Nieuwsbrief Nr. 109 - januari 2019

24 november: rondleiding twee Leuvense begraafplaatsen


Leuven: Stedelijke begraafplaats


Tekst: Tamara Ingels
Fotos: Jean Donny,
Agnes Haesendonck
en Tamara Ingels

Echt kerkhofweer kan onze Grafzerkjes niet tegenhouden! Een verslag van een interessante (maar bijzonder regenachtige) voormiddag in Leuven.
Op 24 november jongstleden brachten we, in aanwezigheid van 21 deelnemers een bezoek aan de Stedelijke begraafplaats van Leuven (voormiddag) en de begraafplaats Abdij van ’t Park (namiddag), onder leiding van onze kundige gids Kathia Glabeke.
Met haar achtergrondkennis vanuit www.funerabilia.be bleek ze de aangewezen persoon om dit bezoek te begeleiden.
De weergoden waren ons jammer genoeg niet echt gunstig gezind, het typisch Belgische ‘kerkhofweer’ liet zich van zijn beste kant zien. Ondanks de druipende regen was er dus toch flink wat interesse voor de Leuvense funeraire geschiedenis en een dikke pluim voor onze gids, die het regenweer zeker niet aan het hart liet komen en ons met veel passie vertelde over het Leuvense erfgoed dat hier te vinden is. Ook aan fotografen was er – ondanks het weer – geen gebrek. Uw verslaggever voor het voormiddagprogramma dankt dan ook Agnes en Jean, die vlot en vlijtig camera’s mee inzetten om bij het donkere weer toch foto’s van een goede kwaliteit te kunnen tonen aan onze lezers.
 
De Stedelijke begraafplaats bestaat sinds 1785
De afscheidsruimte van de begraafplaats werd voor de gelegenheid omgetoverd tot verwelkomingsplaats voor onze Grafzerkjes. De twee begraafplaatsen liggen weliswaar vlakbij elkaar, maar tot op heden is er geen doorgang tussen beiden, al zijn er in het verleden al meermaals plannen geweest om die doorgang wel mogelijk te maken.
De stedelijke begraafplaats is in totaal zo’n 8.5 hectare groot. Ze opende in 1785, in feite dus vlak na het uitvaardigen van het edict van Jozef II in 1784, al duurde het nog tien jaar vooraleer de eerste begrafenis hier zou plaatsvinden. De site was aanvankelijk kleiner, maar in de loop der jaren werden tal van aanpalende stukken grond bij aangekocht. Tot op vandaag kan je die geschiedenis ook in de lay-out van de begraafplaats goed zien, onder meer aan de oriëntatie van de graven en de manier waarop de paden werden aangelegd (van een strak schema van rechte paden tot een kronkelende padenstructuur). Vlakbij de ingang was er ook een perk voor joodse en protestantse begravingen, maar die zijn vandaag volledig verdwenen door tal van ontruimingsacties. Deze ontruimingen zie je op deze begraafplaats hier en daar nog, in de vorm van verkleuringen en silhouetten van oude grafmonumenten die tegen de begraafplaatsmuur werden opgetrokken en reeds enige tijd werden weggehaald. Het geeft deze begraafplaats een bijzonder karakter.
Er is in het verleden reeds een inventaris opgemaakt van deze begraafplaats. Op enkele graven kan je hier de letter E vinden (een verwijzing naar vzw Epitaaf, die bij de inventarisatie betrokken zijn geweest).
Vandaag zijn op deze begraafplaats nog heel wat variaties in graftekens te vinden, ook in de recentere uitvoeringen. Op deze begraafplaats krijgen concessionarissen nog wat speelruimte om te variëren in grootte en vorm, maar op andere Leuvense begraafplaatsen is dat niet altijd het geval. Denk maar aan de dodenakker van Kessel-Lo, waar de graven veel uniformer zijn uitgevoerd. Er wordt een beleid gevoerd waarin gestreefd wordt naar een eigen sfeer op elke begraafplaats.
Onze gids vertelt dat de begraafplaats sinds enige tijd niet meer kan worden afgesloten. In een nabij verleden was één van de bezoekers blijkbaar net iets té enthousiast om te proberen om met de wagen de begraafplaats te betreden. Gevolg? Een stuk van de afsluitingsmuur én de toegangspoort werden daarbij omvergereden. De muur werd hersteld, maar de poort bleef sindsdien open.
De rondleiding gaat, gezellig onder tal van paraplu’s, verder langs wat ooit de ‘tumulus’ was die opgetrokken werd ter nagedachtenis van een golf van epidemieën die Leuven ooit hard trof. De epigrafie vertelt: ‘Ter herinnering aan de meer dan duizend Leuvense slachtoffers der negentiende-eeuwse choleraepidemiën 1832-1833, 1849, 1866. Ze stierven als gevolg van de ellendige leef- en woontoestanden van de arbeidersklasse’. Het is bijgevolg geen echte tumulus, maar wel een herdenkingsmonument. Of beter: dat was het ooit. De heuvel, waarop tal van oude gietijzeren kruisen werden gezet, blijkt immers niet meer op zijn oorspronkelijke plek te liggen. Erger nog… het gedenkteken werd niet alleen verplaatst, maar werd zelfs in drie delen opgedeeld en verspreid over de hoeken van een kruising van paden. Een heel vreemde constructie, dat is het minste wat we er van kunnen denken. De reden? De oorspronkelijke constructie lag in het midden van een pad, en bleek de doorgang voor zwaar materieel, dat vandaag op begraafplaatsen gebruikt wordt, te verhinderen.
 
