Nieuwsbrief Nr. 18 - juli 2004

Père Lachaiseverslag van Jenny Bonnast over het Grafzerkjesbezoek aan Père Lachaise


Jenny Bonnast gaf ons volgend verslag:
Op het ontiegelijk uur 5u45 is het verzamelen geblazen aan het Plaza Crown Hotel te Antwerpen. Om 6u stipt zet onze bus onder deskundige leiding van chauffeur Armand koers richting Parijs. Jacques  belooft ons -en heeft deze belofte ook kunnen waarmaken- om “zijne kwek” te houden zodat iedereen de gelegenheid krijgt nog een beetje te doezelen. In Péronne kunnen we een deftig ontbijt nuttigen.
 
Daarna ontpopt Jacques zich als een volleerde reisgids.  We krijgen een stadsplan van Parijs, een snelcursus in het gebruik van het metronet, suggesties voor restaurantjes en we worden op het hart gedrukt uit te kijken voor zakkenrollers! Aan ieder die het wil geeft hij praktisch advies over hoe de rest van de dag zoet te brengen. De gebruikelijke “reclame” over de Grafzerkjes ontbreekt natuurlijk ook niet. Daarna komt het programma aan bod; de eerste groep krijgt een rondleiding om 11u, de tweede groep om 15u. Iedereen wordt aangemaand om 7u45 stipt te verzamelen aan de Porte Maillot voor de terugtocht
 
Om 11u start dan effectief de eerste rondleiding.  Wij hebben het voorrecht de begraafplaats te mogen bezoeken exact één dag na de tweehonderdste verjaardag van de opening.  In de namiddag is er dan ook een concert in de herdenkingskapel waar werk uitgevoerd wordt van componisten die hier begraven liggen.
 
Na een korte historische inleiding kunnen we aan onze rondgang beginnen. Père Lachaise biedt aan 1,3 miljoen mensen een laatste rustplaats;  Parijzenaars waar ze ook gestorven zijn, iedereen gestorven in Parijs en concessiehouders. Momenteel worden er 7000 verwaarloosde concessies te koop aangeboden. Anders dan bij ons zijn er concessiehouders die tijdens hun leven de restauratie van hun toekomstige begraafplaats aanvatten. Onderweg komen we er zo een aantal tegen. Bij de selectie van de monumenten die we zullen bezoeken heeft Jacques zich laten leiden door: de beroemdheid van de overledene, de link met België, de symbolen.
 
We starten de rondgang bij het monument van Louis Visconti, architect van het nieuwe Louvre en van de graftombe voor Napoleon in de Dôme des Invalides. Het monument van de beeldhouder J.P. Dantan is een typisch voorbeeld van de romantische stijl. De componist Rossini (De Barbier van Sevilla) heeft een cenotaaf op Père Lachaise, zijn lichaam wordt negen jaar na zijn overleden overgebracht naar Firenze waar hij rust in de Santa Croce.  Hij is bijgelovig en sterft op een vrijdag de 13de…. De dichter Alfred de Musset is verliefd op George Sand en ze reizen naar Italië waar de Musset ziek wordt. Sand begint een relatie met zijn Italiaanse geneesheer en hij keert gebroken naar Frankrijk terug. Hij raakt aan de drank en de ongelukkige liefde blijft het voornaamste thema in zijn werken. Uit zijn gedicht “Lucie” komt zijn laatste wens: “Lieve vrienden, wanneer ik sterf.
Plant dan een wilg op het kerkhof.
Ik houd van zijn treurend lover.
Zijn bleekheid is mij zoet en aangenaam.
En zijn schaduw zal ijl zijn.
Boven de grond waarin ik rust”.
Deze tekst staat op zijn grafsteen. De tragiek wil dat er geen enkele treurwilg overleeft op zijn graf. Het beroemde “Monument voor de doden” van Albert Bartholomé doemt voor ons op; hier bevindt zich het ossuarium van Père Lachaise, de naamloze resten. Albert Bartholomé is aanvankelijk schilder maar na de dood van zijn echtgenote legt hij zich vrijwel exclusief toe op grafstenen en doodsmonumenten.
Op het grafmonument van A. Falguière “de inspiratie” kan men aan de hand van de symbolen (palet en beitel) duidelijk afleiden wat zijn beroep was. I. Hoff is een onderofficier die zich verdienstelijk maakt tijdens het beleg van Parijs in 1870 en het beeld “het kleine Elzaserinnetje” is van A. Bartholdi, de beeldhouwer van het New Yorkse vrijheidsbeeld.
De link met België vinden we terug bij F. Arbelot.  Op zijn graf treffen we een bronzen mannengisant -Arbelot- met in zijn hand een vrouwenmasker; zijn echtgenote.  Dit prachtige beeld is van de Belgische beeldhouwer Adolphe Wansart.
 
