Nieuwsbrief Nr. 115 november 2019

Bezoek Tienen 29 september 2019Tienen heeft veel meer te bieden dan je denkt!



Onze trouwe leden en lezers hadden het misschien al door, onze verslaggeving van 2019 staat de laatste maanden wat achter. Het verslag van onze uitstap in Tienen heeft u nog tegoed. Reden? Het funerair erfgoed is vandaag een ‘hot item’, waardoor we in onze nieuwsbrief ook al eens andere nieuwsjes brengen dan de verslaggeving van onze bezoeken. Maar geen nood, een nieuw jaar start met goede voornemens, en ook 2020 is daar bij. Eerste voornemen van het jaar: ‘achterstallige verslagen’ alsnog aan onze leden bezorgen. 


Tekst en foto’s: 
Tamara Ingels

Voor wie dacht dat Tienen geen succes was, integendeel! Met in totaal 17 Grafzerkjes bevolkten we Tienen voor een dag, onder leiding van de zeer kundige gids Luc Lambrecht. Luc is dagelijks verbonden aan de Toeristische Dienst van Tienen, en straalt de Tiense geschiedenis uit, vol passie en humor, en met een gezonde knipoog naar de dodencultuur (waarvan in Tienen flink wat bewaard is geweest. Een geknipte Grafzerkjes gids dus!
In de voormiddag bezochten we het kleine – maar oh zo interessante – Museum Het Toreke met de vaste collectiepresentatie ‘Rituelen van Leven en Dood’, gevestigd vlak achter het Tiense Suikermuseum. Het is een - in feite een (te) goed verborgen - parel van de stad. De presentatie vormt de neerslag van opgravingen in en rond de stad, waarbij heel wat archeologische restanten van het Gallo-Romeinse leven hun weg naar onze tijd vonden. Deze Gallo-Romeinse vicus (wat zoveel als ‘stad’ betekent) kende een bloeiperiode van de 1ste tot de 3de eeuw na Chr. Uniek aan deze nieuwe museale opstelling is dat zij voornamelijk de geloofswereld belicht, een quasi onbekend aspect van de Gallo-Romeinse samenleving. Blikvanger van de tentoonstelling is de levensgrote reconstructie van de grafkamer van het recent ontdekte tumulusgraf van Grijpen. Je daalt in dit museum bijna letterlijk af in de Thanatos, gevestigd in de kelder van het museum. De roze lampjes met de vermeldingen ‘Eros’ en ‘Thanatos’ verraden in de inkomhal in feite al hoe beide elementaire onderdelen van ons aardse bestaan – leven en dood – zich tot elkaar verhouden. 

‘Rituelen van leven’


Het tweede luik van de tentoonstelling, ‘Rituelen van leven’, biedt een uniek inzicht op de diepste gevoelens van de mensen die 2.000 jaar geleden in onze gebieden leefden. Priapus, Fortuna en Mithras staan hier centraal. 
Uiteraard werd de interesse van onze Grafzerkjes pas helemaal duidelijk wanneer we afdaalden in de Thanatos. We ontdekten er dat er op het Romeinse grafveld van het Grijpenveld een heel diverse cultuur van begraven en cremeren gevonden werd. Onze gids legde ook feilloos uit dat de archeologie elk van deze types graven heeft benoemd. Alleen al voor crematie wordt een enorme diversiteit aan gebruiken (en daartoe behorende rituelen) zichtbaar met onder meer voorbeelden van bustumgraven [1] , beenderpakgraven (ook gekend als beendernesten [2] ), brandrestengraven [3] en de ons meer bekende urnengraven. 
 
Onze gids lichtte bovendien toe dat niet alle graven voorzien waren van de spreekwoordelijke munt, die volgens de overleveringen op de tong meegegeven werd aan de overledenen, zodat zij aan Charon (de schipper van de onderwereld) hun overtocht naar de onderwereld over de mythische en machtige Styx konden betalen. 
 
In veel graven werden bovendien voorwerpen meegegeven (zowel bij inhumatie als crematie). Meestal betrof het parfumflesjes, juwelen, speelgoed en potten met voedsel en drank. 
Die voorwerpen kregen hierdoor een speciale, magische functie. 
Blikvanger van het museum is echter het tumulusgraf van Grijpen. De houten grafkamer (3,7 m bij 3,1 m) werd aangelegd in een schacht met een diameter van 5 m en een diepte van 3,80 m. Over de bodem van de grafkamer waren brandstapelresten uitgestrooid. De grafkamer werd afgedekt met een houten deksel. Hierop bevonden zich de skeletten van een vrouw, een paard, vier honden en tientallen hondenfoetussen, als begeleiders of vermoedelijke offers voor de goden van de onderwereld. De schacht boven de grafkamer was opgevuld met ‘afval’ van funeraire maaltijden en offers. Daarboven werd de tumulusheuvel opgeworpen. Een bijzonder graf dus, dat onderzoekers ook vandaag nog voor enkele grote vraagtekens plaatst.

De tumuli van Grimde


Na een korte lunch in het Tiense stadscentrum, gingen we opnieuw onder leiding van Luc richting de tumuli van Grimde en Necropolis. 
 
