Nieuwsbrief Nr. 114 - november 2019

Rouwen, een leven lang, kan en mag!De rouwtherapeut


Een gesprek met Marleen Vertommen, rouw- en verliestherapeute, over het ‘nieuwe rouwen’. Een gesprek waar ik eigenlijk stil van werd...

Tekst en foto’s: 
Lin Verbeemen

Ja, wat is dat precies, dat ‘nieuwe rouwen’?

Wel, daarvoor moeten we terug de tijd ingaan. Vroeger, eigenlijk nog niet zo gek lang geleden. Droeg men bijvoorbeeld, afhankelijk van de graad van verwantschap -  tot zelfs 6 weken lang, zwarte rouwkleding of een zwart lintje om de rouwperiode te benadrukken. En daarna, was het gedaan, je hervatte het dagdagelijkse leven. Van de ene op de andere dag was de rouwperiode voorbij! Vrij vertaald, deed men alsof het gedaan was en kreeg de rouwende geen tijd om te herstellen terwijl er een leven lang gerouwd wordt! 
Dit werd ook wel het ‘lineaire’ rouwen genoemd, er was een begin- en eindpunt.
 
Uiteindelijk is men in de jaren ‘70, ‘het rouwen’, wetenschappelijk gaan onderzoeken en sindsdien maakten we een hele evolutie door. Gaande van de 5 stappen van rouwverwerking, beschreven door Elisabeth Kübler-Ross (ontkenning, woede, onderhandelingsfase, het uiten van gevoelens om uiteindelijk tot de aanvaarding te komen). Waarmee we eigenlijk in het ‘duale’ tijdperk van rouwen gekomen waren. 
Welk Wiliam Worden dan weer herleidde tot een 4-stappen-plan van taken (het onder ogen zien van het verdriet, het ervaren van pijn en verdriet, het rouwproces aanpassen in je leefwereld om daarna terug te leren genieten en de herinnering aan de overledene of geliefde leren vasthouden).
Manu Keirse, vestigde de aandacht op bovenstaand stappenplan door hierover, niet alleen in België maar ook in Nederland, in verstaanbare taal lezingen te geven. 
Dit model blijkt tegenwoordig echter een beetje achterhaald te zijn. Want rouwen is echt geen ziekte, ondanks de symptonen vergelijkbaar zijn met een depressie of burn-out, maar een gezonde reactie op een ingrijpende gebeurtenis in ons leven! 
Alhoewel, rouwpijn op termijn wel vermindert, wordt er tegenwoordig toch toegestaan om een heel leven te rouwen en zeker om erover te praten - want daar is nood aan.
Eigenlijk slingert iemand een leven lang door zijn verlies heen..., een heel belangrijke zin!
 
Ik neem nu het voorbeeld van een jonge vrouw die als kind haar eigen moeder verloor. Zij staat op het punt te bevallen van haar eerste kindje en heeft nood om daarover te praten met haar eigen moeder en kan dat niet... 
Zij was ‘hersteld’ van het verlies van haar moeder, maar valt op dat ogenblik terug in het gemis en gaat weer rouwen om daarna terug te herstellen... Een leven lang!

Eigenlijk kan je stellen dat iedereen een eigen rouw-dna bezit, het heeft allemaal te maken met het hechtingspatroon van een individu.

 

En dan komen we nu bij de kinderen, 
hoe gaan zij daarmee om?

Ook hier hebben we een lange weg afgelegd. Vroeger werden kinderen niet bij het overlijden van een ouder- of grootouder betrokken. Zij werden niet uitgenodigd om te praten over het gebeuren, zij werden niet ‘gekend’. 
Kinderen kunnen het verdriet van volwassenen bijvoorbeeld ook niet bevatten omdat ze er niet mee hebben leren omgaan. Dat is voor hen té zwaar om dragen en gaan daardoor soms hun kind-zijn overslaan, om hun ouders te beschermen. Ook worden ze vaak ‘boos’, omdat ze dat gevoel dan weer wel kennen...
 
Zelf ben ik twee kinderen rond de periode van de geboorte, verloren. 
Onze andere kinderen konden pas na een belangrijk verlies in hun leven, zoals bijvoorbeeld bij het sterven van hun geliefde huisdiertjes, dit verlies integreren in het dagelijkse leven door er een ritueel rond te bouwen. We gaven deze diertjes een laatste rustplaats in de tuin en konden erover vertellen waardoor de kinderen met de emotie van het verdriet leerden omgaan.

Zijn die rituelen belangrijk in het ‘nieuwe rouwen’?

Jawel, heel belangrijk! De huidige rituelen (voorbeeld een eucharistieviering, afscheid in de aula...) voldoen absoluut niet meer.
Pakweg 40 à 50 jaar geleden, werd de overledene nog  thuis opgebaard. Waardoor men de gelegenheid had, op zijn eigen tijd, afscheid te nemen. Men kon nog even bij de persoon gaan zitten en afscheid nemen door over hem of haar te vertellen. 
Daarna werd de dood dan weer weggestopt en tegenwoordig neemt men het intitiatief steeds weer vaker in eigen handen, door terug thuis op te baren of zelf de kist te beschilderen,...
Wat op zich zeer bevrijdend werkt, want de tradities hadden de afgelopen jaren het schaamtegevoel rond het rouwproces in de hand gewerkt.

U bent rouw- en verlies-therapeute, is dit een erkend beroep?

Ik ben een geboren muzikante en speel nog veel muziek maar door mijn eigen verlies ben ik weer gaan studeren. In de eerste instantie, ‘Postgraduaat rouw- en verliesconsulent’ aan de Arteveldehogeschool in Gent en tegenwoordig studeer ik nog, online, aan het Portland Institute.
Jammer genoeg, wordt deze therapie nog niet genoeg door de professionals erkend. Waardoor men dit eerder als een luxe-therapie, zonder terugbetaling, beschouwd.
Ondertussen bouwde ik echter een netwerk op met mensen die hier het belang wél van inzien, waardoor ik diegenen die er nood aan hebben, kan helpen.
 
Vanwege mijn eigen verlies ben ik voor een enkeling misschien een ‘ervaringsdeskundige’, maar voor mezelf ben ik vooral de moeder van 5 kinderen en niet van maar 3 kinderen... Ook niet de mama van twee ‘Sterrenkindjes’. Neen, ik ben mama of moeder van al mijn kinderen!