Nieuwsbrief Nr. 108 - november 2018

Monique DujardinDe vrouw die Rouwzorg in Vlaanderen mee op de kaart zette


Gedurende het jaar willen we al wel eens vergeten dat we geliefden op de begraafplaatsen hebben achtergelaten. Al te vaak stellen we een bezoekje aan hen uit omdat er nog ‘iets’ anders op de agenda staat of stond… Maar begin november herdenken we collectief onze doden.
Ineens worden we met z’n allen wakker omdat de zerk hoogdringend moet opgekuist worden. De kerkhoven en begraafplaatsen gaan naar spic & span of naar javel ruiken en worden herschapen in een kleurrijke bloemenpracht tot de eerste vrieskou er overheen gaat.
En dan verdwijnt de drukte van het moment en keert de rust weer.
Maar wat met de nabestaanden van de overledenen? Die mensen worden vaak vergeten of letterlijk ’dood’gezwegen omdat familie en vrienden niet met het verdriet van anderen om kunnen gaan.
Sommige van deze nabestaanden vonden hun weg naar Rouwzorg Vlaanderen waar Monique Dujardin al jaren de drijvende kracht is. Ze kan rekenen op een team trouwe vrijwilligers met de nodige know-how, waaronder ook haar zoon Geert. Deze mensen halen letterlijk alles uit de kast om de vzw draaiende te houden.

Wij gingen in Hoboken praten met
Monique (zij is al lid van onze vereniging sinds 2005). Ze werd geboren in Menen en ontpopte zich na omzwervingen in Gent en Kortrijk als een rasechte Antwerpenaar.
 
Tekst: Lin Verbeemen,
fotos: Rouwzorg Vlaanderen

Hoe ben je betrokken geraakt bij rouwzorg?
Dat is een heel verhaal. Ik studeerde voor sociaal assistente maar door toeval begon ik een carrière als bankmedewerker.
Na enkele jaren, - tijdens een weekje-ziek-zijn, vroeg ik me af of dit wel het leven was dat ik wou. Het antwoord was nee! Toeval of niet, maar precies op dat moment vond ik een artikel in ’Kerk & Leven’, waarin een opleiding voor pastoraal werker gepromoot werd.
 
En kon je daar zomaar beginnen?
Deze opleiding was al enkele jaren aan de orde voor ongehuwde vrouwen in Duitsland en in Vlaanderen. In het bewuste artikel las ik dat vanaf dit jaar ook voor het eerst
gehuwde mannen en vrouwen toegelaten werden voor de opleiding! Ik was dus vertrokken voor de komende vier jaar. Elke zaterdag was er een volle dag les waarop nog een extra stagejaar volgde. Dat het op zaterdag was, maakte dat ik mijn bankwerk niet hoefde op te zeggen om deze nieuwe opleiding te volgen. Mijn kinderen konden telkens mee en speelden de hele dag in het groen waar de studieplaats was.
 
En wat gebeurde er na je studie?
Ik werd in aanwezigheid van het team van professoren officieel door de bisschop aangesteld als pastorale werker in de parochie Hoboken H. Familie. Dat was eigenlijk geen nieuw werkterrein, vermits ik daar al jarenlang aan de slag was als vrijwilliger bij Ziekenzorg, pastoraal team, lector bij uitvaarten, vormselcatechese en 13+ werking. 
 
Hoe kwam je dan in contact met rouw?
Tijdens veelvuldige contacten met jong en oud, met de clerus en de man van de straat, viel het mij sterk op dat er grote nood was aan opvang voor mensen in een rouwproces.
De ‘buitenkant’ klopte niet met de ‘binnenkant’ die ik meende te zien en te voelen.
Het was toen nog een periode (jaren 80) waarin dood en rouw onbespreekbaar waren. Wel werd weleens gezegd of verdoken de ‘raad’ gegeven van: ”Nu moet ge u toch eens gaan herpakken, hij/zij is nu toch al zo lang dood.” Maar hoe kunt ge u herpakken zonder klankbord? Dat was nu net hetgeen zo vaak ontbrak.
 
Er kwam dus een nieuwe opleiding?
Ja, meerdere opleidingen. Enerzijds volgde ik een  tweejarige opleiding ‘’groepsbegeleider’ en nog eens twee jaar voor rouwbegeleider, met daartussen nog heel wat kleinere sessies.
Tijdens heel dat parcours leerde ik, samen met enkele collega’s, Arthur Polspoel kennen, een autoriteit op het vlak van communicatie in de hulpverlening, van de palliatieve- en rouwzorg, toen en nog steeds, professor in Tilburg en Den Bosch, auteur en veelgevraagd spreker.

We raakten aan de praat en samen met Marleen Buekens, collega-pastoraal werker in Wilrijk en Arthur, organiseerden wij een eerste avond over rouw en verdriet in de parochie Hoboken. Dat was in januari 1984.
 
En was dat een succes?
De voorbereiding alleszins niet. Er werd wat raar gekeken. Een avond met als thema ‘verdriet en rouw’. Wie haalt zoiets in zijn hoofd? En toch was het zaaltje die avond te klein. Meer dan 100 deelnemers kwamen afgezakt.
 
Bleef het bij een lezing?
Nee, het was meer dan duidelijk dat er een grote behoefte was aan opvolging. Ons initiatief groeide uit tot lotgenoten-groepen. Ook dat werd overrompeld door zo een groot aantal nabestaanden dat er niet genoeg in de diepte gewerkt kon worden. Steeds meer nieuwelingen vervoegden de bestaande groep maar ze hadden het lastig om aansluiting te vinden bij deelnemers die al een deel van hun rouw verwerkt hadden.
 
