Nieuwsbrief Nr. 21 - januari 2005

Wenen, een must voor funeraire gastronomenartikel over de belangrijkste Weense begraafplaatsen


Om voor de leden van vzw Grafzerkje, die deelnemen aan de door Rindert Brouwer ingerichte funeraire reis door Duitsland en Oostenrijk, al eens een tipje op te lichten van de sluier, ziehier een verslag dat ik ooit maakte over de prachtige stad Wenen en zijn funeraire schatten.
Wenen, de Oostenrijkse hoofdstad, is een bruisende stad waar ieder wel ruimschoots iets naar zijn gading vindt. Architectonische hoogstandjes van zo'n 130 jaar oud kan men bewonderen langs de 4 kilometer lange Ringstrasse. Met de Hofburg en het kasteel Schönbrunn komt de liefhebber van prachtige paleizen aan zijn trekken. Het Kunsthistorisch Museum met Rubens, Titiaan en de grootste Breughelverzameling ter wereld staat zeker op het verlanglijstje van elke schilderijenamateur. De Spaanse rij-school met zijn prachtige lippizaner-paarden geniet wereldfaam. In de tal-rijke koffiehuizen kan men zich tegoed doen aan Sacher- en andere taartjes. 's Avonds is Wenen een stad die opera en operette hoog in het vaandel draagt maar ook musicals en liederrecitals worden niet vergeten. Zoals U ziet voor elk wat wils. Ook de liefhebber van grafkunst en begraafplaatsen wordt hier verwend.

Een overzicht.

Habsburgers: her en der te bewonderen

In de Kaisersgruft onder de Kapucijner-kerk, kregen de lichamen van drie eeuwen Habsburgers een laatste rust-plaats toebedeeld. Te beginnen bij de stichters van de crypte, keizerin Anna en keizer Matthias, vindt men hier sarcofagen van niet minder dan 146 personen, waaronder 12 keizers en 17 keizerinnen. Blikvangers zijn hier in de eerste plaats de bronzen graftombes, van de hand van Balthazar Moll, bestemd voor keizer Karel VI (1685-1740) en keizerin Elisabeth Christine (1691-1750).
Van dezelfde kunstenaar is het mausoleum, met dubbelsarcofaag, voor keizerin Maria Theresia (1717-1780) en haar gemaal Franz I (1708-1765). Keizer Franz Joseph I (1830-1916 en zijn echtgenote Elisabeth (1837-1898)   - wie kent haar niet van de Sissi-verfilmingen - en hun zoon Rudolph, tragisch aan zijn eind gekomen in Mayerling, genieten veruit de meeste belangstelling.
In de Augustijnerkerk vindt men het marmeren grafmonument voor Marie Christine (1798), een werk van beeld-houwer Antonio Canova. Met wat geluk kan men de Herzgruft bezoeken. Achter een zware ijzeren deur ontwaart men 54 urnen met de harten van 9 keizers, 8 keizerinnen, 1 koning, 1 koningin, 14 aartshertogen, 14 aartshertoginnen en 2 hertogen. Deze van keizer Matthias is uit goud, de rest uit zilver. Eén beker valt op door zijn grootte: hij bevat dan ook de harten van de zelfs in de dood onaf-scheidelijke keizerin Maria Theresia en keizer Franz I. In de naastgelegen Sint-Joriskapel kan men de cenotaaf van keizer Leopold II en enkele prachtige graftombes bewonderen. In de cata-comben van de Stephansdom zijn er resten van een knekelhuis en een oude begraafplaats. Tevens vindt men in de Herzogsgruft koperen urnen met de ingewanden van de Habsburgse vorsten. Daarnaast telt Wenen nog enkele cryp-ten die meestal na eenvoudig verzoek toegankelijk zijn. De Michaelergruft is een bezoek overwaard. De constante temperatuur en een fijne luchtstroom zorgden ervoor dat in een deel van de ondergrondse kapel mummificering plaatsvond. Zo kan men in sommige kisten nog de kledij van de 18de eeuw waarnemen of kan men vaststellen waaraan een hoogzwangere vrouw gestorven is. In deze crypte vindt men ook de sarcofaag van Pietro Metastasio, librettist van de opera’s van Mozart.