De architect van Père Lachaise, Alexandre Théodore Brongniart, ligt naast zijn zoon Alexandre, geoloog en mineraloog.  Op diens graf prijkt een enorme witte vaas want hij was tevens directeur van de porseleinfabriek van Sèvres. François-Joseph Talma is theateracteur en Nederlander. Bij zijn overlijden blijft het Brusselse “Grand Théatre” 40 dagen gesloten als teken van rouw. De Italiaanse componist Luigi Cherubini wordt gelauwerd door een muze met een harp. De Poolse componist, Chopin heeft een verhouding met George Sand (zie de Musset). Na de scheiding met Sand is hij constant ziek en bang om levend begraven te worden. Hij wil zijn hart uit zijn lichaam om te laten begraven in Warschau. Chopin uit ook de wens begraven te worden in de buurt van zijn vriend de componist V. Bellini. Camille, de zoon van Ignace Pleyel (Oostenrijkse componist) trouwt met Marie Moke. Zij is een beroemde pianiste en breekt haar verloving met Hector Berlioz af om met Camille Pleyel te huwen.  Zij vestigt zich na haar echtscheiding in Brussel waar zij in 1875 sterft en rust in een prachtig monument op de begraafplaats van Laken. De componist Grétry, geboren te Luik is aanvankelijk koorzanger maar boekt in Parijs het éne succes na het andere met komische opera’s.  “Richard Coeur de Lion” is zijn meesterwerk. Vincenzo Bellini (zie Chopin) is componist (“Norma).  Dit is een cenotaaf want zijn lichaam wordt 40 jaar na zijn overlijden overgebracht naar zijn geboortestad Catania op Sicilië. Théodore Géricault is schilder.  Hij ligt ontspannen op zijn zerk; palet en kwast nog in de hand.  Zijn werk “Vlot van Medusa” betekent een mijlpaal in de moderne schilderkunst.  Dit werk is afgebeeld op zijn monument. Adolphe Thiers is journalist, politicus, historicus en staatsman.  Hij is president van de republiek van 1871 tot 1873. Zijn enorme grafmonument wordt slechts één keer per jaar geopend, nl. op 1 november. Thiers ligt in een sarcofaag die identiek is aan het graf van Napoleon Bonaparte. Jacques-Louis David is actief als kunstschilder en opinieleider tijdens de Franse Revolutie. Hij wordt later hofschilder van Napoleon.  Na de val van Napoleon vlucht hij naar Brussel in ballingschap.  Enkel zijn hart ligt hier begraven, zijn lichaam rust nog steeds op de begraafplaats van Evere.  Hij is de meest begaafde kunstenaar van zijn generatie (“De dood van Marat”).
Op het graf van Cino Del Duca (uitgever) prijkt een brons “De maagd die Christus ondersteunt” van Francesco Messina. De sarcofaag van de beeldhouwer Pierre Cartellier werd uitgevoerd door een aantal van zijn leerlingen. Ferdinand Barbedienne zet een procédé op punt om originele werken te verkleinen. We zien hier een buste van Antoine Chapu en bronzen beelden van Alfred Boucher.  Sommige bezoekers kunnen zich er moeilijk van weerhouden de borstjes aan te raken; de linkerborst is duidelijk het meest geviseerd…. Antoine Chapu ontwerpt ook het monument voor Marie d’Agoult.  Ze schrijft onder het pseudoniem Marie Stern en is eigenlijk veeleer beroemd door haar verhoudingen met Goethe en Liszt dan door haar schrijverschap. 
Het monument van de componist George Bizet (Carmen, l’Arlesienne en De Parelvissers) wordt opgericht door zijn vrienden. Het prachtige monument met de vier engelen van Meusnier is van Joachim de Errazu. Jean-François Cail is ingenieur en stichter van een locomotievenfabriek.  De allegorische figuren in steen zijn van Alfred Thiébault. Joseph Eustace Crocé-Spinelli en Henri Sivel sterven als hun luchtballon de Zenith vanop 8600 meter hoogte te pletter stort.  