Hoe losten jullie dat op?
We vormden gesloten groepen van 8 à 9 personen, steeds onder begeleiding van een man en een vrouw met de nodige lotgenoot-ervaring. Dit maakte praten gemakkelijker.
Jaarlijks werden twee nieuwe gesloten groepen gevormd, in januari en oktober. Om de twee weken was een vast gespreksmoment. Toen bleek dat na het afsluiten van de eerste groep (in januari) en de start van de tweede groep (oktober) weer een leegte ontstond, voorzagen wij ook in die periode een ‘open groep’ waar iedereen welkom was.
Momenteel is heel onze werking uitgegroeid tot jaarlijks 6 à 8 diverse groepen met telkens twee begeleiders.
 
In 2006 was het tijd voor een nieuwe stap?
Dat klopt. Omwille van administratieve en wettelijke toestanden, leek het ons beter om onze feitelijke vereniging te wijzigen in een vzw en werd met de hulp van Trefpunt Zelfhulp in Leuven, de VZW Rouwzorg Vlaanderen opgericht.
De visie werd nog eens extra omschreven als een werking geïnspireerd naar de christelijk waarden waar iedereen welkom is met eigen religie. Het doel is dat er met respect voor elkaars levensvisie een luisterend oor gevonden wordt in een moeilijke levensperiode.
De vzw heeft verder twee belangrijke pijlers: de werking van de lotgenotengroepen in en rond Antwerpen zoals hierboven beschreven en een website waar iedereen vragen mag stellen en doorverwezen kan worden naar andere bestaande initiatieven in Vlaanderen. Intussen vonden een twintigtal deskundige vrijwilligers hun weg naar het begeleiden van lotgenotengroepen voor Rouwzorg Vlaanderen.
Maar achter de schermen werken ook een aantal andere medewerkers vol enthousiasme en blinken uit met zijn of haar eigen capaciteiten: handige Harry’s, bestuursleden,,administratie-helpers (vooral zoon Geert), sponsors en sympathisanten.

Kan iedereen bij Rouwzorg Vlaanderen
aan de slag als vrijwilliger?
Voor de begeleiders van onze lotgenotengroepen stellen wij wel hoge eisen. Met kwetsbare mensen – die wij allen bij tijden zelf ook zijn – ga je niet zomaar lukraak om. Bij een intake gesprek vragen we naar de visie en kennis om goed te kunnen omgaan met nabestaanden in een lotgenotengroep.
Iedereen zal – hopelijk – wel begrijpen dat we nabestaanden, die bij ons aankloppen,  alleen maar aan goede hulpverleners kunnen toevertrouwen.
Soms zijn er prachtige en deskundige hulpverleners die we toch vragen om nog hier of daar eerst specifiek een (korte) sessie rond ‘rouw’ te willen volgen. Ook vragen wij om het eerste jaar een stage te doen bij een reeds bestaande groep. Niet omdat wij menen de wijsheid in pacht te hebben
maar omdat wij enerzijds onze eigen visie rond hulpverlening levendig willen bestendigen in ons werk. En dit zullen altijd mensen zijn, die we persoonlijk hebben leren kennen of waarvan wij veronderstellen dat die volgens ons een goede opvang kunnen garanderen.
 
Krijgt Rouwzorg Vlaanderen subsidies? 
Rouwzorg Vlaanderen is een vzw, maar krijgt geen subsidies. We proberen vooral te overleven van donaties of we nemen eigen initiatieven. Zo sprokkelden we bijvoorbeeld, 1400 euro extra bij elkaar door familie van één van onze medewerkers die de Dodentocht in Bornem uitgewandeld heeft. Nu hopen we dat ‘Music for Live’ via het aanvragen van een CD met muziek van privé mensen en/of bedrijven tijdens de “warmste week” ook een beetje zaad in het bakje legt. De onkosten die een vzw met zich meebrengt zijn niet min.
Denk maar aan verzekering, websitebeheer, printer, …

Zijn jullie de enigen in Vlaanderen? 
Nee hoor. Ongeveer in dezelfde periode dat wij begonnen met Rouwzorg in 1984, zagen ook andere initiatieven het levenslicht. Met name was dat  O.V.O.K. (Ouders van een Overleden Kind - 1983) en Werkgroep Verder (gericht op nabestaanden na zelfdoding). Ook bij deze verenigingen was Arthur Polspoel betrokken bij de ‘eerste steenlegging’.

Er is ook een boek?
Samen met Arthur en Kathleen Roskams – pionier van de jongerenwerking “Rauw, rouw, auw” - werd in 2006 een boek over lotgenotengroepen geschreven onder mijn redactie met als titel: ”Het leven gaat verder, zeggen ze”. Dat  boek – waarvan er trouwens 3000 exemplaren verkocht werden en nu nog her en der maar één exemplaar meer te vinden is -  vind ik nog steeds goed, alhoewel ik het nu zou kunnen aanvullen met veel diepere inzichten dan toen. Als ik de tijd  en middelen kan vinden, komt er misschien wel eens een nieuwe versie
En de toekomst van vzw Rouwzorg
Vlaanderen?
Ooit zal ik de fakkel moeten doorgeven want de jaren tikken aan. Tot nu toe zijn er nog geen geschikte liefhebbers opgedoken, maar ik ben er zeker van dat op het juiste moment ook de juiste persoon met juiste visie zich zal aandienen. Want het werk is nog lang niet gedaan.
 
 





Intussen is de vzw bij Monique in goede handen. En mensen die met rouw worden geconfronteerd weten dat ze er goed opgevangen worden
Wij zijn dankbaar voor ieder die een klein
of groot steentje wil bijdragen voor onze
werking. Voor meer info kan u ons bereiken op:
 
www.rouwzorgvlaanderen.be