Nieuwsbrief Nr. 21 - januari 2005

Tante Kato ging op reis en ze zag het graf van Peggy Guggenheimeen bijdrage van tante Kato


Marguerite (Peggy) Guggenheim * 1898-1979 * Palazzo Venier dei Leoni, Venetië, Italië



Het Palazzo Venier dei Leoni ligt aan het Canal Grande. Enkel de benedenverdieping van dit 18de eeuwse paleis raakte af en in 1949 werd het optrekje gekocht door de excentrieke Peggy Guggenheim. Als een echte dogaressa woonde ze er tot zo’n dertig jaar later haar hart het begaf. Zij liet zich in haar tuin begraven, naast haar 14 lievelingen, haar hondjes.


Wie was Peggy Guggenheim ?


Peggy’s straatarme overgrootvader Simon Meyer Guggenheim verliet Zwitserland in 1847 en emigreerde naar Amerika. Haar grootvader Meyer ging in de metaalindustrie (lood, zilver en kopermijnen) en tegen 1880 was hij dollarmiljonair. Peggy’s vader Benjamin was niet in zee gegaan met een uiterst winstgevende familieonderneming maar ging wel in zee met de Titanic en zo werden in 1912 zijn weduwe en drie dochters de minder rijke tak van de familie. Beter gezegd : zij waren gewone miljonairs. De rest van de familie was multi. In 1921 kwam het enfant terrible naar Europa. Mooi, vrij, intelligent, rebels en financieel zelfstandig. Kortom een vrijgevochten jonge vrouw. Op sentimenteel vlak kwam zij van de enige catastrofe in de andere terecht, beginnend met schilder Laurence Vail. Uit 7 jaar huwelijk hield ze veel blauwe plekken, 2 kinderen en een introductie in het kunstenaarswereldje over. Net vòòr WOII opende ze haar eerste kunstgalerie in London maar in 1941 moest ze Europa ontvluchten voor het oprukkende Nazi-geweld. Datzelfde jaar trouwde ze Max Ernst maar haar tweede huwelijk haalde niet eens het einde van de oorlog. Wél succesvol was haar New Yorkse galerie “Art of this Century” en in het bijzonder haar samenwerking met Jackson Pollock. Zij ontdekte hem, promootte hem en lag aan de basis van zijn roem. In 1946 keerde ze terug naar Europa en kocht ze een Venetiaans palazzo met de breedste gevel van de Canal Grande en één van de grootste tuinen van de stad. Kostprijs toen : 80.000 $. In 1969 schonk zij haar woonst en collectie aan de Solomon R. Guggenheim Foundation New York (genoemd naar haar in 1949 overleden oom) die nog steeds het beheer voert. De schenking vertegenwoordigde een bedrag van 35 miljoen $. Voorwaarde was wel dat de collectie in Venetië moest blijven, behalve als de stad helemaal zou wegzinken. Het museum krijgt jaarlijks meer dan 100.000 bezoekers over de vloer.

De Collezione Peggy Guggenheim is een van de belangrijkste Europese privé-collecties van 20ste eeuwse kunst. Er zijn werken te zien van oa Picasso, Braque, Duchamp, Brancusi, Mondriaan, Chagall, Mirò, Giacometti, Magritte, Dali, Delvaux, Pollock en Max Ernst. Strikt genomen was Peggy geen kunstkenner maar zij wist zich te omringen met de beste adviseurs, die de kunststromingen volgden, de vernieuwingen zagen en wisten wat kwaliteit was. Onder hen ronkende namen als Marcel Duchamp, Sir Herbert Read en Samuel Beckett.

In een rustige hoek van de beeldentuin tussen getrimde klimop en gemillimeterde buxus en onder een eenvoudige deksteen werd de urne van de grande dame begraven. De kleine gedenksteen tegen de muur vermeldt naast “Here rests” alleen haar naam en data. Rechts ervan op een grotere steen onder “Here lie my beloved babies” staan de namen en data van haar Chinese Shih-Tsu terriërs. Aparte vermelding verdienen Pegeen (genoemd naar haar dochter) en Sir Herbert (naar haar grote adviseur).

Tekst : tante Kato