De derde medereiziger Gaston Tissandier overleeft. Het monument is van Jean Dumilâtre. Albert Grisar, geboren in Antwerpen is componist; de sinjoren hebben een straat naar hem genoemd. De kapel van de hand van Eugène Viollet-le-Duc herbergt Charles-Auguste de Morny, graaf, politicus en halfbroer van Napoleon III. Eugène Delacroix is de belangrijkste schilder uit de Franse romantiek.  Hij vraagt en krijgt een eenvoudig monument; een zwarte sarcofaag vergelijkbaar met de graftombe voor Scipio. Naast dit monument kunnen we een vaas bewonderen met in het midden de schilder Leonardo da Vinci, links op de ezel ‘La Joconde” en verder Mona Lisa die poseert voor da Vinci. Rechts zien we François I met daarnaast zijn hofhouding met windhond en dwerg.  Het tafereel speelt zich af in een kasteel aan de Loire (Amboise). We hebben er het raden naar wie hier is begraven. De schrijver Honoré de Balzac rust hier met zijn Poolse echtgenote gravin Hanska.  We zien hier een metalen boek met ganzenveer.  De koperen buste is van David ‘d Angers. Louis Félix de Beaujour is diplomaat en consul. Zijn monument is 16m hoog en 21m breed, deze “schoorsteen” is van François Cendrier.  Een andere naam voor het monument is “de grote penis”. De rustplaats van de familie Diaz-Santos wordt opgericht als dochter Charlotte op 16-jarige leeftijd sterft.  Er wordt één miljoen franse frank (uit 1827) aangeboden aan wie een jaar in de kelder wil verblijven.  Niemand lukt in dit opzet, iedereen wordt gek voor die periode.  Een identiek verhaal doet de ronde bij de graftombe Demidov-Strogonov.
Het graf van Allan Kardec, vader van het Franse spiritisme is het bloemrijkste en meest bezochte van de begraafplaats. De bronzen buste van Romain Capellaro glanst door de vele aanrakingen.  Vrouwelijke adepten willen al wel eens in katzwijm vallen voor het beeld van hun meester; de fanatiekste volgelingen geloven dat zijn ogen open en dichtgaan.  In het verleden vonden er nachtelijke mystieke rituelen plaats. Markies Antoine de Casariera wordt door Isabelle II uit Spanje verbannen omdat hij het kind van zijn vrouw ombrengt; het schaapje heeft immers dezelfde zwarte huidskleur als haar kamerknecht…. Imre Nagy is eerste minister van Hongarije.  Hij wordt in 1958 gefusilleerd in Praag en in een massagraf gedumpt.  “Le bateau de la liberté” is enkel een monument. Hij is later in ere hersteld en in 1989 in Budapest herbegraven met een staatsbegrafenis. De zanger Gilbert Bécaud en de actrice Marie Trintignant (moeder van vier kinderen en omgebracht door haar vriend) liggen langs mekaar begraven. De actrice Sarah Bernhardt is een excentrieke dame.  Zij zeult jaren een doodskist mee waarin ze regelmatig gaat rusten.  Onder haar huisdieren telt ze apen, leeuwen en een krokodil…
Yves Montand (auteur en chansonnier) en Simonne Signoret (actrice) hebben uitgesproken linkse sympathieën. In november ’97 wordt Montand opgegraven om een DNA-test te laten uitvoeren omdat een vermeende dochter (Aurore Drossard) aanspraak wil maken op zijn fortuin. Naast de graftombe worden berken geplant afkomstig van hun domein. Nu komen we aan het crematorium (van Formigé en in dienst sinds 1899). In tegenstelling tot wat men zou denken worden er momenteel slechts 15% van de overledenen gecremeerd;  25% daarvan worden uitgestrooid, 15% krijgen een nis in en van 60% krijgen de nabestaanden de urne mee naar huis.  Dit blijkt een probleem gezien veel mensen er na verloop van tijd geen blijf mee weten…Maria Callas (operadiva) is hier niet begraven maar krijgt een herdenkingssteen; enkele jaren na haar crematie wordt haar as uitgestrooid over de Egeische zee.  Isadora Duncan wordt gezien als één van de belangrijkste grondleggers van de moderne dans.  Zij komt dramatisch aan haar einde als haar rode sjaal verwikkeld raakt tussen de wielen van haar gloednieuwe open Bugatti sportwagen. De rode sjaal siert haar lijkkist.  Haar twee kinderen, Patrick en Deirde, die in 1915 bij een auto-ongeval omkomen rusten in haar nabijheid evenals haar moeder Dora Gray Duncan