Verderop zien we het graf van Felix Ackermans, dat naast een prachtig 19de-eeuwse uitvoering een mooi portretmedaillon in brons draagt. Helaas, een kleine stortbui onderweg verhindert ons van foto’s te nemen.
 
We stoppen bij het ‘Russische monument’ geschonken door het Sovjet Comité van Oorlogsveteranen geschonken, ter herdenking van de Russische soldaten die hier in de tweede wereldoorlog sneuvelden.
Het werk in Leuven werd ingehuldigd op 2 september 1990. Tijdens de tweede wereldoorlog waren duizenden Russen in België aanwezig. Het waren meestal krijgsgevangenen die door de bezetter als arbeidskrachten werden aangevoerd. De meesten werden tewerkgesteld in de Limburgse steenkoolmijnen. Velen wisten te ontsnappen, vaak met de hulp van Belgische verzetslui. Soms streden ze nadien met de partizanenkorpsen mee. Het beeldhouwwerk is van de hand van beeldhouwer Alexander Bourganov,
een  een Russisch kunstenaar geboren in 1935, die internationale erkenning geniet
(wil je meer weten: kijk dan zeker even op www.funerabilia.be).
 
Sterrenweide
Vlakbij ligt er een sterrenweide. Leuven was de eerste stad in Vlaanderen die in 2011 een dergelijke plek opende, en waar ouders zelf mee kunnen beslissen op welke manier ze afscheid wensen te nemen. Jaarlijks worden ook hier in december kaarsjes ontstoken voor Wereldlichtjesdag, een gebeurtenis die in het licht staat van overleden kinderen.
 
Tegenover de grote grafkapel van de familie Bossu staat er een andere bijzondere ‘kapel’. Een bijzonder vormgegeven kleine koperen kapel bekroont een graf dat door de overledene zelf ontworpen werd (en later als grafmonument is gaan dienen). De ontwerper was werkzaam als dakwerker/loodgieter. Het monument vormt een mooi voorbeeld van beroepen die je ook op begraafplaatsen kan terugvinden.
 
Collumbarium
Achteraan op de begraafplaats verwijst gids Kathia naar de toekomst. In een uitdovend columbarium werden alle vrijgekomen nissen opgevuld met hout en ander plantaardig materiaal, met het oog op het creëren van een groot bijenhotel. In de toekomst  zal de omliggende ruimte verder omgevormd worden tot een nieuw gedeelte, waarin veel aandacht zal zijn voor de vergroening van het landschap en het aantrekken van tal van vlinder- en bijensoorten.

 Aanpalend liggen er enkele graven met de zeer herkenbare grafzerken die toebehoren aan de begraafplaatsen in het beheer van Commonwealth War Graves Commission.
 
Op de begraafplaats zijn nog enkele grafmonumenten te vinden waar in de buurt een vlag prijkt. Eén ervan is het monument ter nagedachtenis van 18 april 1902, de ‘bloednacht’ van Leuven. De burgerwacht van Leuven schoot tijdens een betoging voor het enkelvoudig stemrecht met scherp, en er vielen zes slachtoffers te betreuren.
 
