Nieuwsbrief Nr. 113 - oktober 2019

Grafzerkje en de schenking van Jaak Nijssen


Het overkomt je niet elke dag, dat een archief van om en bij de twintig meter aan documentatie, 
zomaar aangeboden wordt. En eigenlijk niet zomaar want in de eerste instantie werd er contact opgenomen met Epitaaf, maar omdat deze vereniging zich vooral op het Brusselse gewest toespitst, moesten zij het archief weigeren. 

Tekst: Luk Herteleer en Lin Verbeemen - Foto’s: Elza Vandenabeele, Tamara Ingels en Lin Verbeemen

Een leven gewijd aan stenen en gietijzeren graf- en veldkruisen van voor de Franse Revolutie

Een gesprek met Elza Vandenabeele, weduwe van Jaak Nijssen

In de Nieuwsbrief nr. 110 (maart 2019) maakten we al melding van de verwerving van het grafkruisenarchief van Voerenaar Jaak Nijssen (° 1926 - † 2009).

Onderstaande bijdrage geeft fragmenten weer van een interview die drie Grafzerkjes op 10 februari 2019 afnamen met de inmiddels 88-jarige Elza Vandenabeele. Evenals haar man zette Elza zich met hart en ziel in voor de cultuur in Voeren. Het leverde haar in 2014 de cultuurprijs op van de gemeente Voeren. De jury wilde hiermee “haar inzet en haar creativiteit voor de Voerense gemeenschap in de kijker zetten. Dit onder het motto ‘Kennis, vriendschap en waarden doorgeven’. De cultuurprijs beloont dit jaar de onbaatzuchtige inzet, de creativiteit en constante leergierigheid van de laureate. Ook draagt Elza haar steentje bij als vrijwilligster voor senioren en de derde wereld” (uit: Het Belang van Limburg, 20 oktober 2014).

Onderstaande bijdrage geeft fragmenten weer van een interview die drie Grafzerkjes op 10 februari 2019 afnamen met de inmiddels 88-jarige Elza Vandenabeele. Evenals haar man zette Elza zich met hart en ziel in voor de cultuur in Voeren. Het leverde haar in 2014 de cultuurprijs op van de gemeente Voeren. De jury wilde hiermee “haar inzet en haar creativiteit voor de Voerense gemeenschap in de kijker zetten. Dit onder het motto ‘Kennis, vriendschap en waarden doorgeven’. De cultuurprijs beloont dit jaar de onbaatzuchtige inzet, de creativiteit en constante leergierigheid van de laureate. Ook draagt Elza haar steentje bij als vrijwilligster voor senioren en de derde wereld” (uit: Het Belang van Limburg, 20 oktober 2014).
 

Hoog tijd dus voor een babbel ten huize van Elza, waar we hartelijk werden ontvangen en wij honderduit vragen mochten stellen.

Mogen we misschien eerst de puntjes op de i zetten? Letterlijk dan? Want tijdens ons onderzoek vonden we de familienaam van Jaak de ene keer geschreven met een lange ij (met twee puntjes, Nijssen dus) en de andere keer geschreven met een ypsilon (Nyssen). Hoe zit dat nu precies?
 
Dat is inderdaad geen eenvoudige kwestie. Qua uitspraak is er geen discussie: Nijssen of Nyssen wordt altijd met een gerekte ie-klank uitgesproken (Niessen dus). Qua schrijfwijze liggen de kaarten anders. Officieel wordt zijn naam met een y geschreven. Zo staat het immers in zijn geboorteakte van 1926. Maar de familienaam van zijn broer en voorvaders is met een lange ij geschreven! Uiteindelijk werd afgesproken dat Jaak alleen zijn (talrijke) geschiedkundige publicaties zou ondertekenen met Nijssen (met lange ij). In elke andere context schreef hij zijn naam met Nyssen (met ypsilon). En zo gebeurde het dat, wanneer vader Jaak en zoon Jan samen een wetenschappelijk artikel schreven, de vader ondertekende met Nijssen en de zoon met Nyssen. Behoorlijk verwarrend voor een buitenstaander!

Wat kan u vertellen over Jaaks vroegste jeugd en zijn eerste schooljaren?
 
