Nieuwsbrief Nr. 12 - juli 2003

Limburgverslag van het Grafzerkjesbezoek aan Weert en Roermond


Weert & Roermond:

Wie nu nog niet weet wat Limburgse, let wel Nederlands-Limburgse, gastvrijheid is had maar moeten meekomen naar de tocht naar Weert en Roermond ons aangeboden door de Nederlandse Terebinthvrienden. Niet alleen kregen we een funerair programma voorgeschoteld maar ook aan alle details werd gedacht. Zestien Grafzerkjes werden welkom geheten door de Limburgse voorzitster in Hostellerie Munten te Weert. Naast haar waren enkele Limburgse Terebinthleden aanwezig en Marianne vander Elsen, ambtelijk secretaris vereniging de Terebinth afdeling Limburg. Na enkele warme koppen koffie, want het weer zat niet echt mee, nam Peter Korten, Lid van het Limburgs Geschied en Oudheidkundig genootschap, het woord. Hij gaf een inleiding en zegde ons dat we ons op een funerair interessante plaats bevonden: vlakbij de Hostellerie lag vroeger het kerkhof van het Penitentenklooster. Emile Haanen, historicus, gaf een korte inleiding waarin onze vriend keizer-koster Joseph II met zijn fameus edict weer een belangrijke rol vervulde. In 1789 ging Weert, na de Brabantse revolutie, naar de nieuw ontstane republiek maar het verklaarde zich onafhankelijk. Alle edicten werden ingetrokken maar een jaar later terug ingevoerd. Op de begraafplaats van Weert vertelde Peter Korten over het monument voor de Franse gesneuvelden bij de slag aan de Marne en over de Duitsers die het leven lieten nadat een munitietrein ontplofte.
 
In stoet ging het nadien van Weert naar Roermond. Marianne zorgde zelf voor witte lintjes om aan de antennes van de wagen te bevestigen om alzo een colonne te vormen. Spijtig genoeg is deze werkwijze wel bekend bij de lokale begrafenisondernemers met niet bij de Nederlandse autosnelwegbestuurders. Toch raakten we goed en wel in Roermond waar een broodjesmaaltijd op ons wachtte. Alhoewel geen 100% fit stond Guus Rüsing er toch op om ons rond te leiden op “zijn” begraafplaats. Hij kreeg medewerking van de weergoden want de hemelsluizen bleven dicht. De kwaliteiten van Guus waren een aantal Grafzerkjes reeds bekend, de anderen waren echt onder de indruk van zijn kennis, zijn inzet en het enthousiasme waarmee hij zijn rondleiding kruidde. Hij wees er meermaals op dat het niet alleen van groot belang is om beschermde monumenten te koesteren maar dat er achter vele graven een verhaal schuilt dat het noodzakelijk maakt om ook deze graven voor het nageslacht te bewaren. Zonder zijn informatie zouden wij echt voorbij de plek rododendrons gelopen zijn. Die struiken stonden op de plek waar vroeger Pruisen begraven werden en waar niemand anders wenste begraven te worden. Het simpele houten kruisje voor Bertus, een lokale figuur zou aan onze aandacht ontsnapt zijn zonder Guus. Het monument voor de NSB’er Leendert Willem de Leeuw dient, zoals onze gids terecht opmerkte, voor het nageslacht bewaard te worden omdat er geen 10 zulke graven meer overeind staan in Nederland en om ons ook op dit punt van de geschiedenis te wijzen. Verder passeerden natuurlijk de toppers van de begraafplaats de revue: het wereldbekende “graf met de handjes”, het monument voor de bekende architect Pierre Cuypers, het dodenmasker op het graf van huisarts Wong Lun Hing, de zouaaf Küppers, de enorme grafkapel voor de familie Bongaerts, Louis Guillaume de uit Brugge afkomstige dirigent, twee Joodse afdelingen en het protestantse gedeelte. Eindigen deed Guus in de crypte van de Bisschopskapel.
 
Dit was nog niet het einde van een mooie dag want onze Terebinthvrienden boden ons nog een drankje aan. De Grafzerkjes van hun kant konden niet achterblijven en deden er nog een drankje én een Belgische praline bij. Onze welgemeende dank aan onze Nederlandse “geestesgenoten”. We hebben er echt van genoten en hopen jullie ooit eens op ons grondgebied te mogen ontmoeten. Misschien wel tijdens een van onze Grafzerkjesorganisaties?
 

Dat deze funeraire dag een echte meevaller was bleek ook uit de talrijke positieve reacties die ik, via mail, mocht ontvangen. Goed nieuws: Marianne en Guus zijn al in de weer om ons volgend jaar iets soortgelijks voor te schotelen.

Tekst en foto's : Jacques Buermans