Nieuwsbrief Nr. 113 - oktober 2019

Twee calvaries beschermd in de Vlaamse Rand


Op 20 mei 2019 ondertekende minister Bourgeois de definitieve bescherming van twee calvaries. 
De nieuwe monumenten liggen in de Vlaamse Rand rond Brussel, meer bepaald in Asse en Wemmel. 
We stellen beide calvaries graag voor.
 
Tekst en foto’s: Joeri Mertens

Asse

De calvarie en de lijnaanplanting van geschoren taxus en hulst op de begraafplaats in Asse zijn beschermd omwille van de historische, architecturale, ruimtelijk structurerende, volkskundige en artistieke waarde. De begraafplaats is gelegen langs de Mollemseweg in Asse.
 
De begraafplaats is aangelegd, net buiten de dorpskern van Asse, kort na de Tweede Wereldoorlog. De opzet van de begraafplaats ademt nog de sfeer van het Interbellum toen de formele aanleg, gebaseerd op de 17de- en 18de-eeuwse tuinontwerpen, terug populair werd. Aan de straatzijde is de begraafplaats afgesloten door een haag, geflankeerd door een reeks geschoren hulststruiken op stam aan de zijde van de begraafplaats. De formele padenstructuur wordt geflankeerd door taxus- en hulststruiken tot vier meter hoog. Beide plantensoorten worden reeds eeuwen op begraafplaatsen aangebracht en getuigen van het eeuwenoude volksgeloof dat aan beide plantensoorten wordt toegedicht: bescherming, eeuwigheid, dood en wederopstanding.
Het focuspunt van de begraafplaats is de calvarie die in de uiterste hoek van de begraafplaats staat. De ontwerper is Antoon Van Parys uit Deinze. Hij is één van de laatste grote funeraire beeldhouwers in Vlaanderen. 
Antonius Franciscus August Van Parys werd op 26 april 1884 in Deinze geboren. In 1906 vervaardigde hij zijn eerste geveldecoratie en in 1907 zijn eerste grafteken (Lagrange, Deinze). Het gezin Van Parys woonde achtereenvolgens in Gent, Petegem en Deinze. In zijn geboortestad bouwde hij een atelier. Van Parys had geen leerlingen. Enkel zoon Luc werkte mee in het atelier. 
Antoon van Parys heeft een uitgesproken eigen artistieke stijl die omschreven wordt als ‘mystiek’ en die bestaat uit een mengeling van symbolisme en expressionisme. Het werk van Antoon Van Parys wordt door zijn schoondochter Jo Evrard getypeerd als “Het zijn enerzijds zuivere mystieke werken van het gaafste allooi, ontdaan van bijkomstigheden, sober en architecturaal, monumentaal en groots ondanks de gewone afmetingen, en het zijn anderzijds “speelse” werken waarin hij zich “amuseert”. Antoon Van Parys was inderdaad een meester in het vatten, het weergeven, het vastleggen van bepaalde type’s uit onze maatschappij […] Een gebaar, een blik, gans hun houding geven gestalte aan karaktertrekken die eigen zijn aan bepaalde figuren […] deze beeldhouwwerken zijn de cristallisatie van psychologisch doorzicht en filtratie van het essentiële dat elk type merkt.”
Van Parys zegt geïnspireerd te zijn door onder andere Georges Minne en Constant Meunier. In zijn funeraire werk overheersen gevoelens als lijden, verdriet, verstilling en meditatie, waarbij hoofden en handen de sprekende elementen zijn. 
Het thema van de ‘Christus met de hangende handen’ inspireert Antoon van Parys zijn hele leven voor zowel grafsculptuur als volplastiek. Elke keer brengt hij kleine veranderingen aan zodat geen enkel ontwerp identiek is. Een eerste exemplaar bevindt zich op het grafteken van de familie Boudrie-Callant uit 1927 (begraafplaats Deinze centrum). In 1940-1942 maakt Van Parys een houten exemplaar van de Christus voor de Sint-Antoniuskerk van Meulebeke. Omstreeks 1945 werd het ongedateerde exemplaar in brons op de begraafplaats van Asse geplaatst. De lijdende Christus aan het kruis veruiterlijkt het fysieke lijden en de overgave, de opgave. Het is geen triomfantelijke Christus maar een lijdende mens die in zich, dankzij de stilering, de goddelijke belofte van de redding draagt. De calvarie is gesigneerd Antoon Van Parys in het voor hem typerende handschrift. Het is mogelijk dat zoon Luc Van Parys de creatie uitvoerde.

Wemmel

De calvarie op de begraafplaats van Wemmel is beschermd omwille van de historische, ruimtelijk-structurerende, volkskundige en artistieke waarde. De begraafplaats is gelegen aan de G. Van Campenhoutstraat in Wemmel. 
 
