Nieuwsbrief Nr. 21 - januari 2005

Nieuwjaarsreceptieeerste nieuwjaarsreceptie een groot succes


23 januari, één dag na de nieuwjaarsreceptie: ik ben een meer dan tevreden voorzitter want de receptie werd als meer dan geslaagd ondervonden bewijze de positieve reacties en de mails met lovende woorden. Ik moet benadrukken dat het welslagen grotendeels het werk was van Martin Demedts die de praktische kant voor zijn rekening nam. An Hernalsteen en Marie Claire, echtgenote van onze penningmeester, staken nog een handje en meer uit om te zorgen dat de aanwezigen regelmatig vergast werden op een hapje en een drankje.
 
Eigenlijk begon de middag al om 12.30 uur met een koffiemaaltijd. Iets later want kon ik weten dat het Novacentrum niet op 500 meter van het Campo Santo maar eerder op 1500 meter lag? Maar de aanwezigen deden zich te goed aan broodjes en koffiekoeken. Het bestuur van vzw Grafzerkje maakte van de gelegenheid gebruik om een vruchtbare vergadering te houden. Om 14 uur las ondergetekende zijn nieuwjaarsbrief voor waar iets dieper op onze doelstellingen werd ingegaan en waar Edgard Nelissen een tevreden penningmeester bleek want er zat al aardig wat in de, door hem fors bewaakte, vzw-kas. Hij wist toen nog niet wat het feestje hem zou kosten. Willem Houbrechts gaf dan wat toelichtingen bij de nakende persconferentie waar de vzw zal voorgesteld worden samen met enkele restauratieprojecten.
 
Een drankje later verzorgde An Hernalsteen, gratis waarvoor onze hartelijke dank, een voordracht met als titel “Leven met Pietje de dood”. Op de haar typische wijze gaf ze een overzicht van gebruiken en rituelen die we kennen van in de middeleeuwen tot op heden. In die tijd was een begraafplaats een grasveld met kruis waar ook markt en foor gehouden werd en waar kinderen op speelden. Zij belichtte de rol van de katholieke kerk (het lichaam was het materiële van de ziel) en het ontstaan van het bijgeloof (je kon maar verrijzen wanneer je een graf had; ook misdadigers en ongeboren kinderen werden daarom begraven in ongewijde grond) An stond lang stil bij de 18e eeuw. Het begraven in de kerk wordt in vraag gesteld. De reguliere orde der Alexianen verzorgde het lijkenvervoer. Omdat de lichamen op karren gelegd werden en door hobbelige straten vervoerd werden, noemde men hen “schokkebroeders”.  Later werd dat vervoer, in Gent, gedaan door ene mijnheer Kiekepoot. Vandaar de uitdrukking “hij is bij Kiekepoot”. (hij is overleden) An vertelde ook over het feit dat het ongeboren kind in de baarmoeder gedoopt werd en dat niet opgeëiste miskramen werden meegekist met lijken. Zij vertelde het verhaal van een pendelaar wiens pendel bij het graf van een man “kadul” sloeg wat wees op “vrouwelijk”. Het meekisten verklaarde dit “mysterie”. An vertelde ook over gebruiken die niet meer gangbaar zijn. Het luchten van de sterfkamer om de ziel buiten te laten; spiegels werden afgedekt en glazen omgekeerd opdat de ziel zich niet kon verstoppen; de ogen (= de spiegels van de ziel) van de overledene werden gesloten; er werd zand gestrooid om het geluid te dempen en de dode niet te wekken; klokken werden stilgelegd en er werd geen muziek gespeeld; bij de begrafenis werd de kist op bussels stro gelegd om het lichaam niet te veel te schudden; er werd een rouwperiode van één jaar in acht genomen wat zorgde voor rouwmode en rouwjuwelen en tijdens die periode werd alle correspondentie gevoerd op brieven met een zwarte rand.
 
Alle aanwezigen genoten zichtbaar van de voordracht maar ja, An weet ook als niet een haar toehoorders te boeien. Van praten en luisteren krijgt men dorst en de meer dan 35 aanwezigen konden de nodige wijntjes, frisdranken aanvullen met de lekkere toastjes van Marie Claire en de versnaperingen van An. Tevreden, een enkeling té dronken, keerde iedereen huiswaarts. Vzw Grafzerkje had zeker zijn start niet gemist.

tekst : Jacques Buermans,
foto : Willem Houbrechts