Nieuwsbrief Nr. 111 - mei 2019

Rondleiding begraafplaats Elsene, onder leiding van Prof. dr. Jeffrey Tyssens (VUB)


Op zaterdag 23 maart vonden 19 Grafzerkjes de weg naar de begraafplaats Elsene. Daar werden ze verwelkomd door de gids Jeffrey Tyssens. Hij maakte ons in de rondleiding heel wat wijzer over de link tussen Elsene en Brussel, met  kunstenaars en  tal van intellectuelen die verbonden waren aan (of linken hadden met) de Brusselse universiteiten ULB of VUB.
 


Tekst en foto’s:
Tamara Ingels
De begraafplaats van Elsene werd in 1877 geopend. Als gevolg van de expansie van Brussel tijdens de 19de eeuw waren  de voormalige dodenakkers van de gemeente Elsene volledig ontoereikend geworden om de bevolkingsexplosie het hoofd te bieden. Oorspronkelijk werd er ca. 6 hectare vrijgemaakt, vandaag is dat naar schatting al een flinke 12 hectare begraafplaats. Op deze plek liggen veel kunstenaars begraven. Niet verwonderlijk, want  Elsene was aan het einde van de 19de eeuw een echte kunstenaarsgemeente  geworden. Er liggen hier ook heel veel militairen begraven. De onmiddellijke nabijheid van kazernes en een militair ziekenhuis is is hieraan niet vreemd.

Vrijmetselaars

De aanwezigheid van de universiteiten betekent dan weer dat je hier ook een aantal grafmonumenten kan vinden van vrijdenkers, vrijzinnigen en vrijmetselaars die destijds in Brussel actief waren. En laat dat nu net de specialisatie zijn van onze gids.


   Een eerste belangrijk graf is dat van schilder Felix Bovie (1812-1880). Deze kunstenaar-schilder, dichter en chansonnier stond bekend om zijn satirische liederen, waarbij ook de sfeer aan de kunstacademies niet gespaard werd. Hij was lid van verschillende vrijmetselaarsloges in Brussel, en dat kan je zien aan zijn graf. Meer nog, de symbolen die erop voorkomen zijn eerder zeldzaam binnen de grafsymboliek die we aantreffen op graven van vrijmetselaars. Natuurlijk herkennen we de veel voorkomende passer en winkelhaak, maar we zien ook het schietlood dat dwars door een grote maatstok loopt en een alziend oog. Nog op het graf staan er heel wat andere symbolen, die naar de kunstenaarsactiviteiten van Bovie verwijzen zoalseen lier, penselen, een boek en pennen. Het boek is interessant, want het zou zowel kunnen verwijzen naar het schetsboek van Bovie als  naar zijn liedjesboek. Dit boek, waarin heel wat schertsende liederen staan, is vandaag een zeldzaamheid om te vinden.
 
Wat verderop houden we halt bij het graf van Emile Francqui (1863-1935), vandaag vooral bekend omwille van de ‘Francqui-prijs’. 
Dit is een prestigieuze academische financiering van wetenschappelijk onderzoek, die in beurtrol jaarlijks wordt toegekend aan de Exacte, Humane en Biomedische Wetenschappen. De Francqui-Stichting maakt ook een Francqui leerstoel mogelijk, waarbij universiteiten docenten kunnen uitnodigen voor een sessie van 10 lessen rond een ‘hot item’ in de wetenschappen. Hij was destijds ook nauw betrokken bij het Nationaal Fonds voor Wetenschappelijk Onderzoek, dat tot op vandaag een belangrijk financieringskanaal is voor wetenschappelijk onderzoek.

Het viooltje als funerair symbool

Onze gids stond ook stil bij het graf van Eugène Hins (1839-1923),  waarop een bijzonder symbool voorkomt (bijzonder om zijn betekenis in deze context). Het viooltje (pensée tricolore in het Frans) komt namelijk regelmatig voor in funeraire symboliek, maar verwijst hier heel expliciet naar de overledene als drijvende kracht van de vrijdenkersbeweging in België en internationaal.
En natuurlijk verwijst het viooltje in die hoedanigheid als symbool naar die vrijdenkersbewegingen. Hins engageerde zich ook – in funeraire context dan – voor het organiseren van burgerlijke begrafenissen voor vrijdenkers, die in zijn tijd heel veel problemen ondervonden bij het überhaupt kunnen organiseren van ordentelijke begrafenissen. Hins beschrijven is geen  sinecure.Hij was onder meer oprichter van het (vrijdenkers)tijdschrift ‘La Pensée’, medestichter van de Eerste Internationale in België (en dus een boegbeeld voor sociale organisaties in België en daarbuiten) en gemeenteraadslid te Elsene.

