Nieuwsbrief Nr. 115 november 2019

Begraafplaatsbeheerder aan het woordRumbeke


In het vorige nummer lichtte Roel Van Roosbroeck (begraafplaatsbeheerder Leuven) zijn werking en visie op 
de Leuvense begraafplaatsen toe. Ook gaf hij zelfs aan dat hij - wat groenbeheer betreft - ‘zijn mosterd’ haalde 
bij zijn collega, Wim Vercruysse (sinds 22 jaar actief, op- en rond de begraafplaatsen). In de eerste instantie werkte 
Wim op de begraafplaats van Kuurne, een gemeente van 13000 inwoners nabij Kortrijk. Elf jaar geleden werd 
hij verantwoordelijk voor de begraafplaats van Rumbeke en alle andere deelgemeenten van Roeselare.

We spreken af aan de ingangspoort van de begraafplaats van Rumbeke en hij steekt gelijk van wal met een beetje geschiedenis...
 
 
Tekst en foto’s: Lin Verbeemen

Wim:

 Om te beginnen is het gewoon overal hetzelfde verhaal dat op een gegeven ogenblik men verplicht werd elders te gaan begraven omdat er rond de kerk geen plaats meer was... 
Zo werd Rumbeke als deelgemeente van Roeselare, ongeveer de oudste (±1830), ‘nieuwe’ begraafplaats van de omgeving. Met een specialleke dat de geestelijken een aparte ruimte kregen los van de begraafplaats omdat ze niet meer in de kerk mochten begraven worden. Zo werd er net naast de ingangspoort een kapel, op door de kerk aangekochte grond, voor hen gebouwd en kortbij kregen deze geestelijken een laatste rustplaats. 
Met andere woorden: het hoort bij de begraafplaats en toch weer niet..., want het is een bijzondere concessie.
 
Door de jaren heen werd de begraafplaats van Rummen minsten vijf keer uitgebreid en kreeg ze 3 hoofdwegen, uitkomende op de calvarieberg. Alleen, de calvarieberg is door de jaren heen... jawel, verdwenen.
 
Doordat in de jaren ‘70, verschillende deelgemeenten werden samengevoegd bij groot Roeselare, begonnen deze begraafplaatsen qua indeling en begravingsreglementering op elkaar te lijken...
Ook kregen de belangrijke personen aan de eerste hoofdweg uiteindelijk een nieuwe rustplaats op de Stadsbegraafplaats van Roeselare, zelfs nog van voordat de deelgemeenten samengevoegd werden. 
 
Omdat de ‘grijze vlakken’ maar grijs waren..., verkozen we om de grafmonumenten met vervallen concessies te verwijderen zonder nieuwe invullingen. De ‘eeuwig durende’ concessies bleven echter bewaard, zelfs na verval. Tegelijkertijd begonnen we met de aanleg van een duidelijke afbakening van de paden met kasseien, waardoor de nummering van de rijen beter zichtbaar werd.
Uiteraard moesten dan ook nog de vrijgekomen ruimten opgevuld worden en kozen we voor grondbedekkers, zoals wilde geraniums in combinatie met andere soorten grondbedekkers. 

In 10 jaar tijd

leerden we echter dat niet elke grondbedekker geschikt was voor elke ondergrond. Sommige begonnen zelfs te overheersen afhankelijk van de zone op de begraafplaats. Het bracht veel onderhoud met zich mee en dat was niet de bedoeling. Zo ontstond het idee om in vlakken te gaan werken. Enerzijds de grondbedekkers en anderzijds de te maaien grasvlakken waardoor onkruid geen kans krijgt zich te ontwikkelen.
Zo creeërden we een gecontroleerde vergroening of verwildering.  
Hierdoor krijgen de bezoekers het idee dat de begraafplaats onderhouden wordt, ondanks we wekelijks maar één keer het gras maaien op al onze begraafplaatsen.
Ook merkten we dat de zaailingen van de wilgen en berkenbomen, die oorspronkelijk aan het einde van de begraafplaats aangeplant werden, het dan weer wel goed deden. De natte ondergrond werd droger, wat het begraven op zich alleen al ten goede komt.
Ondertussen zijn we dan aan het volgende stadium aan het werken want bodembedekkers zonder struiken en bomen werkt niet. Uiteraard laten we die niet zomaar groeien maar worden deze planten geleid door te snoeien. 
Ze zullen nooit het zicht van de zerken ontnemen maar eerder naar boven toe groeien, om later een dak te vormen bij wijze van bescherming. Daarbovenop krijg je een gevoel van extra ruimte, door het gecreërde doorkijkje. Gewoon door de manier van snoeien...
Maar als op een bepaald moment een boom een gevaar voor een graf dreigt te worden, zal jammer genoeg de boom sneuvelen.
 
Op onze ‘oude begraafplaats’ zijn vaak de oude bomen belangrijker dan de graven. En ja, het gebeurt al wel eens dat familieleden komen klagen over een of andere boom vanwege de wortelgroei... Dan is het uiteraard de kunst om met deze mensen in dialoog te treden waardoor meestal het perfecte compromis gesloten wordt door enkele kleine herstellingswerken aan de zerk uit te voeren.

Hoe zijn jullie tot het huidige beeld van de begraafplaats gekomen?

Gewoon door samenwerking  met onze reductieambtenaar, Griet Buyse. Zij ging doorheen de stad op zoek naar omvormingstechnieken waarbij de begraafplaatsen dienden als testterrein, wat op zich een goedkope oplossing is. 

Hebben jullie deze visies of verandereningen moeten voorleggen of verdedigen aan het college?

Met onze Schepen Marc Vanwalleghem onderhouden we al 10 jaar een goede verstandhouding. Hij is iemand die de tevredenheid van de burgers en de stadsmedewerkers nastreeft. Ook geeft hij niet alleen het volste vertrouwen aan de medewerkers op basis van hun ideeën en capaciteiten maar staat ook heel dicht bij de bevolking. Daardoor is hij persoonlijk zeer benaderbaar maar staat ook open voor opmerkingen en problemen. 
Een groots uitgewerkt masterplan is daarom ook niet altijd noodzakelijk om tot een goed resultaat te komen. Als Schepen geeft hij de nodige ruimte en vertrouwen aan de stadsdiensten zodat deze vanuit hun ervaring en kennis kunnen werken, waardoor je een positief resultaat met een tevreden klant en medewerkers krijgt. 
Na 22 jaar, hoofdzakelijk op de begraafplaatsen gewerkt te hebben, richt ik me ondertussen alsmaar meer op het groenbehoud in de stad. Gewoon omdat ik mezelf niet steeds kan heruitvinden.... Misschien is het wel tijd om de fakkel zo langzamerhand over te dragen waardoor nieuwe ideeën ontstaan ...
 
info: Dienst begraafplaatsen 
 Wim Vercruysse, begraafplaatsbeheerder 
  T. 051 26 21 31 | [email protected]