De uitvaart van de clown Achille Zavatta gebeurt in een circustent met clowns, muzikanten en acrobaten.  De kist wordt voortgetrokken door twee witte paarden en gevolgd door muzikanten die heel Parijs doorkruisen op weg naar zijn laatste rustplaats. Sommigen worden hier wel gecremeerd maar liggen elders begraven. De filosoof Jean-Paul Sartre en zijn vrouw Simone de Beauvoir liggen op Montparnasse, de cineast François Truffaut ligt op Montmartre, de acteur Jean Gabin wordt op zijn verzoek uitgestrooid over zee
De componist van “Les cloches de Corneville”, Robert Planquette krijgt klokjes ter versiering. Nu is het moment gekomen waarop we het monument van Oscar Wilde kunnen bewonderen.  Hij is Ier en één van de meest toonaangevende Europese dichters en schrijvers van zijn tijd.  Zijn bekendste werk is “Dorian Gray”.  Nadat hij van homoseksualiteit wordt beschuldigd, vlucht hij naar Parijs.  Het grafmonument is geschonken door een anonieme vrouwelijke fan en ontworpen door Jacob Epstein; de sfinx heeft de gelaatstrekken van Wilde.  Het monument werd aanvankelijk als een schandaal bestempelt; het wordt met een zeil afgedekt ofwel is er constant politiebewaking.  Er wordt aan de beeldhouwer gevraagd een bronzen vijgenblad te creëren maar dit verdwijnt spoedig; zijn geslachtsorganen zijn sinds mensenheugenis verdwenen. Op de achterzijde van het monument vinden we citaten uit “The Ballad of the Reading Goal”.  Sinds 1950 ligt hier eveneens Robert Ross, vriend van Oscar Wilde begraven, alhoewel diens naam niet wordt vermeld. Zénobe-Théophile Gramme is Belg en uitvinder van de dynamo. Edith Piaf ondermijnt haar gezondheid met alcohol en verdovende middelen. Ze rust hier met haar derde echtgenoot, Théo Sarapo.  Haar grootste nummers zijn “Milord”, “La vie en rose” en “Non, je ne regrette rien”.
Victor Noir is journalist, notoir vrouwenversierder en republikein.  Hij wordt in 1870 door Pierre Bonaparte, een volle neef van keizer Napoleon III neergekogeld.   Op het proces beweert Pierre Bonaparte dat Noir hem heeft beschimpt en een handschoen in het gezicht geworpen; hij wordt vrijgesproken…Het levensechte monument (compleet met erectie) door Jules Lalou wordt vooral door dames druk bezocht.  Het verhaal wil dat het aanraken van zijn geslachtsdeel de vruchtbaarheid zou vergroten; de bobbel in de broek van het beeld is dan ook altijd flink opgepoetst….
Jean de la Fontaine en Jean Baptiste Molière zijn in 1817 samengebracht met de bedoeling volk te lokken naar de begraafplaats.  Beide sarcofagen (werk van Etienne Godde) zijn leeg alhoewel sommige bronnen vermelden dat de beenderen zich in de sarcofaag zouden bevinden in plaats van in de grond zoals wettelijk verplicht. Antoine-Augustin Parmentier is apotheker en militair; hij introduceert de aardappel in Frankrijk. Rondom zijn graf bevonden er zich dan ook aardappelplanten. Het grafmonument van de hand van Louis Visconti voor Louis-Gabriel Suchet -maarschalk onder Napoleon- spreekt van diens overwinningen.   De waarheid is dat Suchet tijdens de slag om Waterloo de zuidkant moet verdedigen maar rijkelijk te laat komt…Joachim Murat is eveneens maarschalk onder Napoleon. Hij trouwt met Caroline Bonaparte, de jongste zus van Napoleon. Hij krijgt het aan de stok met Napoleon; hij  krijgt enkel het koninkrijk Napels alhoewel hij koning van het Iberisch schiereiland wil worden. Na de nederlaag in Waterloo vlucht hij  naar Corsica waar hij tevergeefs Napels probeert te heroveren. Hij wordt in Italië terechtgesteld.  Caroline hertrouwt met een generaal uit het vroegere leger van Napoleon en wijzigt haar naam in gravin Lipona (anagram van Napoli).