Werkliedenpartij
Vlakbij ligt het graf van Van Langendonck, die een actief lid was van de Belgische Werkliedenpartij. Tot 1907 was hij gemeenteraadslid te Leuven, nadien werd hij Volksvertegenwoordiger. Later in zijn leven verhuisde hij nog naar Sint-Jans-Molenbeek, waar hij van 1933 tot 1935 eveneens gemeenteraadslid werd. Na zijn dood werd hij volgens zijn wens in Leuven begraven.
 
Een tweede deel van het bezoek gaat door op het nieuwe deel van de begraafplaats. Hier valt het kronkelende grondplan van de toegangswegen sterk op. Het verschil tussen oud en nieuw is goed zichtbaar. Op dit deel kan je onder meer de anatomievelden vinden, de graven van mensen die hun lichaam aan de wetenschap schonken.
Aan het einde van het bezoek dalen we af in de grafgalerijen van het monument voor de gesneuvelde burgers en militairen van de Eerste Wereldoorlog. Het monument staat centraal op het nieuwe deel van de begraafplaats, en wordt aangeduid met een massief monument, ontworpen door Louis Jotthier. De gevleugelde vrouw vooraan symboliseert de stad; ze kan als een engel gezien worden, maar ook als de Griekse godin van de overwinning. Aan haar voeten bevinden zich twee gesneuvelden: links is een soldaat door een gasaanval om het leven gekomen, rechts ligt een neergeschoten, ineengedoken burger. Aan de linkerkant van het monument (noordzijde) wordt verder ingezoomd op het militaire leed. Aan de rechterkant (zuidzijde) komt het lijden van de Leuvense burgers aan bod. Op het reliëf aan de achterzijde rust het Leuvens wapenschild op eikenbladeren en lauweren, met daaronder de Belgische oorlogshelm, toorts en zwaard.
Om de galerijen te betreden dalen we af in een bevreemdende toegang, die ons dwingt om gebogen en voorzichtig af te dalen langs de steile treden. We schuifelen bijgevolg binnen, deels uit respect voor de vele burgerslachtoffers en gesneuvelde soldaten, deels uit schrik om van de toch wel steile en glibberige treden te schuiven.
Tijdens de middag konden we even opwarmen en opdrogen, daar was denkelijk niemand rouwig om… Wat niet wegneemt dat er duidelijk heel wat te vinden en te vertellen is op de stedelijke begraafplaats.
 
Petrus Florquin
Het graf van Petrus Florquin, een volksdichter en zanger die we vandaag helaas niet meer kennen. Zijn graf was volgens onze gids nochtans ooit het onderwerp voor een parlementaire vraag.
 
Vital De Coster
Het graf van Vital De Coster, een liberaal politicus, schepen van onderwijs en van 1901 tot aan zijn dood in 1904 burgemeester van de stad. In het Leuvense stratenplan vind je nog verwijzingen naar hem: een straat werd naar hem genoemd, en hij kreeg een standbeeld in de gelijknamige straat (al was het oorspronkelijk opgesteld in de voortuin van het muziekconservatorium in Craenendonck.  
 
 
Familie Stevens-Marneff
Op het bijzonder mooi uitgewerkte grafmonument van de familie Stevens-Marneff staan een uil en een haan, die dag en nacht het graf bewaken (maar ook als memento mori de dood voorspellen die dag en nacht kan toeslaan). Het monument staat ook op een cover van een boek van Jo Claes, de bekende Leuvense misdaadschrijver.   
 
 
Leopold Vander Kelen
Het graf van Leopold Vander Kelen, liberaal politicus en burgemeester van Leuven tussen 1872 en 1885, werd ontworpen door niemand minder dan Jef Lambeaux, met wie hij goed bevriend was. Het hoeft geen betoog dat de vochtige weersomstandigheden dit graf een bijzonder mooi uitgewerkte dramatiek meegaven.
 
 
Familie De Jonghe
Koperen kapel, gemaakt door de overledene zelf - bij leven werkzaam als loodgieter en dakwerker. Een voorbeeld van de vele beroepen die je op de begraafplaats kan terugvinden
 
 
Monument ter nagedachtenis van 18 april 1902, de ‘Bloednacht’ van Leuven

Abdij van ‘t Park, Heverlee


Tekst: Katharina Meulemans,
fotos: Jean Donny en Lin Verbeemen

Het tweede begraafplaatsbezoek was het kerkhof van de abdij van Park te Heverlee. Het kerkhof maakt deel uit van de abdijsite van de Norbertijnen en de hele site zit al een aantal jaren in restauratie. Het verfraaien van deze plaats gebeurt in samenwerking met de stad Leuven.
 
