Nieuwsbrief Nr. 18 - juli 2004

Londen en the Magnificent Sevende zeven belangrijkste dodenakkers van de Britse hoofdstad


Londen telt niet minder dan 103 begraafplaatsen. Natuurlijk zijn ze niet allemaal een bezoek waard. In de Victoriaanse tijd kenden de Londense begraafplaatsen hun hoogtepunt. In minder dan tien jaar tijd (1833-1841) werden zeven begraafplaatsen gebouwd die bekend werden onder de naam "The Magnificent Seven". Ze zijn niet alle zeven even "magnificent" maar toch geven we hier een overzicht.
 
In 1833 werd Kensal Green gebouwd. Aan de ingang kan men zich een gidsje met plan aanschaffen. Iedere zondag om 14 uur zijn er bezoeken onder begeleiding van een gids. De anglicaanse kapel, in Dorische stijl, en met catacomben, van architect Henry Edward Kendall overheerst het geheel. Verder zijn er nog een kapel, in Ionische stijl, en een colonnade, beide met ontoegankelijke catacomben. De begraafplaats bevat een aantal architectonische hoogstandjes. De Grieks-Egyptische graftombe van circuseigenaar Andrew Ducrow (volgende bladzijde bovenaan links), het achthoekige mausoleum voor de Molyneuxfamilie, het barokke monument met engelfiguren voor Mary Eleanor Gibson (volgende bladzijde bovenaan rechts) en de sarcofaag, getekend door Ludwig Grüner uit Dresden en uitgevoerd in Carraramarmer door Bardi voor prinses Sophia, dochter van George III en slachtoffer van een ongelukkige liefde, zijn een bezoek overwaard. De architecten John Gibson en Henry Edward Kendall, de begraafplaatsenontwerper John Claudius Loudon en Robert William Sievier, directeur van Kensal Green met een prachtig monument van zijn hand, liggen hier. Verder vindt er een aantal bijzondere gasten op de begraafplaats: Jean François Gravelet, die de Niagarawaterval op een slappe koord overstak en onderweg stopte om een omelet te bakken en op te eten, John St John Long, die stierf na het drinken van zijn eigen elixir en James Barry, een vrouwelijke dokter die carrière maakte bij het leger, vermomd als man. De waarheid werd eerst na haar dood ontdekt.
 
Norwood werd in 1838 opgericht. Op eenvoudig verzoek bekomt men een stencil met plan en de bijzonderste monumenten. Het is niet zo indrukwekkend als Kensal Green maar toch loont een bezoek. De mausolea van Henry Tate, suikerhandelaar en stichter van de Tategalerij, en van Henry Doulton, pottenbakker, zijn uit terracotta. Op de Griekse afdeling (volgende bladzijde onderaan) staan er enkele kanjers van monumenten. De Rallifamilie is hier sterk vertegenwoordigd. Italiëkenners of Genuafanaten vinden, na enig zoekwerk, de laatste rustplaats van Henry King. Hij rust hier onder een kopij van de "hypnotiserende" engel van de Staglienobegraafplaats te Genua.
Highgate, het hoogtepunt

Highgate opende zijn poorten in 1839.  Dankzij "The Friends of  Highgate Cemetery" werd deze begraafplaats van de ondergang gered. In 1975 werden zij eigenaar en sindsdien werden de kapellen en de terrassen gerestaureerd. Voor de Egyptische laan werd geopteerd voor conservatie, de gebouwen bleven in hun oorspronkelijke staat en worden tegen verder verval beschermd in plaats van ingrijpende restauraties uit te voeren. Verder zorgden de "Friends" voor een aanvaardbare combinatie van groen en uitzonderlijke grafstenen. Het oostelijke deel van Highgate is gewoon open. Het westelijke, het interessantste, is enkel onder begeleiding van een gids toegankelijk. Gans het jaar door zijn er tijdens het weekeinde, om het uur tussen 11 en 15 uur, rondleidingen. Tussen april en november zijn er op weekdagen rondleidingen om 12, 14 en 16 uur. Aan de ingang van beide delen kan men zich een plannetje en een keurig verzorgd gidsje aanschaffen.
Het oostelijke deel bevat enkele prachtige mausolea waaronder die voor Donald Alexander Smith en die voor Davison Alexander Dalziel, de stichter van de Pullmancompanie. Verder liggen hier de uitvinder van de cinematografie, William Friese-Greene, en William Foyle, boekhandelaar. De enorme buste van Karl Marx  is bereikbaar door achter hele horden Chinezen en Japanners, met fototoestel en videocamera, aan te hollen. Naar de laatste rustplaats van de filosoof moet men wel even zoeken.
Het westelijke deel is een juweeltje. Naast de kapellen, waar de rondleiding start, is het visitekaartje van de "Friends" de Egyptische laan (bovenaan volgende bladzijde), waar een kanjer van een cederboom het geheel overheerst. De Victorianen imiteerden de Egyptische begraafcultuur en maakten eenvormige grafkamers. In deze "laan van de dood" vindt men onder meer de laatste rustplaats van Radclyffe Hall, schrijfster, die samenleefde met Mabel Veronica Batten, niet zo evident in de preutse Edwardiaanse tijd. Het enorme mausoleum voor Julius Beer,  Duits financier en eigenaar van "The Observer", steekt boven de Egyptische avenue uit. Verder vonden hier nog een aantal bekenden hun laatste rustplaats: Michael Faraday,  bekend van zijn gelijknamige "kooi", Catherine Dickens, echtgenote van de schrijver, en George Williams, stichter van de YMCA.
Highgate herbergt ook  enkele "rare snuiters":  Tom Sayers (links onderaan volgende bladzijde), laatste der "blote-vuist-vechters" kreeg meer dan 100000 mensen op zijn uitvaart. John Atcheler was paardenslachter van koningin Victoria. James Selby, koetsier zette een record neer: Londen-Brighton en terug in minder dan acht uur. Bij zijn begrafenis was er een stoet van 1,5 kilometer lang. George Wombwell (rechts onderaan volgende bladzijde)was de bezitter van een rijdende dierentuin. De leeuw Nero bewaakt zijn graf. Volgens de legende was het beest te lui om te vechten ofwel waren zijn tanden uitgetrokken door Wombwell.
 
