Nieuwsbrief Nr. 115 november 2019

Verslag van het ASCE congres (2-5 oktober 2019)Funeraire hoogdagen in Gent


 In het najaar van 2019 was onze vzw partner voor het internationale congres van ASCE in Gent.
 
Tekst Joeri Mertens 
en Tamara Ingels.
Foto’s: Tamara Ingels

Een mooi aantal Grafzerkjes nam er ook aan deel (van vrijwillige medewerkers tot deelnemers). Het was voor onze vereniging een eerste keer dat we als partner aan tafel mochten zitten voor de organisatie van een dergelijk grootschalig evenement. De voorbereidingen (waarvoor we van bij het begin mee aan tafel zaten), gingen al van start in november 2015 (jawel, u leest het goed). Dat gebeurde met de opmaak van een ‘bidbook’ waarmee de Stad Gent zich kandidaat stelde als gaststad voor het congres. We bezorgen u bij deze graag een verslag van een boeiend congres met aandacht voor vragen en onderzoeksthema’s van wetenschappers, beleidsmakers, beheerders, consulenten, vrijwilligers en sympathisanten. We proberen dit bondig te brengen, geen eenvoudige opdracht dus. 

Congres [1]

De Annual General Meeting and conference of the Association of Significant Cemeteries in Europe (ASCE) ging door in Gent van 2 tot 5 oktober 2019. Het thema was ‘Heritage  cemeteries in the 21st century: use, reuse and shared use’. Het congres werd georganiseerd door maar liefst zeven partners: Stad Gent, Provincie Oost-Vlaanderen, Onroerend Erfgoed, Universiteit Gent (RUG), de Vrije Universiteit van Brussel (VUB), Epitaaf vzw en vzw Grafzerkje. 
ASCE is een non-profit organisatie, opgericht in 2001. Ze vormt een  Europees netwerk  van publieke en private eigenaars die instaan voor het beheer van begraafplaatsen, aangevuld met wetenschappelijke instellingen. Momenteel vertegenwoordigt het netwerk meer dan 200 leden in 100 steden verspreid over 22 landen van Europa.

Het netwerk heeft drie objectieven:

1.  de samenwerking stimuleren bij de bescherming, conservatie en onder houd van begraafplaatsen; 
2.  het promoten van begraafplaatsen als onderdeel van ons menselijk erfgoed;
3.  het verhogen van het bewustzijn van het belang van begraafplaatsen in  Europa. 
Sinds 2001 werden zo’n 150 begraafplaatsen door ASCE op de lijst van toonaangevende Europese begraafplaatsen opgenomen. 
In concreto kennen wij ASCE misschien nog het best vanuit hun initiatief voor de jaarlijkse organisatie van de ‘week van de begraafplaatsen’ (eind mei - begin juni). De week wordt in Brussel en Vlaanderen georganiseerd door gemeentelijke partners en Herita. 
Het jaarlijkse congres zal de komende jaren opnieuw doorgaan in: Milaan (2020), Istanbul (2021) en Porto (2022).
 

Het congres


Tijdens het congresdeel werden voor de ongeveer 170 deelnemers uit 22 landen tien presentaties gebracht door internationale en Belgische sprekers.
Het congres was georganiseerd rond drie belangrijke thema’s:
 
Use: management in perspective
Reuse: heritage versus future Use
Shared use: Crossing the line?

Thema 1: Use management in perspective

De Duitse spreker Michael Albrecht [2] leidde de conferentie in met een managementbijdrage. Het aantal doden zal de komende jaren stijgen wat een verhoging van de inkomsten betekent. De vraag naar het goedkopere cremeren, de ‘no care’-begraving en het natuurbegraven stijgt eveneens. Er is bijgevolg minder ruimte nodig voor begraving. Tegelijkertijd stijgt de vraag naar een ecologische benadering van de ruimte. Begraafplaatsen worden een belangrijke plek voor natuurbehoud in stedelijke contexten. Er is een EU-standaard ‘EMAS’ die daarvoor kan gebruikt worden. EMAS voorziet naast het management van de begravingen ook aandacht voor ‘environmental management’, een multidisciplinaire teambenadering, een begeleidingscommissie, opmaak van duidelijke richtlijnen voor ecologisch beheer, rapportering en een periodieke review. 
 
