Nieuwsbrief Nr. 20 - november 2004

Het graf van Alice Nahon op het Schoonselhof: als nieuw!Louis Van Dyck en Mathilda Goelen zorgden ervoor dat het graf opgeknapt werd. Louis Van Dyck maakte volgend verslag


Hoe begin je er aan? Zoiets moet rijpen. Alice Nahon, ons goed bekend; haar leven en haar gedichten smeden een intiemere band. In 1996 was het 100 jaar geleden dat zij te Antwerpen geboren werd. Toen stond ik bij haar verwaarloosde graf en dacht: “niemand heeft enige moeite gedaan het wat op te frissen”. Ikzelf stak toen ook geen hand uit; als het bij gejammer of verontwaardiging blijft zetten we geen stap vooruit.
 
De toenmalige gelegenheidstentoonstelling in het Archief van het Vlaams Cultuurleven was beschamend. Alle aandacht ging toen naar Paul Van Ostaijen, eveneens geboren in 1896. Enkel in het voorportaal werden toonkasten opgesteld waarin enkele foto’s en gedichten van Alice. In Putte bij Mechelen stapte ik toen, in mijn eentje, het Alice Nahonpad (10 km) en kwam zo ook langs de Alice Nahonschool, waar weerskanten de gang een schat aan foto’s hangt en in de voortuin haar borstbeeld staat. Meerdere boeken heb ik over haar gelezen. Het hinderde mij dat zij destijds niet op het grote ereperk werd bijgelegd, terwijl politieke creaturen, van weinig betekenis, er wel plaats kregen.
 
Door de rondleidingen en evenementen, door Jacques Buermans georganiseerd, kwam ik meer en meer op de begraafplaats. Ik ging steeds even langs het graf van Alice Nahon. Ter verduidelijking: ik heb Alice Nahon niet persoonlijk gekend; ik werd geboren in 1929 en zij stierf in 1933.
 
Stilaan begon de geachte te rijpen haar grafsteen grondig op te kuisen en opnieuw op te voegen. Ik sprak er Grafzerkje Mathilda Goelen en deze sprong mij meteen bij; ze wou helpen in daad en financiën. Al bij al kostte de “opkuis” niet veel, maar toch hebben we de kosten gedeeld evenals het werk. Jacques verwittigde mij dat het graf op de lijst van de stad Antwerpen voorkomt en er dus best vooraf toelating moest gevraagd worden. In het kastel Schoonselhof werd ik heel welwillend ontvangen in de zin van “wat hen betrof ik het heel Schoonselhof mocht opkuisen.”
 
Ik ben even raad gaan vragen bij een grafmaker in mijn buurt te Mortsel. Die zegde over geen wondermiddelen te beschikken, daar hijzelf zich behielp met Javel en stalen borstel. Vier maal hebben Mathilda en ik het graf dus geschrobd. Reeds de tweede keer waren de hardnekkige zwarte vlekken er volledig uit. Vergeet niet: 70 jaar vuil moest weggevaagd! Het kruid in het plantvak dreigde het graf te overwoekeren; wij hebben het een heel stuk bijgesnoeid. Mathilda kocht drie bijpassende plantjes om er tussen te zetten, wat heel de zaak opfleurt. Het reeds aanwezige kroontje werd herschilderd met satijn-zwart en oogt nu heel mooi op de lichtgrijze arduinen ondergrond. Om slijkspatten op de zijkanten te voorkomen hebben we kwistig boomschors rondom het graf gestrooid. Hopelijk krabben de vogels er niet te driftig, op zoek naar insecten.
 
Wij hebben het voornemen de toestand van het graf in lengte van jaren verder op te volgen en in te grijpen telkens nodig. “Het Jonk” zal tevreden zijn nu ze proper ligt.
 
Louis Van Dyck, 24 oktober 2004.