Over legendes gesproken, Highgate heeft ook zijn verhalen. Bijvoorbeeld over Thomas Druce, de winkelier die stierf in 1864. Er werd beweerd dat hij een dubbel leven leidde en in werkelijkheid de excentrieke hertog van Portland was. Denkelijk wegens een erfeniskwestie liet zijn vrouw, in 1907, zijn graf openen omdat het doodscertificaat geen handtekening van een dokter bevatte en omdat men veronderstelde dat  er loden gewichten, in plaats van een lichaam, in de kist lagen. Dit bleek niet het geval: de kist bevatte wel degelijk het lichaam van Thomas Druce. Tot slot nog een mooie story. Elizabeth Siddall, vrouw van dichter Dante Rossetti, werd hier in 1862 begraven met enkele gedichten van haar liefhebbende Dante. Na zeven jaar wilde die de manuscripten terug. Het graf werd geopend en het prachtige hoogblonde haar van Lizzie bleek al die jaren verder gegroeid te zijn. Onder haar hoofd lagen de gedichten, die later werden uitgegeven.
Luister en verval
Abney Park werd in 1840 opgericht. Aan de ingang zorgen de vrienden van de begraafplaats voor een plannetje en wordt er een degelijke, maar niet al te overzichtelijke gids te koop aangeboden. De begraafplaats zelf is verzorgd maar de kapel, een kopij van de 14de eeuwse kapel in Bloxham, viel ten prooi aan vandalen.  Bij de ingang vindt men het monument voor Robert Scarborough King, een kolom uit witte marmer. Enkele prachtige beelden van rouwdraagsters sieren hier de graven. Agnes Forsyth, dochter van beeldhouwer James Forsyth, kreeg een gebeeldhouwd medaillon in "Hoog Victoriaanse" gotische stijl. Van alle personen die hier liggen is William Booth, stichter van het Leger des Heils, wel de bekendste. Hier treffen we ook een levensgrote leeuw uit witte marmer aan. Op het graf van Frank Bostock, een menagerist. Het zal onze laatste niet zijn.
 
Brompton Cemetery ontstond eveneens in 1840. Gelegen in de wijk Chelsea ligt deze begraafplaats het dichtst bij het Londense centrum. Achter de kapel kan men zich, tijdens de kantooruren, een handig plannetje aanschaffen. De prachtige catacomben zijn niet toegankelijk. Enkele merkwaardige grafmonumenten zijn de gotische sarcofaag in roze marmer voor Val Cameron Prinsep en het graf in schrijnvorm voor Frederick Richards Leyland (onderaan deze bladzijde). Richard Tauber, de Oostenrijkse operazanger, moet het met een eenvoudig graf stellen maar steeds sieren bloemen zijn tombe. In zijn onmiddellijke omgeving ligt Emmeline Pankhurst, de suffragetteleidster die opkwam voor de vrouwenrechten. Op het graf van John Jackson, "blote-vuist-vechter" die slechts éénmaal verloor na een zware val waarna hij voorstelde om al zittende verder te boksen, vinden we onze derde levensgrote leeuw. Dit werk van Timothy Butler kwam er na een publieke inschrijving. Veilingmeester Samuel Sotheby moet het met een eenvoudig marmeren bas-reliëf stellen.
In Nunhead, opgericht in 1840, is er nog veel werk aan de winkel voor de "vrienden" die  hier sinds 1982 actief zijn. Zij hebben denkelijk weinig of geen middelen ter beschikking om grondige restauraties uit te voeren of om publicaties uit geven. Woensdag- en zaterdagnamiddag is de begraafplaats geopend en de laatste zondag van de maand, om 14 uur, is er een rondleiding, als we het haast onleesbare bord mogen geloven. De kapel en vele graven kregen bezoek van vandalen. Weinig engelenfiguren kwamen heelhuids uit de slag. Toch vinden we hier enkele mooie grafmonumenten zoals het Stearnemausoleum en de graftombe voor John Allan.  Een obelisk als herdenking aan vijf Schotse nationalisten die verbannen werden naar Australië bleef eveneens intact.
 
In 1841 kwam Tower Hamlets tot stand. Momenteel is de begraafplaats, dichtbij de Theemsrivier, in een park herschapen. Wandelaars en joggers zijn hier dus geen uitzondering. Op geregelde tijdstippen zouden hier wandelingen, maar dan eerder voor de natuurliefhebbers, ingericht worden.  Een kopij van een Middeleeuws marktkruis siert het graf van Joseph Westwood, scheepsbouwer.
 
The Magnificent Seven zijn zeker een bezoek waard. Er zit hier ook wel kaf tussen het begraafplaatsenkoren, maar begraafplaatsfanaten komen hier toch aan hun trekken. 

tekst en foto's : Jacques Buermans