Nieuwsbrief Nr. 15 - januari 2004

Een bezoekje aan het Cimetière du CalvaireJohan Moeys bezocht de minst geopende begraafplaats ter wereld


Grafzerkje Johan Moeys stuurde volgend verslag binnen, waarvoor mijn dank:
 
Tijdens de funeraire Frankrijkreis werd ik al wat nieuwsgierig gemaakt over de kleine begraafplaats naast de kerk Saint-Pierre-de-Montmartre, net naast de grote Sacré Coeur. Het feit alleen al dat je er maar één dag per jaar op bezoek mag, was al genoeg. Ondanks de waarschuwing dat het maar een kleine begraafplaats is en er eigenlijk weinig te zien is, trok ik toch op 1 november naar Parijs. Het weer was aangepast: miezerig en koud, een ideaal allerheiligenweertje. Vanuit het Noordstation van Parijs was het een korte wandeling naar de rue du Mont-Cenis, naast de Place du Tertre. De zware bronzen deur, een werk van de beeldhouwer Tomaso Gismondi, stond al open. Enkele toezichters stonden paraat, en de eerste nieuwsgierigen waren al binnen. Ze lieten je slechts mondjesmaat binnen, om iedereen rustig de kans te geven rond te kijken en om chaos tegen te gaan. De begraafplaats vestigt drie records: het is de meest gesloten begraafplaats van Parijs (slechts toegankelijk op 1 november), het is de oudst bestaande begraafplaats (van 1688), en het is de kleinste begraafplaats van Parijs (minder dan 600 m2).
Zoals op elke begraafplaats zijn er grotere en kleinere monumenten. Het ene is slechts een kleine steen, het andere is een massief monument afgewerkt met windmolentje. Het verval neemt toe, doch men is begonnen met dit tegen te gaan. Er zijn concrete plannen.
In 1688 werden op een deel van de boomgaard van de Benedictinessen van de abdij van Montmartre twee massagraven aangelegd. Op zich betekende dit niet het begin van de begraafplaats, want op deze plaats was vroeger al een merovingische begraafplaats. In 1697 werd de begraafplaats uitgebreid. Tijdens de Franse Revolutie gesloten, werd de begraafplaats weer geopend in 1801 om in 1823 definitief gesloten te worden, omdat hij te klein was. Alleen afstammelingen van overledenen die er voor 1823 zijn begraven, mogen er nog worden bijgezet. De 85 graven dragen namen van bekende families uit Montmartre. In een gemeenschappelijk graf werden de lichamen van ca. 1000 Franse, Duitse en Russische soldaten begraven, die in maart 1814 waren gesneuveld. Op 30 maart 1814 vond er namelijk, na de troonsafstand van Napoleon, in Parijs een invasie plaats van geallieerde troepen. Op die dag werd er ook op Père Lachaise gevochten tussen Franse en Russische soldaten; na hun overwinning sloegen de Russen hun bivak op tussen de grafmonumenten.
 
p de begraafplaats vindt men o.a. volgende bekenden uit Montmartre: de familie Debray, een bekende familie van molenaars. Nicolas-Charles Debray voegde aan de molen een dansgelegenheid toe, die hij Moulin de la Galette noemde. Op hun graf staat dan ook een molentje. Felix Desportes was de eerste burgemeester van Montmartre, in 1790 op 27-jarige leeftijd gestorven. De familie Feutrier waren de oude eigenaars van Château-Rouge, een van de populairste dansgelegenheden in Montmarte in het midden van de 19de eeuw. De Russische schrijfster Anne-Sophie Swetchine (1782-1857) ligt hier begraven met haar man, de generaal, die in 1850 stierf.

tekst en foto's : Johan Moeys