In 1929 schonk de lokale bevolking de calvarie ter gelegenheid van de inrichting van de nieuwe begraafplaats door de gemeente in 1923-1931. Jammer genoeg zijn er geen gegevens bekend over de schenking, ontwerper of producent van de calvarie. Omheen de calvarie lagen volgens een plan uit 1958 de graven van ‘1ste klasse’.
De constructie bestaat uit een natuurstenen onderbouw met familiegraven waarboven zich het metalen kruis opricht. De twaalfhoekige natuurstenen onderbouw met soufflets is opgetrokken uit hardstenen plantenbakken, een hellende granieten zerk, alternerend in grijze en roze graniet en een kroonlijst in hardsteen. De kroonlijst doet dienst als sokkel voor het metalen kruis. Op de grafzerken staan de namen van de overledenen in koperen letters. 
De calvarie zelf bestaat uit een sokkel, een voet en een kruis. Hij is belegd met platen in een koperlegering (groene patina). Op de sokkel staan de twaalf apostelen afgebeeld in een laat-neogotische vormentaal. Ze werden gehamerd in metalen platen en zijn herkenbaar aan hun traditionele attributen. De heiligen werden van elkaar gescheiden door vrijstaande metalen zuiltjes. Die zuiltjes hebben zeshoekige basementen en zijn bekroond met composietkapitelen. Een hellend metalen dak dekt de sokkel af.  
Het kruis heeft een zeskantige voet die enkel aan de voor- en zijkanten gedecoreerd is. Aan de voorzijde zit een verdiepte tekstplaat met het opschrift ‘Gift/ van de/ inwoners/ 1929’. De voet heeft onder- en bovenaan een samengestelde lijst met bovenaan een opvallend meanderend motief. De voet is aan de voorzijde afgewerkt met acanthusbladeren. 
Het kruis heeft verdiepte vlakken die ter hoogte van de armen en de top uitlopen in vierlobben en Franse lelies. In de vierlobben zijn de symbolen van drie evangelisten en een banderol met hun namen aangebracht: de adelaar met ‘St Johannes’, de gevleugelde stier met ‘St Lucas’ en in de top een engel met ‘St Matheus’. 
Op het kruis werd een gedetailleerd afgewerkte driedimensionale Christusfiguur bevestigd. Het gaat om een traditioneel vormgegeven figuur met een lendendoek, gespreide armen, het hoofd met doornenkroon licht naar links gebogen en beide voeten op een sokkeltje. Achter de Christusfiguur, op de kruising van de armen, zit een aureool met omlopende lijst en een ingeschreven vierlob. Boven de figuur hangt een banderol met het opschrift INRI. In de oksels van het kruis bleven bovenaan links en rechts stralenkransen bewaard. 
De soufflets en de voet van het kruis refereren in hun vormentaal, de twaalfhoek, het kwalitatieve materiaalgebruik en de naar de klassieke oudheid verwijzende zuiltjes, aan de art deco. Het kruis en de afbeelding van de apostelen zijn uitgevoerd in neogotische stijl met typische plooivallen van kledij, Franse lelies, vierlobben, enzovoort.

Info

Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/23002/101.1, De calvarie en de lijnaanplanting van geschoren taxus en hulst op de begraafplaats in Asse
(MERTENS J. 2018)
 EVRARD J. 1995:
Beeldhouwers Antoon en Luc Van Parys Hun leven en werk, Deinze,
CASSIMAN P., EVRARD J. & CASSIMAN K. 1995 :
Twee generaties beeldhouwers Antoon en Luc Van Parys, Deinze,
VAN DEN ABEELE M. 2009:
De graf- en oorlogsmonumenten van Antoon Van Parys (onuitgegeven masterscriptie UGent), 42-44.

CASSIMAN P., EVRARD J. & CASSIMAN K. 1995 :
Twee generaties beeldhouwers Antoon en Luc Van Parys, Deinze,
Informatie verstrekt door E. Van Den Abeele op 12 juli 2018.  
Onroerend Erfgoed, digitaal beschermingsdossier 4.001/23103/108.1, De calvarie met de aanpalende graftombes (MERTENS J. 2018). 
Het soufflet is een grafteken met een hoogteverschil tussen het hoofd- en het voeteinde. Het werd ontwikkeld door de marmerbewerkers Antoine en Emile Beernaert uit Elsene. Het heeft meestal een hardstenen basis en een granieten top. Het soufflet kan gecombineerd worden met stèle, zuil of obelisk.
HUWART A. s.d.: De begraafplaats van Elsene Een stad in het klein, Elsene, 14.