Jean Nicolas Gobert is generaal van Napoleon en wordt naar Spanje gestuurd om een opstand neer te slaan.  Het ruiterstandbeeld stelt de dood van deze officier voor die door een kogel wordt getroffen terwijl hij met gebroken zwaard op de vijand inrijdt. Maximillien Sébastien Foy is generaal en vrijmetselaar.  Na de slag van Waterloo bekleedt hij enkele hoge posten onder koning Louis XVIII. Het monument is een antieke tempel van architect Léon Vaudoyer. Claude Chappe is de ingenieur die de telegraaf heeft uitgevonden.  Hij brengt de eerste verbinding tussen Parijs en Rijsel tot stand. Zijn grafsteen is een rotsblok uit lava met daarop een mobiele antenne die nog door Chappe gemaakt werd. Het mausoleum van Elisabeth Demidoff-Strogonoff bestaat uit witte marmer en wordt bekroond door een sarcofaag van de architect Quaglia. Het geslacht Strogonoff bezit een groot aantal zout- en ijzermijnen.  De overlevering wil dat degene die onafgebroken een jaar in de graftombe durft te verblijven een bedrag van twee miljoen roebels krijgt. Voor zover bekend heeft niemand het ooit geprobeerd; zie hetzelfde verhaal bij het graf van Diaz-Santos. Samuel Hahnemann is Duits geneesheer en grondlegger van de homeopathie.  De bronzen buste is van David d’Angers. Casimir Pierre Périer (bankier, parlementair, minister en kabinetsleider) krijgt van het stadsbestuur een gigantisch monument. 
François Vincent Raspail is chemicus, politicus en vrijmetselaar.  Hij is een groot voorstander van de republiek en verblijft regelmatig in de gevangenis.  De gesluierde rouwdraagster (zijn echtgenote) strekt haar hand uit naar Raspail door de tralies heen(een werk van Antoine Etex). Jean Francois Champollion is egyptoloog, archeoloog en vrijmetselaar.  Hij slaagt erin om de hiërogliefen te ontcijferen.  Zijn grafsteen heeft de vorm van een obelisk. Jim Morrison, de zanger van de rockgroep “The Doors”,  sterft aan een overdosis.  Zijn graf wordt druk bezocht door fans die met muziek, drank en jointjes de nabestaanden van de buurgraven teisteren; momenteel is er dan ook constant politiebewaking.  Op het graf de Griekse tekst “Contre le démon intérieur”. Georges Rodenbach, Belgisch dichter heeft een identiek grafmonument als dit van Jules Verne in Amiens.  Zijn bekendste werk is “Bruges La Morte”. Etienne Gaspard Robertson is natuurkundige van Luikse afkomst.  Hij is bekend als theaterillusionist en is uitvinder van de parachute.  De beeldhouwer (Hardouin) heeft deze passies overgebracht op het monument. Alélard en Heloïse worden samengebracht om dezelfde reden als de la Fontaine en Molière, nl. publiek trekken.  De monnik Abélard wordt verliefd op zijn leerlinge Heloïse en zij krijgen een kind.  Daarop wordt Abélard door een oom van Héloïse gecastreerd.  Zij wordt abdis en hij trekt van klooster tot klooster; de briefwisseling tussen de twee is vurig en ontroerend.   Na de dood van Helöise worden zij samen begraven in de kerk van Nogent sur Seine (1164).  In 1497 worden de lichamen gescheiden en aan weerszijden van het koor geplaatst.  Een latere abdis brengt de lichamen weer samen.  Na de Franse revolutie komen de lichamen bij Alexandre Lenoir terecht die een nieuw grafmonument opricht in neogotische stijl en de twee geliefden uiteindelijk samenbrengt op Père Lachaise in 1817.
 
