Nieuwsbrief Nr. 21 - januari 2005

Sint Baafseens te meer een meevaller


Doordat het bezoek aan het kerkhof van Tereken afgeblazen werd wegens ziekte van de gids diende een alternatief gezocht te worden. Op een bijeenkomst werd geopperd of het, zeker tijdens de winterperiode, niet mogelijk moest zijn indien vzw Grafzerkje eens een kerk, toch ook een funerair gebeuren, kon bezoeken. Van de nood werd een deugd gemaakt en 18 geïnteresseerden trokken onder de kundige leiding van An Hernalsteen naar de Gentse Sint Baafskathedraal voor een funeraire rondleiding aldaar.
Allereerste schetste An ons de geschiedenis van de kathedraal. Grafstenen van een eerste kerk werden gebruikt voor de fundering van enkel sassen in de stad. Bij het dempen van die sassen kwamen juweeltjes naar boven en die worden nog altijd bewaard in de Sint Baafsabdij. Een allereerste monument was dat voor bisschop Henricus Lambrecht, een gisant uit de 19e eeuw. Wat verder stond An stil bij het grafmonument van een Fries: Viglius Aytta, specialist in kerkelijk recht, raadsman van keizer Karel, laatste gemijterde proost van de Sint Baafsabdij en  medeproost van Lucas Munich, de eerste proost van Sint Baafskathedraal. Er rezen twijfels over het schenden, tijdens de beeldenstorm, van het graf van Aytta daar zijn koorkap ontbrak maar denkelijk werd hij zonder begraven omdat zijn schoonbroer die later nog bezigde. De eerste en de tweede bisschop lagen, in een aanpalende kapel, broederlijk naast mekaar zoals zij, volgens de berichten “liefdevol met mekaar omgingen tijdens hun leven?” In de, drukbezochte, kapel waar iedereen enkel oog heeft voor het schilderij het Lam Gods van de gebroeders Van Eyck, vertelde An ons dat de kapel bestemd was voor Joost Vyd, eerste schepen van de stad Gent, en diens echtgenote Elisabeth Borluut. In dezelfde kapel bevond zich het prachtige grafmonument voor Ferdinand Van Brunswyck. (detailfoto op volgende bladzijde)
 
In een volgende ruimte lagen Philip Van der Noot en diens neef Maximiliaan Van der Noot. In die tijd had men enorm veel oog voor symmetrie. In een volgende kapel troffen we Petrus Damant aan, met de koorkap van bovengenoemde Vilgius Aytta. Ook een schilderij”De opwekking van Lazarus” van Antwerpenaar Otto Venius. In de Franse tijd werd het “geleend”. Later kwam het terug naar Gent maar één luik werd achtergehouden. Gevolg: de heilige Petrus staat nu aan de verkeerde zijde van het schilderij. In het koor weer oog voor symmetrie. Bisschop Antonius Triest kreeg een gisant, daarnaast troffen we bisschop d’ Allemont aan in geknielde houding en aan, enkel zijn hart bevindt zich hier. Aan de overzijde zagen we een geknielde Carolus Van den Bosch en een gisant voor Karel Maes. Bij het beeld voor bisschop Triest vertelde An ons een triestig verhaal. De beeldhouwer, Jerome Duquesnoy, verzocht een aantal koorknaapjes om voor hem te poseren. Zij deden dat maar het bleek toch niet zo onschuldig want Duquesnoy werd aangeklaagd voor aanranding op de eerbaarheid en veroordeeld. Hij werd gewurgd en nadien op de brandstapel gezet, kwestie van zekerheid te hebben. Toch veel doeltreffender lijkt mij dan jarenlang processen voeren zoals wij heden ten dage plegen te doen.
Nadat we nog langs een portret van een goede vriend van An passeerden: bisschop Bracq ging het naar de crypte. Daar lag nog een goede bekende van onze gids: bisschop De Kesel. Hij was de man die de bisschoppengalerij leegplunderde om de bisschoppen in de crypte van Sint Baafs te plaatsen. Tot slot toonde An ons nog een aantal recuperatiemonumenten die leden onder de fameuze beeldenstorm.
 
Jacques Buermans.
Marc Coremans foto’s