Nieuwsbrief Nr. 22 - maart 2005

Tante Kato ging op reis en ze zag het graf van Saladineen bijdrage van tante Kato


* Abu al-Muzaffar Yusuf ibn Ayyub Salah ud-Din * 1138-1193 * Damascus, Syrië *

Via de kruistochten is de naam van Saladin, Saladijn bij ons doorgesijpeld. Hij was immers de slechterik die Jeruzalem van de christenen afgenomen had. Wie was die Saladin eigenlijk, geboren met de naam Yusuf (Jozef) ?

In de 12de eeuw bestond het leger van de kalief van Bagdad reeds enkele eeuwen uit Turken, maar ook Koerden hadden de rangen versterkt. Yusufs vader was een soennitische Koerd afkomstig uit Armenië en hij had het bij diens geboorte tot gouverneur van Tikrit in het huidige Irak gebracht. Vader Ayyub werd overgeplaatst naar Baalbek en later naar Damascus, nu respectievelijk in Libanon en Syrië. Over Yusufs jeugdjaren wordt gemeld dat hij geïnteresseerd was in theologie, soefisme, poëzie en het schaakspel. Kortom : vroom, braaf en wijs. Maar als zoon van een militair word je van jongsaf tot de (h)orde geroepen. In die tijd heerste er nogal wat verdeeldheid in de islamitische wereld en de eerste grote campagne waaraan Yusuf deelnam was die tegen de sjiïtische dynastie van Egypte (1169). Yusuf werd in Caïro tot vizier benoemd, vermoedelijk omdat hij de jongste en de zwakste was maar de slimmerd liet zich wijselijk omringen door ervaren familieleden. In 1174 kwam hij aan het hoofd van het soennitische leger en nam hij de eretitel Salah ud-Din aan, wat “Gerechtigheid van het Geloof” betekent, in het westen verkort tot Saladin. Zijn herovering van Jeruzalem in 1187 ontketende hier een storm van verontwaardiging : de heilige stad moest en zou terug onder de vleugels van Rome komen ! Er werd een nieuwe kruistocht gelanceerd, zeg maar dat de Drie Koningen uit het Westen kwamen : de Duitse Frederik I Barbarossa (1152-1190), de Franse Philippe II Auguste (1180-1223) en de Engelse Richard Leeuwenhart (1189-1199). Hoewel Saladin en Coeur de Lion elkaar nooit ontmoet hebben, deden al snel fantastische verhalen de ronde, zoals de opschepperij over hun zwaarden : Richards oersterke zwaard van westerse makelij kon zonder probleem een massief houten tafel doorklieven. Maar Saladins lichte, handige kromzwaard, gemaakt van Damasceens staal, kon dan weer wapperende zijde snijden. Feit is : Richard had Jeruzalem twee maal in zicht maar kon de stad niet heroveren. En de twee andere koningen : de Duitse stierf onderweg naar het Heilig Land en de Franse keerde ziek naar huis terug.

In augustus 1183 had Saladin van Damascus zijn hoofdstad gemaakt en hij regeerde er over een rijk dat zich uitstrekte van Noord-Afrika tot Armenië. Hij overleed er, slechts 55 jaar oud maar letterlijk doodop. Hij had van zijn 14de het leger en het slagveld als thuishaven gekend. ‘s Zomers had hij gevochten bij snikhete temperaturen en de regenachtige wintermaanden had hij bij zijn kroost doorgebracht (hij liet 17 zonen en een dochter na). Naast de grote Umayyaden-moskee werd een mausoleum gebouwd, dat voltooid werd in 1196. Het witte gebouwtje met geribde meloenvormige en -kleurige koepel was zo’n 700 jaar na zijn overlijden dringend aan restauratie toe. Daarvoor verstrekte de Duitse Kaiser Wilhelm II (1888-1918) de nodige fondsen. Binnen staan twee sarcofagen, beide van Saladin. In de houten ligt de man (en zijn zwaard) begraven. Het walnoothout moest wegens rotting met glas beschermd worden. Ernaast pronkt een wit marmeren sarcofaag, leeg, een gift van de Osmaanse sultan Abdul Hamit II (1876-1909). Beide sarcofagen worden bekroond met een enorme tulband. Centraal hangt een zilveren lamp met de monogrammen van sultan en keizer. Niet moeilijk dat er gefluisterd wordt dat Wilhelm II ook de marmeren sarcofaag bekostigde. Wie door het Midden-Oosten reist komt deze keizer wel meer tegen. Zijn Oriënt-mecenaat en economische alliantie met de Osmanen gingen hand in hand... tot zelfs in hun Grote Nederlaag.
In juli 1920 toen het hele Midden-Oosten trilde van westerse inmenging stond de Franse generaal Gouraud voor Saladins graf en sneerde “Nous voici de retour en Orient, Monsieur le sultan”.

Arabische landen als Syrië en Irak maakten van Saladin een nationale held. Saddam Hoessein (in datzelfde Tikrit geboren en ‘s mans laatste schuilkelder) gaf een postzegel uit van zichzelf samen met en zijn illustere streekgenoot. Nooit, nergens werd daarbij benadrukt dat Saladin een Koerd was.

Nota : De data bij de vernoemde vorsten zijn hun regeerdata.

Tekst en foto : tante Kato