Hier staan we even stil bij een prachtig Art Nouveau monument, gerealiseerd door Hector Guimard, de ontwerper van de metro-ingangen van Parijs
 Dit was in een notendop de beschrijving van een uiterst geslaagde rondleiding. Aan de hand van zijn vele anekdotes heeft Jacques ons een stukje van de geschiedenis heel levendig laten herbeleven. Binnen de korte tijdspanne van drie uur hebben wij een schat aan informatie bijeengesprokkeld en erg beklijvende monumenten ervaren. Desondanks heeft hij slechts een tipje van de sluier kunnen oplichten en maakt hij ons nieuwsgierig naar nog veel meer …  Wij beseffen ten volle dat Jacques hier voor ons heel veel voorbereidend werk heeft ingestoken. Dank u wel!
Zoals verwacht stonden we dus om 19u45 stipt allemaal (afgepeigerd) aan de Porte Maillot voor de terugtocht. Vermits we zo een voorbeeldig publiek waren (zouden we anders durven?) heeft Jacques ons beloofd binnen afzienbare tijd –speciaal voor ons, en misschien ook voor jullie?- rondleidingen op Montmartre en Montparnasse te verzorgen. Wij kijken er alvast naar uit!
 
tekst en foto's : Jenny Bonnast en Jean Donny
 
Noot. Een “madammeke met verstand” ziet direct in Jacques de geboren leider en vraagt hem de weg naar een bepaald graf.   Zonder verpinken en erg behulpzaam zet hij haar op weg. En dit geheel buiten het programma!  (Wij hebben natuurlijk niet gecheckt of hij haar naar de juiste bestemming heeft verwezen….)
 
Noot van Jacques: alhoewel ik een slecht karakter heb stuurde ik deze dame toch naar de door haar gevraagde bestemming.