Nieuwsbrief Nr. 21 - januari 2005

OnmetelijkAnneke Haasnoot pleegde volgend gedicht


De wind waait door me heen, ik word karkas
Want meegevoerd worden al mijn organen
Mijn kern resteert, begroet reiger en gras
De horizon, velden, zwanger van granen

Zo licht word ik, zo hol, zo leeg, zo wijd
Zo alles tegelijk, zo ver verleden
Niet langer in elkaar gedrukt door tijd
Maar expanderend in immense vrede

Dat alles door een landelijke bries
Gespreide armen die om stilte vroegen
Ontvankelijk voor vergetelheid, verlies

Wat was dat ook alweer en wat was zwoegen
Hoe heette toch dat zilte ongenoegen
Dat deze luchtstroom van mijn botten blies


Anneke Haasnoot. Indien u meer wenst te vernemen van Anneke Haasnoot: http://members.lycos.nl/beeldentuin/index.htm