Zentralfriedhof: een dodenstad

Naast deze crypten vindt men in Wenen een vijftal begraafplaatsen, opgericht na het verbod van keizer Joseph II om in de omgeving van kerken te begraven. Van begraafplaats Schmelzer blijft weinig meer over en, naast de grafsteen voor componist Josef Haydn, is er op de voormalige Hundsthurmerbegraaf-plaats niets meer te bewonderen. Matsleinsdorf en Währinger  zijn nu parken, maar een deel van de oorspronkelijke “gemeentelijke” be-graafplaats bleef behouden en is, na het ophalen van de sleutel, te bezoeken.

Nummer vijf is Sankt Marx, het enige overgebleven Biedermeierkerkhof ter wereld. Een bezoek overwaard. Blik-vanger is hier natuurlijk Wolfgang Amadeus Mozart (1756-1791). De exacte begraafplaats van de componist kon slechts bij benadering vastgesteld wor-den en in 1859 kreeg de plaats een grafmonument. Naar aanleiding van de 100ste verjaardag van zijn overlijden werd dat monument naar het Zentralfriedhof overgebracht. De vrij-gekomen plaats kreeg een naamplaatje en later een treurende engel. Tijdens de tweede wereldoorlog werd alles zwaar beschadigd en in 1950 gerestaureerd door beeldhouwer Joseph Drouot. Naast de beroemde componist vindt men hier nog de originele begraafplaatsen van Josef Strauss, componist, Aloïs Negrelli, ontwikkelaar van de plannen voor de bouw van het Suezkanaal en de laatste rustplaats van de Belgische architect Louis-Joseph Montoyer.
Voor een bezoek aan het Zentralfriedhof dient een geïnteres-seerde bezoeker de nodige tijd uit te trekken. Deze 120- jaar oude dodenstad is de tweede grootste van Europa. Voor een eerste kennis-making volstaat misschien een bezoek aan de eregraven. Perk 32A, links van de hoofdingang, bevat een verzameling grafmonumenten om U tegen te zeggen. Hier zijn de muzikale helden vertegen-woordigd: Ludwig van Beethoven Johannes Brahms, Christoph Willibald Glück, Wolfgang Amadeus Mozart, Franz Schubert, Franz von Suppé en de gehele Straussdynastie. Aan de over-zijde , perk 14A, ligt naast politici, schilders en artsen Theophil Hansen, architect van het Parlement, de Academie en de Beurs begraven. Wat verder liggen de Oostenrijkse presi-denten, voor de Karl Luegerkerk, gebouwd in 1910, en één van de belangrijkste bouwwerken van de Jugendstil. Links van de presidenten een recenter ereperk met de politici Johann Böhm en Bruno Kreisky, de componisten Arnold Schönberg en Robert Stolz en de acteurs Curd Jürgens en Theo Lingen. Tegen de muur, tussen de ingangs-poorten 2 en 3, vindt men nog enkele merkwaardige grafmonumenten. Men ontdekt er het graf van muziekpedagoog Karl Czerny, van Mozart’s tijdgenoot Antonio Salieri en van Adolf Loos, voorvechter van de
nieuwe zakelijkheid in de architectuur. Het Zentralfriedhof heeft eveneens een Joods gedeelte.
 

