Nieuwsbrief Nr. 13 - september 2003

Wat ben ik toch een naïeve dommekloot: Ondertitel: wie het schoentje past, trekke het aandit moest mij toch even van het hart


Wanneer ik dit neerpen (begin augustus) heb ik juist het 100ste Grafzerkje, een echtpaar tel ik voor één, geïnformeerd over onze activiteiten. Dan spreek ik niet over de mensen die ooit eens een papiertje met informatie ontvingen maar personen die ofwel via internet de Nieuwsbrief ontvangen ofwel de gedrukte Nieuwsbrief thuis bezorgd kregen. Voor de statistici onder u: 35 onder hen zijn Nederlanders. En dan begon ik na te denken met wat ik bezig was. Ook al omdat ons spaarpotje drastisch aan het zakken was en, dat kan ik nu nog niet met zekerheid zeggen, eind september voor het eerst met een negatief saldo geconfronteerd zou kunnen worden.
De rondleidingen. Van de 65 Vlaamse Grafzerkjes namen er 32, dat is minder dan de helft, deel aan één of meer rondleidingen. Wat zit hem dan dwars zult u zeggen. Wel: dat er meer dan de helft NOOIT aan een van de 20 rondleidingen deelnamen.
De Nieuwsbrieven. Ik bezorgde, na de rondleidingen te Brussel, 39 gedrukte Nieuwsbrieven ofwel aan de deelnemers van de laatste rondleiding ofwel thuis. U moet weten dat daar een heleboel hulp van anderen: papier bezorgen, drukken van het zwart-wit gedeelte en het helpen de Nieuwsbrieven thuis te bezorgen bij komt kijken. Naast het opstellen kost het mij ook veel tijd om de gekleurde pagina’s af te drukken en benzine, mijn wagen rijdt tot nader order nog niet om kraantjeswater, om ze thuis te bezorgen. (Zie ook artikel “geen Nieuwsbrief meer”) Van die 39 bezorgde Nieuwsbrieven kregen 12 mensen de Nieuwsbrief ZONDER OOIT AAN EEN RONDLEIDINGEN  DEEL TE NEMEN. Daarom de regeling na Nieuwjaar.
 
De naïeveling die ik ben. Ik liet mij de laatste maanden enkele malen fameus vangen. Eerst toen een aantal Nederlandse vrienden, die ik zeker niet verwijt dat ze niet aan onze activiteiten deelnemen, en waarvan er een aantal de Nieuwsbrief lezen “omdat die Vlaming toch zo sappig kan schrijven, geen blad voor de mond neemt of regelmatig op de kap zit van de officiële instanties”, mij zelf polsten om eens een funerair weekeinde in Antwerpen te organiseren. Nul, noppes, inschrijvingen. Maar ik had wel al een aantal voorbereidingen moeten treffen. Gelukkig ging ik twee van de drie rondleidingen op mij nemen zodat ik die kon afschaffen om de financiële put voor Grafzerkje nog niet dieper te maken. Tweede keer toen, eind mei, iemand mij vroeg of de vereniging, ik zal ze Hé Pita-af noemen wegens de lange tenen van een aantal bestuursleden, nog bestond. Ik vertelde een en ander, bezorgde al onze Nieuwsbrieven en dacht na. Nu is dat in mijn geval wel fout geweest. Ik dacht “misschien zijn er wel nog andere ex-Hé Pita-affers die geïnteresseerd zijn in Grafzerkje”. Ik vroeg raad en ging van start in het Antwerpse. Reden: omdat er twee rondleidingen naar Brussel, toch niet het eind van de wereld (alhoewel ik mij daar toch als een missionaris voel), op het programma stonden en, in augustus, een aantal funeraire activiteiten in Antwerpen georganiseerd werden. Ik besteedde een halve zondag om mijn waar aan de man/vrouw te brengen, nu weet ik hoe een handelsvertegenwoordiger zich moet voelen, en was zo fier als een gieter dat ik 11, toen was mijn telefoonrekening geplunderd, nieuwe Grafzerkjes aangeworven had. Tot op heden, eind augustus, schreef één nieuw Grafzerkje in om mee te gaan naar de Westhoek, kreeg ik één telefoontje van iemand die het tof vond wat ik deed en één mailtje om mij te bedanken. Als het alleen maar is om op uw visitekaartje of op uw overlijdensbericht te kunnen zetten dat ge lid zijt van Grafzerkje hoeft het voor mij ook niet.
 
Boodschap van het verhaal: ik zal nooit meer nadenken. Als het alleen maar is om “eens goed te lachen met de Nieuwsbrief” en er nadien de aardappelen op te schillen en verder aan geen enkele activiteit deel te nemen kunt ge u beter abonneren op het parochieblad. Dit moest mij heel even van het hart.