Nieuwsbrief Nr. 16 - maart 2004

Allerheiligen in StockholmGrafzerkje Dominiek Dendooven ging op bezoek naar Stockholm


Op zaterdag 1 november land ik met wat waarschijnlijk de goedkoopste vlucht uit mijn leven zal blijven (we telden 0,01 euro neer) omstreeks 15u30 in Stockholm. De schemering begint zich alras te tonen. Ik wordt er opgewacht door mijn Zweedse vriend Jacob – die het Nederlands overigens perfect beheerst. Omdat het nu eenmaal 1 november is en omwille van mijn interesse voor het funeraire stelt Jacob voor om vooreerst langs te gaan in Skogskyrkogården, de belangrijkste begraafplaats van de Zweedse hoofdstad. Het is er de gewoonte om de doden te eren in het (schemer)donker dan vroeger op de dag, zoals bij ons.   Reeds zowat 5 kilometer vooraleer we er aan komen staan we in de file op de stadsautosnelweg; “Al die mensen gaan ook naar de begraafplaats”, zo luidt het. Wanneer we er uiteindelijk aankomen is het half zes en het is stikdonker. Buiten de begraafplaats staan tientallen kraampjes, niet met chrysanten en andere bloemen, maar met warme dranken, hot dogs, andere hapjes en allerhande kaarsjes en lichtjes. Hele families inclusief zowel baby’s in kinderwagens als oma’s trekken in het pikkedonker door de brede inkompoort. De sfeer is behoorlijk uitgelaten. Naar ’t kerkhof gaan lijkt hier eerder een gezellige familie-uitstap dan een jaarlijks terugkerende verplichting; 
 
Eenmaal door de poort is het aanblik onvergetelijk: tussen de bomen van dit woodland-cemetery en dit zover als het oog kan reiken, staan duizenden lichtjes te flikkeren.  Het Zweedse equivalent van onze pot chrysanten is immers na zonsondergang een lantaarntje of theelichtje op het graf te plaatsen. “zover als het oog kan reiken” is in dit geval overigens letterlijk te nemen: Skogskyrkogården sterkt zich uit over een vallei tot op de volgende heuvel en reikt tot aan de horizon. Op het eerste zicht lijken de graven afwezig. De grafstenen, die meestal niets meer zijn dan tegels met enkele summiere gegevens van de overledene, bevinden zich onder de dicht opeenstaande naaldbomen. De sobere graftegels doen mij onmiddellijk denken aan de grafstenen op de Duitse militaire begraafplaatsen  van “mijn” Westhoek. En voor de filmfanaten: onder één van die tegels berust de as van Greta Garbo.
 
Skogs-kyrko-gården betekent letterlijk woud-kerk-hof en dit woodland cemetery (om eens drie talen in dezelfde zin te gebruiken) heeft zijn naam zeker niet gestolen. In de grote open ruimtes - meestal hellingen - tussen de bossen bevinden zich verschillende strooiweiden. Verspreid over de begraafplaats bevinden zich een vijftal gebouwen(-complexen). Zij dateren allen uit de periode 1920 tot 1940 en zijn van een uitgesproken moderne architectuur die toch niemand voor de borst stoot. Toch zijn ze, zowel wat ligging als wat uitzicht betreft, allemaal heel erg verscheiden. Het belangrijkste gebouw is de kapel van Het Heilig Kruis (1940). Die bevindt zich boven op een heuvel die uitziet over de hele begraafplaats. Ernaast staat een hoog zwart granieten kruis. De kapel domineert de omgeving door zijn met zuilen overdekt voorhof, dat weerspiegeld wordt in  een vijvertje. De kleine woudkapel (1920) heeft een steil dak met dakspanen dat door een “woud”van zuilen gedragen wordt. Het ziet er een beetje uit als een Engelse cottage en bevindt zich midden in een apart ommuurd kerkhofje. De administratieve gebouwen (1924) zijn piramidevormig. Deze gebouwen zijn het werk van Erik Gunnar Asplund, de belangrijkste Zweedse architect van de 20ste eeuw. Sigurd Lewerentz was verantwoordelijk voor het plan van de begraafplaats, maar ook voor de Kapel van de Wederopstanding (1925) dat zich in één van de bossen van de begraafplaats bevindt. Eerder dan samensmelten met zijn bosrijke omgeving, contrasteert deze monumentale moderne variant van een Griekse tempel die ontworpen werd volgens de gulden snede. Het portaal van de kapel openbaart zich na een lange, smalle en hoogommuurde toegangspad. 
 
 
Skogskyrkogården is zonder twijfel een must voor elke bezoeker aan de Zweedse hoofdstad die ook maar een beetje interesse heeft voor (funeraire) architectuur. De bijzonder harmonieuze combinatie van natuurschoon en sublieme moderne gebouwen heeft er overigens voor gezorgd dat deze begraafplaats als één van de weinige 20ste-eeuwse ontwerpen op de UNESCO-werelderfgoedlijst is terechtgekomen.
 
Tijdens mijn bezoek aan Stockholm stond er overigens nog een funerair gegeven op het programma. Op Djurgården, het eiland van de Zweedse hoofdstad waar zich enkele van de bekendste musea bevinden, staat het monument voor de Estonia, de passagiersferry tussen Stockholm en de Estse hoofstad Talinn die enkele jaren geleden verging. De namen van de  ongeveer 850 slachtoffers van deze scheepsramp, onder wie ook enkele Nederlanders, werden gegraveerd op een sober monument (zoals dat ook bij vele oorlogsmonumenten het geval is) Het bijzonder hier is dat het Estoniamonument als het ware betreden wordt: het bestaat uit drie muren die samen een driehoek vormen, maar die niet aaneensluiten. Het resultaat is een open ruimte die toch volledig afgescheiden is van de wereld eromheen. Aan de ene zijde van het Estoniamonument kijk je uit over het water, aan de andere kant ligt een heuveltje  waarop zich de kleine, 19de eeuwse begraafplaats van Djurgården bevindt.
 
Tekst en foto : Dominiek Dendooven