De abdij behoort tot de orde der Norbertijnen en is geen zelfstandige abdij meer maar afhankelijk van de abdij van Averbode, die hier drie paters huist daar de eigen paters allemaal gestorven zijn of elders in een seniorie zitten.
Het kerkhof ligt in de voormalige boomgaard van de abdij en dit verklaart waarom er op de poorttoegang “1723” vermeld staat. De voormalige dreef langs fruitbomen die naar het kerkportaal leidde, is nu het hoofdpad van het kerkhof. Het oudste graf op het kerkhof dateert van 1843.

Het kerkhof is opgedeeld in 4 gedeelten, waarvan het meest recente gedeelte de uitbreiding achter de abdijmuur is.
Voor WO II waren bijna 70% van de teksten op de zerken Franstalig, naast 5% Latijnse en een klein 20% Nederlandstalige teksten.
Crematie is bij wet in België sinds 1930 toegelaten maar door de katholieke kerk pas sinds 1963. De urne op graven heeft dus niets met crematie te maken maar geldt als een symbolisch teken.

deel B: het voormalige parochiekerkhof
Aan de rechterzijde liggen een aantal grafweiden van zusters en een grafkapel. Er zijn een 20-tal congregaties op het kerkhof gekend. Aan de linkerzijde liggen (familie)graven van vooraanstaanden. Deze  prominenten en religieuzen werden voordien in de kerk begraven en kozen na de wetswijziging als alternatief de abdijsite. Zo lagen de katholieken alsnog in de nabijheid van een kerk.  De witte kruisjes van de religieuzen van de abdij zelf liggen op een privéstuk achter het koor.
De grafkapel gold als een soort eigen kerkje waarin werd begraven. Zulke kapellen hadden een altaar en banken waar voor de overledenen kon worden gebeden.
Een familiegraf met twee wapenschilden waaronder het linkse een ovale vorm heeft en die zou van de vrouw geweest zijn.
Stèle van een dokter: uitbeelding van een slang die drinkt. Indien de slang in een spiegel zou kijken dan is de overledene een apotheker.
Hiernaast een stèle met een kruis in een cirkel. De cirkel symboliseert het eeuwige leven.
Wat verder staat een stèle met Maria als moedergodin, vrij van alle erfzonden.
Links van het kerkportaal :  stèle van J.B. David. Stichter van het Davidsfonds, eerste professor die in het Nederlands onderwees aan de KUL. Dit graf van 1866 was ook het eerste graf met een Nederlandse tekst. Hiernaast ligt de grafkelder van de familie de Bunswyck, de laatst begraven was een barones die woonde in het pand dat heden het gemeentehuis van Boutersem is. Zij werd op 60-jarige leeftijd vermoord.
Hiernaast ligt het graf van de geestelijke Ladeuze. Aan de hand van het aantal kwastjes op de zerk, kan je zijn plaats bepalen in de kerkelijke hiërarchie. Verder staat er een hoed op de zerk. Hij verschafte in 1920 meisjes de toegang tot de universiteit, doch zeer tegen zijn zin en hij hoopte dat de vrouwen een richting zouden kiezen die lag in “hun vrouwelijke geaardheid”.
Aan de overzijde van deze graven ligt op de hoek de zerk,  met een moderne pleurante, van Fryda Van Damme. Zij was de eerste vrouw van Edw. de Maerschalk en overleed in 1992 aan kanker. Ze heeft zelf dit beeld in het atelier van kunstenaar Bandini gekozen. Zij koos wel voor een witte sokkel waar de pleurante op rust, het blok was oorspronkelijk zwart maar ze wou een positieve toets geven aan haar zerk. Hiernaasst ligt een goede vriend van haar, prof. Boving, eveneens gestorven aan kanker. Zijn zerk werd gemaakt door zijn vrouw-kunstenares. Wat verder op dit pad is het graf van Freson, een notarisfamilie.
Op de achtergrond weerklinkt het vredeslied op de nieuwe vredesbeiaard o.l.v. de vaste Leuvense stadsbeiaardier Luc Rombouts. De nieuwe klokken werden op 11/11/2018 ingewijd en werden  bekostigd door de stad Leuven en het Duitse stadje Neuss. Neuss heeft na de oorlog zijn excuses voor het leed aangeboden en vriendschapsbanden met de stad opgebouwd, de nieuwe beiaard is daar een vervolg van. Het kadert in het project dat men van dit kerkhof een luisterbegraafplaats wenst te maken. Een heel programma met muziek wordt periodiek afgespeeld en wordt als meerwaarde aan de rouwenden aangeboden.
 