Hendrik De Bouvre [3] formuleerde vanuit zijn ervaring met de Antwerpse begraafplaatsen een sterke visie die kan samengevat worden als ‘Wat je ook doet op een begraafplaats, het moet betekenisvol zijn’. Hij bracht op een hele interactieve wijze een aantal interessante insteken naar voren. Zo polste hij naar hoe we gebruikers van de begraafplaats kunnen bevragen naar hun wensen, wie de mensen zijn die kiezen voor de optie hergebruik van funerair erfgoed [4], en in hoeverre events steeds belangrijker worden om de begraafplaats naar de burger te brengen. Tevens vroeg hij zich luidop af hoe we een begraafplaats op de politieke agenda krijgen en hoe we het belang van veiligheid op een begraafplaats moeten inschatten (denk maar aan omgevallen grafstenen, brokstukken op de weg, enz.)
 
De Griekse Ioanna Paraskevopoulou [5] bracht in haar bijdrage een heel ontluisterend verhaal over de Third Cemetery of Athens, een begraafplaats die in 1939 werd geopend in een arme buurt van de stad. In 1954 werd het hergebruik van de site bevorderd door het invoeren van een maandelijkse onderhoudskost voor de nabestaanden. Eén jaar verlenging van de concessie staat sindsdien gelijk aan de prijs van een half grondgraf (en de concessietermijnen zijn slechts drie jaar geldig). Voor de doelgroep van deze begraafplaats zijn de onderhoudskosten dan ook veel te hoog, waardoor families ongelofelijk snel hun graven ontgraven zien worden. De familie krijgt de menselijke resten of de resten worden in het massagraf geplaatst. Deze zijn niet wettelijk geregeld en slecht onderhouden. Veel families voelen zich gedwongen om toch de dure grafconcessie te verlengen omdat er geen waardig alternatief is. Ze krijgen geen kans op een respectvolle herinnering.

Thema 2: Reuse - heritage versus future Use

Nandy Dolman en Marc De Bie [6] brachten in een duo-presentatie enkele bijzondere ideeën naar voren. De moderne begraafplaats heeft nog steeds dezelfde kenmerken als de oudste bekende graven van ca. 40.000 jaar terug. Vertrekkende vanuit het idee dat préhistorische archeologische sites zeer gelijklopend zijn aan natuurbegraafplaatsen werd onderzocht in hoeverre ze kunnen herbruikt worden als moderne begraafplaatsen. Het onderzoek concludeerde niet enkel dat, mits enkele randvoorwaarden, archeologische begraafplaatsen kunnen herbruikt worden voor moderne begravingen maar ook dat het onderhoud van archeologische sites erdoor kan verantwoord worden. 
 
Hans Druart [7] vertrok voor zijn bijdrage vanuit de ervaring dat een begraafplaats conserveren zeer duur is en niet altijd gewenst. In een casestudie over Torhout stelde hij dat in een toekomstgericht ontwerp behoud en moderniteit hand in hand dienen te gaan. In het geval van Torhout zullen een vergroende begraafplaats, herbruik en nieuwe doelgroepen elkaar versterken. Hij stelde dat een architect naast ontwerper ook historicus, erfgoedonderzoeker, visionair en communicator moet zijn.
 
Ian Dungavell [8] wees ons op enkele Britse bijzonderheden, aan de hand van de begraafplaats Highgate.
In de Britse wet staat het recht op de eeuwigdurende concessie ingeschreven. Onderhoudskosten stijgen maar er staan geen inkomsten meer tegenover. De huidige beheersmethodologie is niet langer zelf- bedruipend. Voor Ian mag de toekomst het verleden niet vernietigen maar een gesloten begraafplaats is ook een dode begraafplaats. Algemeen staat men in het Verenigd Koninkrijk ook huiverig tegenover hergebruik van graven. 

