Nieuwsbrief Nr. 20 - november 2004

’t Is weer AllerzielenLouis Van Dyck staat stil bij Allerzielen


Zij doorkruist dagelijks, dromerig-depressief, de dennenbossen daar Dirk’s dood danig drukt. Jaren woonden zij samen ergens in de Kempen. Zij waren altijd bij elkaar, zij kregen zelfs samen hun maandstonden. – Eerst kon hij met zijn handen niet meer uit de voeten, later was er ook wat met zijn voeten aan de hand. Zo ging dat tot niets meer deugde. Er werd gebeden, zelfs gesmeekt, kaarsen gebrand en beloften gedaan. Geen mens heeft enig vermoeden wat zij hebben doorstaan. Door zijn dood heeft Dirk veel miserie gemist. Een medaille heeft twee kanten! – Toe hij stierf stond begrijpelijk voor haar de wereld stil, maar dat ook de post zou stilvallen had ze echt niet verwacht. De rouwbrieven werden afgestempeld op 29/9 en besteld op 4/10 = de dag van de begrafenis. Aan de koffietafel, berekend op 55 personen, verschenen hooguit 20 genodigden.
 
Een mens weet nooit waarom hij in de wieg is gelegd. Het blijft altijd een vraag. Vroeger werd er gezegd “als je geboren wordt en je ziet klompen onder ’t bed staan, denk dan maar dat het naar de knoppen is”.
 
Als ik op het kerkhof de graven overschouw zie ik ze in gedachten liggen, de wereldverbeteraars die meenden altijd gelijk te hebben en alle wereldproblemen in een handomdraai oplosten.
 
Op het graf van een Canadees soldaat heeft een moeder haar foto gezet, dicht bij hem! Twee woorden heeft ze er op geschreven: “Dag jongen”. Meer moet dat niet zijn. Het vertelt genoeg van een onmeetbaar verdriet.
 
’t Is weer Allerzielen.
 
Louis Van Dyck, 2004.