De tumuli van Grimde zijn wat nog rest van het grafmonument van een vooraanstaande inwoner van de vicus van Tienen. Ze werden aangelegd langs de toenmalige Romeinse hoofdweg Keulen-Boulogne (nu de Sint-Truidensesteenweg). De naam van de overledene kennen we door een gouden buisje met het opschrift ‘M(arcus) Probius Burrus’, dat zich onder één van de heuvels bevond.
Het grafmonument van Marcus Probius Burrus bestaat uit 3 aangelegde heuvels met een diameter van bijna 30 meter en een hoogte van meer dan 10 meter. De heuvels werden in 1892 opgegraven onder leiding van baron A. de Loë van de Société Archéologique de Bruxelles. Hij liet in de 3 tumuli gangen graven om er op zoek te gaan naar grafkamers. Dit lukte in tumulus 1 en 3.
In één van de tumuli werden prachtige grafgiften ontdekt, waaronder een camee uit sardonyx met het portret van de jonge keizer Augustus, een gouden verlovingsring met opschrift ‘CONCORDI(AE) COMMUN(I)’ (voor een gemeenschap in goede verstandhouding) en een zilveren mantelspeld. Jammer genoeg werden alle voorwerpen van de opgravingen openbaar verkocht. De camee en de gouden ring kwamen in het bezit van E. Rothschild in 1893 (en werden recent gevonden in een museum in Groot-Britannië). De andere vondsten werden aangekocht door de Belgische staat en bevinden zich in het KMKG in Brussel.
De drie tumuli werden eind 2006 geselecteerd om deel te nemen aan de Monumentenstrijd. Het restauratieproject werd in september 2018 voltooid, en sindsdien is de site flink opgewaardeerd. Een bezoekerscentrum ontbreekt voorlopig nog, al worden de belangrijkste vondsten ook in Musuem Het Toreke belicht en besproken. 
 


Necropolis

Na het bezoek aan de tumuli gingen we verder naar de Necropolis, een plek die door enkelen van de aanwezigen zeker al gekend was – maar voor velen een ontdekking werd. Deze is gesitueerd in de Sint-Pieterskerk van Grimde (een in oorsprong vroeg 13de-eeuwse kerk, die halverwege de 19de eeuw volledig onderkomen was en met de sloop bedreigd werd). Tijdens de Eerste Wereldoorlog kreeg de kerk een nieuwe bestemming. In het voorjaar van 1915 werden 145 (vandaag nog 139) Belgische gesneuvelden in de kerkruïnes begraven. Dit gebeurde onder leiding van de Rode Kruisvrijwilliger Léonard Reynaerts. De laatste bijzetting gebeurde op 3 juni 1915. Na WOII werd generaal-majoor Guffens op eigen verzoek bijgezet. Een groot deel van de gesneuvelden kwam op 18 augustus 1914 om het leven tijdens de gevechten van Grimde, Oplinter en Sint-Margriete-Houtem. 
Tussen 1922 en 1928 werden de kerk en de begraafplaats grondig gerestaureerd. Lucien Beauduin was de directe opdrachtgever van de Brusselse architect Leon Govaerts die de werken leidde. De Tiense aannemer Antoine Geets stond in voor de uitvoering. De glasramen werden ontworpen door de Brusselse kunstschilder Maurice Langaskens en werden uitgevoerd door de glazenier Jean Wyss. Alleen het glasraam ‘Vrede’ uit 1934 is een realisatie van de glazenier Florent-Prosper Colpaert. Het beeldhouwwerk (triomfkruis en beeld van de patroonheilige Sint-Pieter) is van de hand van Geo Verbanck. 
De Necropolis werd in 2002 omwille van zijn uitzonderlijke karakter en bijzondere historische en artistieke waarde beschermd. 
 


Na afloop van het kerkbezoek sloot onze gids de rondleiding af op het rondom gelegen Sint-Pieterskerkhof. Na afloop gingen onze Grafzerkjes in ieder geval naar huis met het gevoel dat dit een razend interessante dag was. En Tienen... velen zouden het niet verwachten, maar er is verbazingwekkend veel te zien!

Bronnen

 https://toerisme.tienen.be/ en Luc Lambrecht
https://www.crkc.be/necropolis-grimde
 
G. HENSEN. Archeologische evaluatie en waardering van de drie GalloRomeinse tumuli van Grimde Gemeente Tienen (Provincie Vlaams Brabant), RAAP Archeologisch Adviesbureau BV, 2010 (bron: https://oar.onroerenderfgoed.be/publicaties/STUA/9/STUA009-001.pdf)

 Museumgids: Doodgewoon! Rituelen van Leven en Dood in de Romeinse tijd (uitg.: Museum Het Toreke/Erfgoedsite Tienen.    


Noot

 [1].  waarbij de brandstapel ter plaatse boven de open grafkuil opgericht wordt. Tijdens het branden stortte de stapel in de kuil; de grafkuil wordt dan ook steeds gekenmerkt door geblakerde wanden want het vuur bleef zeker nog een tijd branden en nasmeulen. Pas wanneer het geheel voldoende was afgekoeld kon het gecremeerd bot ingezameld worden of eventuele grafgiften in de kuil worden geplaatst. Busta zijn vrij zeldzaam in onze gewesten. Bron: https://thesaurus.onroerenderfgoed.be/conceptschemes/ERFGOEDTYPES/c/1235
 
[2].  waarin de geselecteerde crematieresten van de overledene, die op de brandstapel was verast, gewikkeld in een organische zak of doek werden gedeponeerd (zonder houtskool en brandstapelresten). 
Bron: https://thesaurus.onroerenderfgoed.be/conceptschemes/ERFGOEDTYPES/c/1237
 
[3]. waarin gecremeerde beenderen, vermengd met de restanten van de brandstapel (zonder beenderresten uit te selecteren), in een kuil gedeponeerd zijn. Bron: https://thesaurus.onroerenderfgoed.be/conceptschemes/ERFGOEDTYPES/c/1242