Voor elk wat wils

Verder bezit Wenen nog zo’n 50 begraafplaatsen. Een kleine bloemlezing van enkele juweeltjes. In de nabijheid van Schönbrunn ligt Hietzing. Jetty Strauss, de eerste vrouw van de operettekoning, ligt hier. Jugendstil-kunstenaars Gustav Klimt en Kolo Moser vonden hier hun laatste rustplaats in de nabijheid van Otto Wagner, de geniale stadsarchitect, die een prachtig grafmonument kreeg. Componist Alban Berg, danseres Fanny tussen enorme mausolea.
In Grinzing, in de heuvels en tussen de wijngaarden, zijn de grafkapellen van de architecten Johann von Ferstel, bouwheer van de Universiteit en de Votivkerk, Ferdinand Fellner, architect van het Volkstheater en August Siccard van Siccardsburg, die de plannen voor de Opera en het Arsenaal tekende, te bewonderen naast het eenvoudige monument voor componist Gustav Mahler.
Op de Kahlenberg ligt, verscholen in het woud, de stemmige begraafplaats. Het graf van Karoline Traunwieser, zangeres en het mooiste Wienermädel, wordt nog steeds goed onderhouden wat niet kan gezegd worden van het mausoleum voor de familie Finsterle . De Belgische adel is hier vertegenwoordigd door Karl Lamoral de Ligne en zijn gemalin.
In de Seegasse vindt men de oudste Joodse begraafplaats . Na de tweede wereldoorlog werden 280 van de 931 grafstenen geïdentificeerd en weer samengesteld. Ook kan men hier een grafsteen bewonderen met een vis die, volgens de legende, bij zijn dood “schma Jisrael” uitriep en daarom begraven werd.
Denkelijk betreft het hier een deel van een kerkhofbron of van een waterspuwer. Na een tocht doorheen de haven ontdekt men het kerkhof van de naamlozen. Regelmatig spoelden hier drenkelingen aan, die aan de oever van de Donau begraven werden. Na het ophogen van de dam werd, tussen 1900 en 1935, een nieuwe begraafplaats aangelegd. Hier vonden 104 personen – 43 onder hen konden geïdentificeerd worden – een laatste rustplaats.

Begrafenismuseum: een rariteitenkabinet.

Na een telefoontje kan men een bezoek brengen aan het stedelijke begrafenis-museum.

De geschiedenis van het begrafeniswezen wordt hier aanschouwelijk voorgesteld. De conservator toont enkele bijzondere stukken. Wat te zeggen van de kist die, ten tijde van keizer Joseph II, gebruikt werd om hout uit te sparen. De kist klapte, door middel van een handvat, onderaan open, het lijk verdween in de kuil en de kist kon gerecupereerd worden. Na heftige protesten van de bevolking werd het “experiment” al na een half jaar stopgezet. Weners waren enorm beducht om levend begraven te worden. Een demonstratie van een reddings-wekker laat zien hoe, met behulp van een koordje rond de pols van de overledene, bij elk teken van leven een bel in het kantoor van de begrafenis-ondernemer ging rinkelen zodat ingegrepen kon worden. Het museum bezit ook steekmessen, om het hart te doorboren en zo zeker te zijn dat men niet meer tot de levenden behoorde.

Liefhebbers van funeraire kunst, van prachtige begraafplaatsen, van meester-lijk uitgevoerde grafmonumenten komen zeker in deze wereldstad aan hun trekken.


Tekst en foto's : Jacques Buermans
 

                                    Nog plaatsen beschikbaar.
Bij het ter perse gaan vernam ik van Rindert Brouwer dat er nog plaatsen beschikbaar zijn voor deze reis die doorgaat van zaterdag 27 augustus t/m zaterdag 3 september 2005. Inlichtingen: Rindert Brouwer & Jeannette Goudsmit, tel. 040-2121791, e-mail: [email protected]
Inschrijvingen: Eskoo Reizen, tel. 0416-282514, fax 0416-696442, e-mail: [email protected]
 
Prijs voor een tweepersoonskamer: 749 euro, per persoon. Toeslag voor een eenpersoonskamer: 149 euro. Inclusief: vervoer, hotels en ontbijt, twee diners, reisgids, inkomgelden en een sightseeingtour