Nieuwsbrief Nr. 14 - november 2003

Grafzerkjes op radio en TVrond Allerheiligen, Grafzerkjes paraat


Zoals steeds rond de periode van Allerheiligen komen begraafplaatsen en alles wat daarmee verband houd aan bod op radio en televisie. Meer en meer worden Grafzerkjes aangezocht om kun wedervaren te vertellen. Meer en meer, in de eerste plaats dankzij de website van Grafzerkje Willy Cornelissens, doet men een beroep op ons. Een overzicht.

Het begon al op woensdag 29 oktober. Albrecht Wauters liet, in het programma “Koffers & Co”, Rindert Brouwer opdraven. Die vertelde hem over de, voor hem, belangrijke dodenakkers. In de korte tijdspanne die hem aangemeten werd stond Rindert ook stil bij zijn favoriete begraafplaats: de begraafplaats van Eindhoven, waar hij reeds zijn “laatste plekje” voorbehouden heeft.

Ik kreeg een telefoontje van omroep West Vlaanderen met de vraag of er bij de Grafzerkjes Westvlamingen zaten. Grafzerkje Martin Desmedt ging op de vraag in om, op vrijdag 31 oktober, een praatje te maken.

Op vrijdag 7 november waren er de hele dag opnames voor het televisieprogramma “Afrit 9”. Toen “Hepitaaf” nog bestond werd ik eens opgebeld door een stagiaire van dat programma met de vraag “of het mogelijk is dat er een vereniging bestaat die begraafplaatsen bezoekt?” Op mijn bevestigd antwoord legde ze de hoorn in, denkelijk ter plaatse dood gevallen van het verschieten. Enkele weken geleden belden zij mij op met dezelfde vraag. Ik stelde voor om iets rond de Grafzerkjes te maken maar zij verkozen om een portret van mijzelf te maken.

Ik kan jullie verzekeren dat zo’n opname een hele bedoening is, zeker als de televisiemensen te maken krijgen met een moeilijk mens gelijk ik. Eerst zat er een dame zich vol te stouwen met gebakjes terwijl naarstig nota’s nemend over al de locaties waar zij opnames wenste te maken. Ze kwam al direct van een kale reis terug toen ik zegde dat ze bij mij thuis niets te zoeken had. Nadat ze drie uur lang notities nam vroeg ik haar of het een uitzending van een uur betrof. Verontwaardigd zegde ze dat het slechts zes minuten ging duren. Ik antwoordde dat ze stof had voor een uitzending van drie uur. De week daarop kwam degene die de reportage ging maken mee tijdens een rondleiding. Hij vroeg doodleuk of ik wat in de archieven van de begraafplaats kon snollen zodat zij dat konden filmen. Ik zegde hen dat ik er niet aan dacht omdat ik een vertrouwensrelatie heb met de mensen van de begraafplaats en die niet door een televisieopname wilde verknoeien. Dan vroeg hij mij om op een laddertje te staan om “mijn monument” op te kuisen. Ik repliceerde dat dit dan wel de laatste opname zou worden daar ik niet gemaakt ben om op een ladder te staan. Toen ook dit niet lukte vroeg hij mij “of ik het nog wel zag zitten”. Ik pareerde “ik wel, maar zie jij het nog zitten?

De dag van de opname heb ik anderhalf uur met een blauw emmertje en een oranje schupje bloempjes geplaatst op mijn monument. Ik was precies kabouter Plop in het grote bos. De reportagemaker heeft volgens mij vroeger nog bij de politiediensten gewerkt want hij stelde acht tot tien keer dezelfde vraag en hoopte dat ik eens een “uitspraak” zou doen zodat die dan kan uitgezonden worden. Om twaalf uur, na drie uur rondzeulen, stelde hij voor om eens een praatje te gaan maken met de hoveniers van de begraafplaats “want dat kwam tof over”, zo zegde hij. Ik zegde dat hij dat maar moest doen want dat het juist etenstijd was en ik die mensen niet wilde storen. In de namiddag, tijdens een rondleiding die ze meemaakten ging het iets vlotter omdat ik vooraf had gezegd dat ik geen drie maal hetzelfde zou doen. In totaal hadden ze drie uur film en dit alles voor zes minuten uitzending. Ik moet eerlijk zeggen dat ik van VRT een andere mentaliteit had verwacht. Het was precies sensatiezoekerij. Ik dacht in een opname voor Jambers te zitten. Ik heb er, eerlijk gezegd, geen goed oog in. Uitzending op maandag 24 november.