Thema 3: Shared use: Crossing the line?

De Portugese Francisco Queiroz [9] somde in zijn bijdrage verschillende mogelijkheden en problemen op waartegen historische begraafplaatsen aan lopen. Oude begraafplaatsen worden vaak beschouwd als musea terwijl de primaire functie doorloopt. Dat kan voor spanningen zorgen. Hij stelde een SWOT-analyse voor begraafplaatsen voor en concludeerde dat alle acties die op een begraafplaats ondernomen worden betekenisvol en respectvol moeten zijn. De nood tot begraven moet in evenwicht zijn met de noden van het erfgoed en de bezoekers. De ene mag niet overheersen op de andere.
 
De Noorse spreker Pavel Grabalov [10] vergeleek het gebruik van twee begraafplaatsen: een Russische en Noorse begraafplaats. De Russische begraafplaats wordt nog sterk religieus beleefd en de Noorse is zeer liberaal naar gebruik. Hij merkte op dat het medegebruik vooral in stedelijke context frequent is voor lichte recreatie. Parken worden soms als te actief ervaren. Zolang er respect getoond wordt voor de doden is een medegebruik aanvaardbaar. De grens tussen wat wel en niet aanvaardbaar is kan echter wel verschillen. 
 
Janine Marriott [11 gaf aan dat begraafplaatsen in hun lange verleden steeds zeer divers gebruikt werden door rouwenden, toeristen, en soms zelf voor picknicks. 
Slechts zeer recent in onze geschiedenis zijn we die alternatieve functies vergeten. Ze is Public Engagement Manager van Arnos Vale, een begraafplaats die in de jaren 1960 met sluiting bedreigd werd. Er was sprake van herontwikkeling van de gronden. De gemeente stond dan ook voor de vraag: Hoe redden we deze plek en van waar halen we het geld? Toeristische producten worden daarvoor ontwikkeld in deze doodse context. De producten die vandaag op de Arnos Vale begraafplaats aangeboden worden bespelen alle categorieën van thanatoerisme. Zo zijn er fototours, bosklassen, wandelingen, babbels en lezingen, enzovoort. Er vinden ook filmprojecties, een bal, beurzen, enz. plaats. Die ‘extremen van het thanatoerisme’ worden gekoppeld aan duidende wandelingen. Vaak blijken deze activiteiten een aanzet te zijn om zeer open over de dood te praten wat door deelnemers gewaardeerd wordt. De spreker taste met haar bijdrage op een constructieve manier de grenzen af van wat mogelijk is op een begraafplaats (en bij ons vaak nog niet mogelijk is). Dat leverde haar een lange rits aan vragen en bedenkingen op.
 
Giovanna Colace [12] vulde het idee ‘hergebruik’ op alternatieve wijze in. Ze sprak over de herbruik van aanwezige menselijke kennis en ervaring voor het beheer van de begraafplaats.  Giovanna werkt in Italië samen met restauratiescholen voor het herstel van graftekens, met voormalige politieagenten voor veiligheid op de begraafplaats, met de theateracademie en met tal van vrijwilligers om de begraafplaats op andere wijze te beleven. Ze richt zich daarbij op alle leeftijdscategorieën. Met de academie werkt ze samen om sporen van verval te herkennen en methoden om die te herstellen. De begraafplaats wordt zo een studieobject. Met scholen en theateropleidingen gebruikt ze de lokale verhalen, sfeer en architectuur om verhalen van vandaag te vertellen. Het niet rouwende publiek krijgt zo toch een zeer persoonlijke band met de site en de dood. Theater is daarbij niet enkel entertainment maar ook een manier om op andere wijze naar de dood te kijken. Het zijn pbliek-private samenwerkingen die goed werken.
 

