Nieuwsbrief Nr. 20 - november 2004

Tante Kato ging op reis en ze zag het graf van Trotskyeen bijdrage van tante Kato


Lev Davidovitch Bronstein (1879-1940) & Natalia Sedova (1882-1962), Coyoacàn, Mexico

Coyoacàn, een zuidelijke wijk van Mexico-stad. Waar de ceviches (gemarineerde vis, schaal- en schelpdieren) het lekkerst zijn, waar de Spaanse veroveraar Hernan Cortès de minnaar werd van de Indiaanse La Malinche, waar Frida Kahlo en Diego Rivera schilderden en woonden, waar Leon Trotsky vemoord werd.

De in Ukraïne geboren joodse boerenzoon werd als student geconfronteerd met de onrechtvaardigheden van het tsaristische Rusland. Zijn ondergrondse activiteiten brachten hem in de gevangenis. Hij ontsnapte (1902) en nam de naam van een van zijn cipiers : Leon Trotsky. De daaropvolgende samenwerking met oa Lenin leidde uiteindelijk tot de oktober-revolutie van 1917. Trotsky voerde de vredesonderhandelingen met de Duitsers, werd volkscommissaris van Defensie en vader van het Rode Leger. Na Lenins dood (1924) geraakte hij in conflict met Stalin. Eerst werd Trotsky aan de kant en in 1929 uit het land gezet. Er volgden voor hem en Natalia Sedova, die hij in 1902 leerde kennen, een hele resem onderduikadressen in Turkije en Frankrijk. Hij spendeerde een nachtje bij zijn Antwerpse aanhangers (12 op 13 juni 1935) alvorens in te schepen naar Noorwegen. Dankzij Diego Rivera kon Trotsky een visum voor Mexico krijgen, waar hij in januari 1937 arriveerde. Diego, een sympathisant van de Russische Revolutie, en zijn vrouw Frida Kahlo gaven de voortvluchtigen een eerste onderdak in hun Casa Azul.

Voor de nieuwe gasten werd de Casa Azul omgetoverd tot een ware bunker door oa de ramen aan de straatkant dicht te metsen. Bij de Mexicaanse Frida vond de opgejaagde Rus nieuwe warmte. Bovenop politieke meningsverschillen tussen de twee mannen kwam nu nog de jaloezie van Diego en Natalia. De vermeende relatie zou uiteindelijk tot een breuk en een verhuis naar een woonst enkele straten verder in de Avenida Viena leiden.
Voorjaar 1939 : het nieuwe onderkomen werd omringd met hoge muren en het leek met de uitkijktoren een kleine versterkte burcht. Dergelijke veiligheidsnormen waren noodzakelijk sinds er verschillende aanslagen gepleegd waren op de man zelf, zijn familie en zijn entourage. Vanaf mei 1940 kregen de Trotsky’s regelmatig bezoek van een verlegen twintiger, de Canadese “kameraad” Frank Jacson. Op 20 augustus kwam hij een artikel ter lezing voorleggen en terwijl Trotsky het nalas nam hij plaats achter de schrijftafel, haalde een ijspik te voorschijn en hakte in op Trotsky’s schedel. Trotsky overleefde de aanslag niet en overleed een dag later. Zijn moordenaar had zich sinds 1938 op deze taak voorbereid door zich eerst te verloven met een Amerikaanse trotskiste en door zich via een bevriend echtpaar zachtjes binnen te werken in de Trotsky-huishouding.

Trotsky’s asurne werd in zijn tuin begraven onder een vertikale steen waarin hamer en sikkel uitgehouwen werden. Tropische planten en de rode vaan maken het geheel af. Natalia, zijn trouwste kameraad in goede en kwade dagen, overleed tijdens een bezoek aan Parijs en ook haar urne werd naar Coyoacàn overgebracht. Hun huis is nu het Museo y Casa de Leon Trotsky. De inrichting is gebleven zoals ze was op het moment van zijn dood.

Nota : Frank Jacson (alias de Belgische Jacques Mornard en waarschijnlijk in werkelijkheid Ramon del Rio Mercader, in 1914 geboren in Barcelona) kreeg 20 jaar celstraf. Na zijn vrijlating reisde hij naar Cuba, Praag, Moskou en terug naar Cuba. Hij overleed in 1978 als Ramon Lopez.
 
tekst en foto : Tante Kato.