Deel A:
Grafzerk van J. Helleputte met zijn vrouw en moeder. Hij heeft in Gent gestudeerd maar kende carrière in Leuven. Hij was één van de stichters van de Boerenbond. Verder was hij hoogleraar en volksvertegenwoordiger en erg Vlaamsgezind. Als architect staat hij bekend voor zijn neogothische creaties. Verder was hij voorzitter van het Davidsfonds. Omwille van zijn katholieke achtergrond wou hij hier worden begraven.  Op de zerk staat het IHS teken.
Wat verder ligt de zerk van “Des Dames”. Het waren vier gezusters van Biervliet. Drie daarvan hebben een congregatie opgericht en zijn ingetreden. Ze hadden vier huizen verspreid over het land en boden een opleiding aan “deftige meisjes”. Ze waren vooral bekend voor de instelling in Tielt waar men een aggregaatopleiding kon volgen.
Wat verder ligt de zerk van voormalige rector Piet de Somer. Hij stierf tijdens zijn vierde ambtstermijn en was bijna 20 jaar rector van de KUL. Hij ligt hier samen met zijn moeder, zijn broer (of schoonbroer?) en echtgenote begraven.
De eerste grafkapel, van de familie Jaemart, verkeert in slechte staat daar de familieleden uitgestorven zijn. De andere grafkapel is in betere staat en werd een aantal jaren geleden opgeknapt en van een bloemenperk voorzien.
Tussen een aantal graven liggen kleinere urnenvelden, deze worden aangeplant telkens een graf wordt geruimd.
Wat verder ligt een omheinde graftuin; deze was oorspronkelijk voor zusters voorzien maar werd nadien verhuurd voor het begraven van paters.
Grafzerk van de Walque, bekend van zijn tuin in Leuven.
Een zerk met ogenzichtelijk breukstenen doch als men nader kijkt zijn dit brokstukken van graven. Dit graf van Van Goetsenhoven werd gemaakt met stukken van graven die geruimd werden bij de stopzetting van de concessies van het kerkhof van Sint-Lambertus in Heverlee. Een heel deel van de graven ging naar het kerkhof van de Jacht en deze zerk werd opgebouwd met stukken van een aantal graven.
 
Deel B:
Grafzerk van Irene de Snieders, staat plaatje bij voor ontruiming. Graf uit 1926 met swastika. De waarde van het graf ligt hierin dat de swastika nog niet het symbool voor het nazisme was maar het oude symbool voor Christus. Verder staan er in de hoeken van de grafzerk de afbeeldingen van alfa en omega/twee vissen/een drietand /een anker, allemaal religieuze symbolen.
De Lourdesgrot werd gemaakt op vraag van abt Versteylen. Was op een bepaald moment mode.
De grafplaat van abt Karel Vloeberghs die  niet tussen zijn paters wou worden begraven.
Het graf van van Uyttebroek met een mooi groot reliëf. Deze persoon werd gefusilleerd doch ligt begraven tussen de andere graven, er is geen speciaal ereteken aan deze slachtoffers gewijd.
Graf met engel in tegelmozaïek werd gemaakt door Max Vanderlinden voor een zekere Igor, gestorven in 1964.
We komen aan de koormuur waar een graf met calvarie is, de drielobbige achtergrond verwijst naar de deur naar de hemel.
Graf met een beeldhouwwerk van Elström (er was van deze kunstenaaar ook een bronzen  sculptuur op de stedelijke begraafplaats en verder zijn er van hem ook heel wat beelden aanwezig in de basiliek van Koekelberg).
 
Deel D:
Het recente deel van het kerkhof is te bereiken via een opening gemaakt in de voormalige abdijmuur. Links helemaal in het hoekje liggen de begijnen.
Verder werd er wat stilgestaan bij een aantal graven zoals het graf van de vader van Agnes Haesendonck, de slachtoffers van de busramp, de voormalige museumconservatrice Van de kerckhove, …