Workshops en postersessies

 Tijdens de lunch en de pauzes was er telkens een postersessie. Tal van inspirerende ideeën werden ook op die manier nog aangeboden. Daarnaast konden de deelnemers meedoen aan drie workshops. Op het kerkhof van Laken en atelier Salu werden verschillende facetten aangekaart zoals het herbruik van graftekens, het beheer van een museum door vrijwilligers, het belang van studie voor beheer van de begraafplaats. Tevens werd een korte rondleiding aangeboden op de begraafplaats en in de grafgalerijen.
In Gent werden workshops aangeboden op de Westerbegraafplaats en Sint-Amandsberg. Op het kerkhof van Sint-Amandsberg werd door het Sint-Janscollege een overzicht gegeven van de vele burgerinitiatieven die op de begraafplaats plaats vonden en vinden. Op de begraafplaats zelf waren twee kunstinitiatieven gerealiseerd (brieven aan nabestaanden en het HOOP-project). De studenten gingen met de deelnemers in gesprek over filosofische citaten en vormgeving van graftekens. De stedelijke dienst Monumentenzorg en architect Dobbelaere lichtten de recente restauratie van de begraafplaats en het herbruik van graven toe.

Tot slot werd een bezoek gebracht aan Tyne Cot Cemetery in samenwerking met de Commonwealth War Grave Commission. De CWGC lichtten er hun dagelijkse werking en geschiedenis van de site toe. Het bezoek werd door de deelnemers bijzonder gewaardeerd en gerelateerd aan hun ervaringen met oorlogsbegraafplaatsen thuis.

Conclusie:

Het congres werd door veel deelnemers ervaren als een uitermate geslaagd concept, met een bijzonder hoog niveau. Het aanwezige publiek was erg divers, en de gesprekken in de wandelgangen waren dan ook bijzonder boeiend. 
De overheersende boodschap was De begraafplaats is een overgangszone tussen leven en dood, publiek en privé.
Wat je ook doet, het moet goed overwogen zijn en de functies moeten in balans zijn. Het primaire gebruik mag nooit vergeten worden en moet zelfs worden versterkt omdat nieuwe doelgroepen, gebruik en vormgeving van de begraafplaats elkaar versterken. Beiden moeten evenwel in evenwicht zijn. Mensen en hun ervaringen staan centraal. Het bevragen van gebruikers naar hun noden is belangrijk. De manager maar ook de grafmaker, de nabestaanden en de recreant zijn belangrijk. Een beheerder of ontwerper moet bijgevolg voor alle facetten oog hebben. Hij moet historicus, biograaf, planner, bioloog en visionair zijn. Vooral dat laatste zal ons nog lang inspireren.

Noot

 
[1]   Verslaggeving kan je vinden op: https://stad.gent/en/international-projects/asce-conference-2019/programme-asce-conference-2019 en http://www.significantcemeteries.org/2019/11/agm-2019-report.html.

[2]  Titel van de bijdrage: Environmental Management System for Cemeteries.

[3]  Titel van de bijdrage: Increased Value of Cemeteries.

[4]   De motivatie om een graf over te nemen blijkt vaak een persoonlijk engagement te zijn. De kandidaat hergebruiker is meestal hoger opgeleid en heeft interesse in erfgoed. Geld speelt minder mee in de keuze voor hergebruik.

[5]  Titel van de bijdrage: Grave Matters: Uses and Abuses in the Third Cemetery of Athens.

[6]   Back to Nature and Connected Through Ages? Researching Perspectives fort Future Natural Burial Grounds near Archaeological Burial Mounds in Flanders, Belgium.

[7]  Titel van de bijdrage: Dialogue between History and Design in the Upgrading of Protected Cemeteries in Flanders
.

[8]  Titel van de bijdrage: Can’t See the Wood for the Trees? Funerary Heritage in a Working Cemetery.

[9]  Titel van de bijdrage: Back to the Living: the Reuse(s) of Significant Cemeteries from a Portuguese  Perspective.

[10] Titel van de bijdrage: Urban Cemeteries as Public Spaces: comparison of the Norwegian and Russian case studies
.

[11] Titel van de bijdrage: Entertaining the Living amongst the Dead.

[12] Titel van de bijdrage: Giving Words to the Silence of Death.