale’.
Wanneer we verder lopen over de begraafplaats vallen een aantal kindergrafjes ons op. Zeker door de fijne manier waarop de beeldjes bewerkt zijn die op de steen staan.
 
Wanneer wij echter de begraafplaats willen verlaten valt ons oog plotseling op nog een ander kindergraf. Dit graf staat aan de voet van een aantal ‘volwassen’ graven aan de nieuwe ingang van de begraafplaats. Wat wij nog nooit hebben gezien worden we nu gewaar, er staat een afbeelding op van een kindje op een doodsbed. We mogen aannemen dat het meisje op de foto ook het meisje is wat op het bed ligt.

Bronnen:
Verhaal over beeldje Toontje Dirks – Dhr. Bosman van de Gemeente Sluis
J.H. van Dale - Ewoud Sanders, Johan Hendrik Van Dale (1828-1872): Maker van een half woordenboek
 
tekst en foto's : Peter J. Faase.