Ook het graf van Ernest Solvay (1838-1922) ligt op deze begraafplaats. 
Een grafmonument ontworpen door niemand minder dan Victor Horta en dat is geen toeval. Horta was immers de ontwerper voor zijn bekende woning. Art Nouveau was in die tijd dé stijl bij uitstek voor socialisten en progressieve liberalen (Solvay was volksvertegenwoordiger voor de liberale partij) om hun voorkeuren wereldkundig te maken. Van belang bij Solvay zijn niet alleen zijn vernieuwende ideeën rond industrie en wetenschappen, maar ook rond de sociale bescherming van werklieden die hij mee ondersteunde. Ook vandaag zijn er aan de ULB nog instituten te vinden die verbonden blijven met het werk van Solvay.

  Ook het graf van Adolphe Buyl (1862-1932) komt aan bod. Hij was een gedegen Belgisch politicus en liberaal burgemeester van Elsene van 1930 tot 1932 (en naamgever van de nabijgelegen Adolphe Buyllaan in deze gemeente). In de oplossing van enkele schoolkwesties rond het lager onderwijs die na de Eerste Wereldoorlog (1918-1919) hoog oplaaiden, speelde hij een belangrijke bemiddelende rol. Een schoolwet van 13 november 1919 is naar hem genoemd.  Onze gids leidde ons verder langs tal van graven van interessante liberale politici, zoals  volksvertegenwoordiger Louis Hymans (1829-1884) en zijn zoon Paul Hymans (1865-1941). 

Deze laatste is onder meer bekend als voorzitter van de Volkenbond in de jaren 1920 en 1930 en was politiek actief als Minister van Staat, Buitenlandse Zaken en Justitie.



Tijl Uilenspiegel

Na heel wat interessante omzwervingen op de begraafplaats sloten we ons bezoek af bij het graf van Charles De Coster (1827-1879), auteur van de Legende van Uilenspiegel en afgestudeerd als Kandidaat in de Letteren aan de ULB.


In 1860 werd De Coster op het Rijksarchief in Brussel tewerkgesteld waar hij het materiaal voor zijn bekendste werk ‘La légende d’Ulenspiegel’ zou verzamelen. Vanaf 1864 wijdde hij zich volledig aan het literaire genre. Als schrijver debuteerde hij met de verhalenbundel ‘Légendes flamandes’ (1858) en bereikte hij het toppunt van zijn kunnen met ‘La légende d’Ulenspiegel’ (1867). In 1870 werd hij leraar aan de Krijgsschool en studiebegeleider aan de Militaire School.
Bij zijn vroegtijdige dood in 1879 was hij straatarm en zo goed als vergeten. Het zou nog meer dan dertig jaar duren vooraleer men hem als de grondlegger van de Frans-Belgische literatuur zou erkennen. Nu nog wordt zijn ‘La légende d’Ulenspiegel’ vrijwel overal beschouwd als een meesterwerk van de wereldliteratuur. Hoewel ‘La légende d’Ulenspiegel’ soms ook ‘la Bible flamande’ werd genoemd, en Tijl en Nele er worden in voorgesteld als “de geest en het hart van moeder Vlaanderen”, blijft de vrijzinnige De Coster voor Vlaanderen een wat omstreden figuur. ‘La légende d’Ulenspiegel’ was in het Frans geschreven en het bevatte een impliciet pleidooi voor het broederlijk samengaan van Vlamingen en Walen in een vrij België.
 

Bronnen

-   J. Tyssens. Félix Bovie (1812-1880): poète et chansonnier dans la franc-  maçonnerie bruxelloise,  in REHMLAC (Revista de Estudios Historicos de la Masoneria), Vol. 5, nr. 1, december 2013, pp. 43-64

-   https://www.francquifoundation.be/

-   M. Mayné. Eugène Hins. Une grande figure de la Première Internationale en Belgique, in Mémoire de la Classe des Lettres, 8°, 3e série, 11
     D.E. Devreese, Marc Mayné. Eugène Hins. Une grande figure de laPremière Internationale en  Belgique (compte-rendu), in, Revue belge de Philologie et d’Histoire  Année 1997  75-4  pp. 1196-1200

 -  https://www.vub.ac.be/alumni/profiel/charles-coster