Jaak zag het levenslicht in Welkenraedt, meer bepaald in het gehucht Hendrikkapelle. Toen hij drie jaar was, verhuisde hij naar het gehucht De Plank, hier in Voeren. In de herinnering van mijn man wist hij niets over Welkenraedt. In zijn gedacht heeft hij altijd hier in Voeren gewoond. Zijn ouders waren trouwens afkomstig van Voeren.
Jaak was nog geen zes jaar, toen hij intern gezet werd in Tongeren. Een soort internaat in feite. Toen hebben de Zusters hem in het gemengde 1ste en 2de leerjaar gezet. Jaak had enorm slechte herinneringen aan deze eerste schooltijd. Vanaf het 3de leerjaar ging hij naar het klein college, d.i. de lagere school van het college van Tongeren. Hoopte zijn vader misschien een beetje dat er uit Jaak een priester zou groeien wanneer hij bij de nonnen les zou krijgen?

Het was in die tijd (vlak vóór de Tweede Wereldoorlog) niet evident dat een boerenzoon na zijn 12de levensjaar kon verder studeren. Dat lukte Jaak wel. Kan u daar wat over vertellen?
 
De ouders van Jaak hadden een boerderij. Het kwam Jaak goed uit dat zijn jongere enige broer graag boerde en dus de boerderij wilde overnemen. Zo kreeg Jaak de kans om verder te studeren. Maar ook pastoor Veltmans van de parochie Sint-Martens-Voeren, die in Jaak een begaafde leerling zag, heeft een grote rol gespeeld in de verderzetting van Jaaks studies.
Omdat Jaak een paar jaar werd thuisgehouden op de boerderij, kwam hij pas op 20-jarige leeftijd met succes uit de retorica. Hij was dus een schitterend student. In tegenstelling tot zijn Voerense leeftijdsgenoten wilde Jaak in Voeren blijven wonen. Hij wilde daarom iets studeren waarmee hij ter plaatse werk kon vinden. Dat heeft zijn studiekeuze voor veearts beïnvloed.
 

Wanneer en hoe kreeg Jaak belangstelling voor grafkruisen?
 
Ook hier heeft pastoor Veltmans een beslissende rol gespeeld. Want op een mooie dag in 1946 ontving hij op zijn pastorie de heer Belonje uit Alkmaar. Deze laatste was een autoriteit op het gebied van de heraldiek en de geschiedenis van grafmonumenten. Belonje was bezig met het optekenen van grafschriften in het Nederlandse Limburg en hij vond dat hij dit werk verder moest doortrekken in Belgisch Limburg en Voeren dat in 1963 werd overgeheveld van de provincie Luik naar de Nederlandstalige provincie Limburg. Belonje vroeg daarom medewerking aan pastoor Veltmans. Op zijn beurt vroeg pastoor Veltmans tijdens een vakantie aan Jaak of hij eens alle teksten van alle kerkhoven in de buurt wilde optekenen.
Het noteren van grafschriften en het tekenen van grafsymbolen door Jaak moet blijkbaar bij Belonje in de smaak zijn gevallen, want deze laatste nodigde Jaak uit voor een tegenbezoek in Alkmaar. Jaak was hierdoor erg vereerd. Zijn passie voor kerkhoven en grafkruisen was hiermee gelegd.

Had Jaak een ‘lievelingskerkhof’ of waren er kerkhoven waarvoor hij een bijzondere belangstelling koesterde?
 
Het kerkhof van Sint-Martens-Voeren kende hij natuurlijk het beste. De kerkhoven van Homburg en Montzen in de onmiddellijke buurt vond hij eveneens zeer interessant.
Het kerkhof van Vreren (Tongeren) van vóór de gemeentefusie van 1977 lag Jaak ook nauw aan het hart. Dit gebeurde eerder toevallig. In 1956 was ik daar bij de begrafenis van een bekende. De overledene werd begraven bij een oud kruis dat ongewijzigd bleef staan. We ontdekten dat het een eeuwenoud gebruik betrof. Alle oude kruisen behielden namelijk hun plaats. Aan dit kerkhof was m.a.w. iets heel bijzonders: vanaf de 16de eeuw tot einde 18de eeuw bleven de stenen kruisen er op dezelfde plaats staan. Elk perceel (inclusief graf) was er verbonden met een welbepaalde woning. Alle overledenen van die woning werden sinds de 16de eeuw op diezelfde plaats begraven. De plaats van het graf was dus niet gebonden aan de familie, maar aan het huis. Deze traditie verdween plots na de gemeentefusie van 1977. Het kerkhof van Vreren volgde sindsdien de officiële wetgeving op begraafplaatsen.
Op een bepaald moment, ik weet niet precies hoe, kreeg Jaak belangstelling voor gietijzeren kruisen, mogelijk na de ontdekking van een kerkhof met veel gietijzeren kruisen, gelegen bij een kapelletje aan de rand van Sint-Truiden. Jaak wilde meer te weten komen van hoe deze gietijzeren kruisen werden gemaakt. Hij kwam in contact met mensen die in het zwart gietijzeren voorwerpen zoals wafelijzers, kruisen… maakten.
Van gietijzeren kruisen gesproken. De gemeente Voeren heeft een aantal gietijzeren kruisen op het mooie kerkhof van Moelingen opgeknapt en tegen de kerkhofmuur opgehangen. Als een lapidarium ( = vraag van Tamara)? Neen, antwoordde Elza, toch geen gietijzeren kruisen in een lapidarium? In een ferrenarium dan maar? Moeten we onthouden! ( = repliek van Tamara).
 
