Nieuwsbrief Nr. 108 - november 2018

Begraafplaats Veenhuizen of het vierde gestichtDeel II: Het verslag over de begraafplaats van Veenhuizen


De Nederlandse stichting “Terebinth” organiseerde op 25 augustus een themadag rond graftrommels. 
Niet alleen bezoek aan het graftrommelmuseum en restauratieatelier stond op het programma, maar ook een rondleiding
op de begraafplaats van Veenhuizen zelf. Veenhuizen ontstond in 1823 en was een van de vijf Koloniën van Weldadigheid.
Een zelfvoorzienende landbouwkolonie waar in de eerste plaats arme vrijwilligers werden voorbereid naar hun terugkeer in de
maatschappij. Later werden er ook  bedelaars en landlopers (Gesticht 2), weduwen en wezen (Gesticht 1 en 3) en arme huisgezinnen opgevangen. De begraafplaats werd het vierde gesticht. Geleidelijk aan ontwikkelde Veenhuizen zich in de twintigste eeuw
tot een gevangenisdorp.

De begraafplaats van Veenhuizen of het Vierde gesticht is ontstaan rond 1831. Omdat de twee kerkhoven die op dat ogenblik in gebruik waren, een te natte grond hadden werd er uitgekeken naar een andere locatie, de beschikbare ruimte aan de Eikenlaan was hoger gelegen en daardoor beter geschikt.
 
 
 
Tekst en fotos : Lin Verbeemen

Bij de aanvang van de rondleiding werden we allereerst door onze gids Anja Schuring, naar een open veld rechts van de ingang geleid. Het bleek het vak te zijn waar de hervormde armen werden begraven. Na de eerste begraving in 1831 tot 1875 kregen 10.000 mensen hier een laatste rustplaats. Om kosten te besparen werd er geen gedenkteken geplaatst, maar bij wet was wel vastgelegd dat iedereen recht had op een individueel graf (150 cm diep - 80 cm breed - 30 cm ruimte tussen de schouders - 50 cm tussen hoofd en voeten).

Elk jaar stierven er gemiddeld 250 mensen waardoor de ruimte na 5 jaar zou moeten ontruimd worden. Dit werd vermoedelijk niet gedaan, maar de graven werden waarschijnlijk ‘geschud’ of overgegraven. Dit betekent dat er een put onder het bestaande graf gegraven werd, waardoor alle resten gingen zakken waardoor er opnieuw ruimte vrijkwam voor een nieuwe begraving.
Alle ambtenaren en hun familie, welke in die periode in Veenhuizen werkten en woonden, werden er ook begraven. Maar zodra je met pensioen ging moest je verhuizen, waardoor de graven niet meer onderhouden werden.
De begraafplaats is nog steeds in gebruik voor de huidige bewoners.
Wat nog opvalt, zijn de houten stèles. De ene al wat hoger dan de andere of met afdakje, allemaal meer dan 100 jaar oud en nooit vervangen.
Indertijd werd voor grenenhout gekozen vanwege de duurzaamheid en het feit dat het betaalbaar bleef. Maar het gedeelte onder de grond begon uiteindelijk toch te rotten. De stèles werden dan als gevolg uitgegraven om het slechte stukje af te zagen. Waarna ze weer op zijn originele plaats werden geplaatst, maar dan gewoon een stukje kleiner.
Na 100 jaar krijgt de tand des tijds uiteraard ook vat op de bovenkant. Een werkgroep die in 1995 het levenslicht zag, voorzag verschilllende stèles van een afdakje ter bescherming.

Buiten het feit dat hier nog - 27 veelal gerestaureerde - graftrommels liggen, zijn dit maar enkele van de bijzonderheden die deze bijzondere begraafplaats rijk is. Het is dus een plek die een bezoek meer dan waard is.