Nieuwsbrief Nr. 20 - november 2004

Allerzielen 2004Louis Van Dyck staat stil bij Allerzielen


Blije schoolkinderen planten jaarlijks bij elke onbekende soldaat bloemen “tegen het vergeten”. Soms staat er op het graf “alleen door God gekend”. Ik ben op de verzamelbegraafplaats te Lommel waar uitsluitend Duitse militairen liggen. Zij vielen in de meidagen 1940 of bij het Ardennenoffensief 1944/45. 20 000 kruisen met aan weerszijden een lichaam = 40 000 soldaten.

.

Ik kuier langsheen de graven samen met een Hollandse dame. Zij stond toevallig aan de ingang de registers te raadplegen, tot ik er mee in gesprek kwam. Haar vader was een Duitser van toen. Je ziet er kruisen zover het oog reikt, ook in de mistige achtergrond gaat het “eindeloos” verder. Keurig op rijen, net zoals ze eens marcheerden, zingend om er de pas in te houden. Mits een beetje inleven maakt deze tragedie een diepe indruk. Je wordt er stil van. Je krijgt het gevoel waarover Willem Vermandere zingt: “duizenden en duizenden soldaten, altijd iemands vader, altijd iemands kind…” We zouden ze met een Lazaruseffect weer terug tot leven moeten kunnen wekken. Van doden is men geneigd enkel goede dingen te zien en dan nog bovenmate vergroot.
 
Door de grote poort stapten we buiten, terwijl mijn kuiergezel mij simpel zei: “alleen had ik het niet aangekund. Fijn dat je er was, jochie.” En zij gaf mij een zoen. Via Kattenbos ging ik naar de trein; het begon stilletjes te regenen, maar mijn dag kon niet meer stuk.
 
tekst : Louis Van Dyck.