Elza, we bedanken u enorm voor de gastvrijheid en het aangename gesprek over Jaak. Zijn archief is bij ons in de vereniging in veilige handen.

Bijkomende info

Met dank aan Elza Vandenabeele voor nalezing van dit artikel en haar opbouwende opmerkingen.
Na de oorlog werd Hendrikkapelle verfranst tot Henri-Chapelle. Sinds de gemeentefusie van 1977 maakt Henri-Chapelle deel uit van de gemeente Welkenraedt.
Pastoor Hendrik Veltmans (° Mopertingen 1866 - † 1954 Sint-Gravenvoeren) was een bekend Vlaamsgezind priester uit de Voerstreek. Hij werd in 1921 door bisschop Rutten (bisdom Luik) benoemd tot pastoor van de parochie Sint-Martens-Voeren.
Jan Belonje (° Alkmaar 1899 - † Leiden 1996) was een Nederlands bestuurder, bankier en historicus. Hij heeft zowat 1000 publicaties op zijn naam staan m.b.t. genealogie, heraldiek, kerkelijke en lokale geschiedenis… In het bijzonder schreef hij over kastelen en adellijke huizen, grafstenen en grafzerken en vestingwerken.
De dorpskernen van Homburg en Montzen maken vandaag deel uit van de gemeente Blieberg in de provincie Luik, gelegen niet ver van de gemeente Voeren.

Wie was Jaak Nijssen

° 1926 in Hendrik-Kapelle (Welkenraedt)
 2009 in Tongeren
 
Als klein jongentje verhuisde hij samen met zijn familie naar Sint-Martens-Voeren waar zij een boerderij voor 9 jaar pachtten.
 
Omdat hij van zijn geboortedorp of vroege jeugdjaren niets herinnerde voelde Jaak zich een leven lang een geboren en getogen Voerenaar.
 
Zijn eerste leerjaren bracht hij op internaat door in het klein college van Tongeren bij de  Zusters.
 
Later kreeg hij de kans gedurende een jaar te studeren aan het franstalige College Royale in Herve, een van de colleges gesticht door Maria-Theresia. 
Noodgedwongen moest hij daarna twee jaar thuis op de boerderij meehelpen, terwijl hij zijn 8ste leerjaar in de dorpsschool in die periode kon afmaken.
Door toedoen van de Vlaamse pastoor Veltmans - deze vond dat Jaak duidelijk meer in zijn mars had dan te gaan boeren - kreeg Jaak de kans om terug  naar het college van Tongeren te gaan studeren ( 5 jaar). Later zou Jaak zeggen dat hij een product van Veltmans was.
Het was ook deze pastoor die hem aanzette om op begraafplaatsen in de omgeving Vlaamse teksten te gaan noteren waardoor zijn interesse voor grafkruisen ontstond.
 
Na zijn studies aan de KUL en de Gentse Rijksuniversiteit begon hij een plattelands dierenartsenpraktijk met eigen apotheek, welke hij na 12 jaar moest sluiten vanwege de oplaaiende taalstrijd in Voeren.
In 1968 vond hij werk in Duitsland, eerst in Stolberg bij Aken en later in Keulen.
 
 
In 1981 ging Jaak nog Wetenschappelijke Computerwetenschappen in Diepenbeek studeren. 
 
Hij was niet alleen medestichter van het Actiecomité Voerstreek bij Limburg maar was ook de drijvende kracht van de plaatselijke heemkundige kring.
 
In 1956 huwde hij met Elza Vandenabeele en ze kregen samen 7 kinderen.

Jaak Nyssen : laatste rustplaats

Jaak Nyssen had aangegeven zijn lichaam ter beschikking te stellen van de wetenschap. Zo kreeg hij na de wetenschap een laatste rustplaats op het anatomieperk van Leuven